GS-Besluiten

dinsdag 3 november 2020 09:30 - 12:30
Locatie:
Microsoft- Teams vergadering
Voorzitter:
J.H. Oosters

Agendapunten

  • 00
  • 0.08.H

    Essentie / samenvatting:
    Het landelijke programma Toekomstbeeld OV 2040 (TBOV) werkt aan een ontwikkelagenda voor het openbaar vervoer van de toekomst. Bestuurlijke vaststelling van deze ontwikkelagenda is gepland op 4 november 2020  tijdens een landelijke OV- en Spoortafel waarin alle landsdelen en alle vervoerbedrijven vertegenwoordigd zijn. Op 8 oktober jl. zijn de contouren van de mogelijke ontwikkelagenda besproken in een bestuurlijk overleg met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Hierin werd vanuit alle landsdelen de conclusie breed gedragen dat de richting van de ontwikkelagenda nogal zoekende was, de urgentie ontbrak en dat de voorgestelde besluiten nog weinig concreet waren. In reactie daarop heeft het Utrechtse Verkeers- en Vervoerberaad (UVVB) besloten een schriftelijke reactie te sturen met daarin de belangrijkste inzet voor Midden-Nederland en enkele concrete voorstellen voor de ontwikkelagenda TBOV.
    De bestuurlijke inzet is gericht op ingrepen in het OV-netwerk die voor provincie Utrecht belangrijk zijn, zoals vastgelegd in het regionale Toekomstbeeld OV Midden Nederland dat medio 2019 is vastgesteld en de afspraken tussen Rijk en regio in U Ned-verband. Het gaat dan bijvoorbeeld om de ontwikkeling van het netwerk die nodig is voor de regionale opgave van verstedelijking, bereikbaarheid en leefbaarheid in samenhang.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de stand van zaken van het landelijke programma Toekomstbeeld Openbaar Vervoer;
    2. kennis te nemen van de brief van het Utrechtse Verkeers- en Vervoerberaad van 16 oktober 2020;
    3. de statenbrief Regionale inzet in het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 0.12.H

    Essentie / samenvatting:
    De keten van betrokkenen bij de opvang en het transport van in het wild levende dieren bestaat uit een verzameling van organisaties die ieder hun eigen dynamiek, kennis, kunde en problemen hebben en waarvan betrokkenen gemotiveerd zijn door passie en bezieling voor dierenwelzijn. Op basis van adviezen uit het rapport ‘Transport en opvang van natuurdieren in Utrecht’ en gesprekken met betrokkenen is er een plan van aanpak uitgewerkt dat de keten kan versterken. Het plan van aanpak speelt ook in op de actualiteit, te weten: het niet volledig kunnen voldoen aan wet- en regelgeving door dierenopvangcentra en een door de Tweede Kamer aangenomen motie (Motie Wassenberg: financiële steun voor wildopvangcentra). Het plan van aanpak is opgesteld met inachtneming van de beperkte rol van de provincie voor dit onderwerp. Het plan van aanpak bestaat uit het inzetten van financiële middelen, namelijk als noodfonds (inzetbaar in de vorm van incidentele subsidie(s)) en voor het organiseren van een cursusaanbod als eerste stap in de aanpak van bekende knelpunten in de keten binnen de provincie Utrecht. Het plan van aanpak is in concept ter informatie voorgelegd aan de leden van de Statencommissie Ruimte, Groen en Water. Voorafgaand aan de vergadering van 9 september 2020 zijn door enkele fracties technische vragen gesteld en deze zijn voorafgaand aan deze vergadering naar tevredenheid beantwoord. Er zijn geen wijzigingen voorgesteld en u wordt verzocht het ongewijzigde concept plan van aanpak als “Plan van aanpak versterken keten opvang & transport van in het wild levende dieren” vast te stellen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten het ‘Plan van aanpak versterken keten opvang en transport van in het wild levende dieren’ vast te stellen en toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 0.13.H

    Essentie / samenvatting:
    Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft Gedeputeerde Staten verzocht om de maatgevende hoogwaterstanden vast te stellen ten behoeve van de tweede toets op veiligheid van de regionale waterkeringen. In het “Uitvoeringsbesluit regionale waterkeringen West-Nederland (2014)” is onder andere bepaald dat de regionale waterkeringen in 2024 zijn getoetst. Om deze toetsronde uit te voeren heeft het waterschap randvoorwaarden nodig. GS stelt hiertoe de maatgevende hoogwaterstanden vast. Deze waterstanden dienen om te toetsen of de betreffende regionale keringen deze waterstanden veilig kunnen keren. Op basis van het aangeleverde technisch rapport en de ambtelijke overleggen kunnen deze maatgevende hoogwaterstanden worden vastgesteld door de provincie Utrecht. Voorliggend besluit voorziet in de vaststelling van de maatgevende hoogwaterstanden in het beheergebied van waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV).

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de maatgevende hoogwaterstanden zoals weergegeven in Figuur 1 vast te stellen voor de tweede toets op veiligheid van de regionale waterkeringen voor waterschap Amstel, Gooi en Vecht;
    2. de brief aan waterschap AGV, waarbij het waterschap op de hoogte wordt gesteld van dit besluit, vast te stellen en te versturen.

  • 0.15.H

    Essentie / samenvatting:
    28 september 2016 is een intentieovereenkomst getekend waarin provincie Utrecht, de Utrechtse gemeenten, Gebiedscommissie Utrecht-West en Gebiedsraad O-gen overeengekomen zijn middels intergemeentelijke samenwerking een pre-competitieve vraagbundeling uit te voeren ten behoeve van de aanleg van Snel Internet in het buitengebied van de provincie Utrecht.
    Hoewel het netwerk in een groot deel van de provincie is aangelegd, is er in een aantal deelgebieden sprake van vertraging in de uitvoering.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid Boswijk van het CDA betreffende glasvezel vast te stellen en te verzenden.

  • 0.18.H

    Essentie / samenvatting:
    De CDA-fractie van de Provincie Utrecht refereert aan twee krantenartikelen in ‘De Woudenberger’ waarin wordt gesproken over de wens van een 180-tal bewoners van de gemeente Woudenberg om iets te doen aan de overlast die de N224 veroorzaakt. In het betreffende artikel sluit de Gedeputeerde een rondweg, die mogelijk een oplossing kan bieden aan de klachten van de omwonenden, op voorhand uit. In het coalitieakkoord ‘Nieuwe Energie voor Utrecht’ wordt duidelijk gesproken dat men terughoudend is met nieuwe weginvesteringen maar als het om veiligheid, gezondheid of overlast betreft dat een rondweg mogelijk een optie is.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex. Art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van de Statenleden Wijntjes en De Kruif van het CDA betreffende de verkeersproblematiek op de N224 in Woudenberg vast te stellen en te verzenden.

  • 0.19.H

    Essentie / samenvatting:
    Aan de Stichting Faunabeheereenheid Utrecht is (aanvullend) ontheffing verleend van verbodsbepalingen genoemd in de Wet natuurbescherming, zodat schade veroorzaakt door ganzen kan worden bestreden. De Vereniging Landschapsbeheer Vleuten De Meern heeft bezwaren ingediend tegen deze ontheffing. Conform het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS worden de bezwaren ongegrond verklaard en de ontheffing in stand gelaten.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de bezwaren ongegrond te verklaren en het besluit van 20 mei 2020 (Z-WNB-BSB-2020-0437) in stand te laten;
    2. de afdoeningsbrief vast te stellen, te verzenden en voor de motivering van de beslissing met toepassing van artikel 3:49 van de Awb, te verwijzen naar het advies van 29 september 2020 van de Awb-adviescommissie van PS en GS.

  • 0.21.H

    Essentie / samenvatting:
    De provincie heeft op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) medio 2020 een verzoek ontvangen om handhavings- en meetgegevens te overleggen in relatie tot ervaren geurhinder in de omgeving van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (r.w.z.i.) Overvecht in de gemeente Utrecht. In hun antwoordbrief maken Gedeputeerde Staten duidelijk, dat de provincie de afgelopen jaren bij haar handhavingswerkzaamheden niet zelf geurmetingen heeft uitgevoerd. Deze specialistische taak voert het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) uit. HDSR heeft de meetrapporten inmiddels al aan de indiener van het WOB-verzoek toegezonden. Gedeputeerde Staten besluiten om het WOB-verzoek in te willigen, de betreffende documenten (289 stuks) openbaar te maken, en ze samen met de antwoordbrief (digitaal) aan de indiener van het WOB-verzoek toe te zenden.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het WOB-verzoek van 23-7-2020 in relatie tot de geursituatie rond de r.w.z.i. Overvecht (gemeente Utrecht) in te willigen;
    2. tot het openbaar maken van 289 aan dit WOB-verzoek gerelateerde documenten;
    3. de antwoordbrief vast te stellen en deze brief zodra mogelijk, samen met de openbaar gemaakte documenten, te verzenden aan de indiener van het WOB-verzoek.

  • 01A
  • 04

    Essentie / samenvatting:
    In de financiële verordening stelt PS de uitgangspunten vast voor het financieel beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Er geldt een wettelijke plicht voor Provinciale Staten een dergelijke verordening voor de financiële organisatie, het financieel beleid en het financieel beheer van de provincie vast te stellen. Belangrijkste wijzigingen in de financiële verordening zijn:
    Lastneming Subsidies
    Er zijn nieuwe voorschriften opgesteld over de lastneming van subsidies in de exploitatie per 1 januari 2021. Deze nieuwe voorschriften in het BBV maken het mogelijk om bij lagere subsidiebedragen het resultaat te nemen op het moment van de toezegging. Bij grotere subsidie bijdragen wordt het moment van resultaatnemen verspreid over meerdere jaren, afhankelijk van de realisatie van de onderliggende prestatie. Om onnodig veel administratieve last te voorkomen, stellen wij u voor een grenswaarde te hanteren van € 2,5 miljoen om de subsidielast te nemen in het huidige boekjaar voor meerjarige subsidies.
    Hoewel de gesprekken van de commissie BBV, het Ministerie van BZK en het IPO hierover nog lopen, lijken de regels de tenderen naar een grenswaarde die ligt tussen de 0,25 % en 0,5% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves van de primaire begroting. Met 0,44% van de totale lasten, inclusief toevoegingen aan de reserves, valt de voorgestelde grenswaarde van € 2,5 miljoen binnen die voorliggende en geadviseerde grenzen.
    Toelichting incidentele en structurele baten en lasten
    Er zijn naar aanleiding van de jaarrekening 2018 en 2019 toezeggingen gedaan aan de commissie FAC over het opstellen van toelichtingen bij de incidentele baten en lasten in de begroting en de jaarrekening. In de huidige financiële verordening ontbreekt de uitwerking van het kader incidenteel en structureel en wordt er geen grensbedrag aangegeven waarvoor een nadere onderbouwing en specificatie in de P&C stukken is gewenst. In de financiële verordening is een grensbedrag opgenomen om vanaf €500.000 per afzonderlijke begrotingspost te verklaren.
    Kengetallen solvabiliteit
    In de commissie FAC 10 juni is geconcludeerd dat voor de analyse van de financiële positie van de provincie niet alleen gekeken wordt naar één kengetal, namelijk de solvabiliteit.
    De kengetallen geven in combinatie met elkaar inzicht in de financiële weerbaarheid en flexibiliteit van de begroting en jaarrekening. Provinciale Staten worden in staat gesteld om gemakkelijker inzicht te verkrijgen in de financiële positie en over de baten en de lasten van de provincie. De verplichte kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die Provinciale Staten in hun beoordeling van de financiële positie moeten betrekken om daar een verantwoord oordeel over te kunnen geven.
    Dit betekent dat artikel 10 Schuldbeheersing in de financiële verordening geschrapt wordt. De signaalwaarden van deze kengetallen zijn opgenomen in de Kernnotitie Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2020. De verplichte kengetallen zijn uitgebreid met de vrijwillig toegevoegde kengetallen Belastingcapaciteit opcenten MRB t.o.v. wettelijk maximum tarief en Ratio Weerstandsvermogen.

    Grensbedrag schuiven posten binnen programma
    In artikel 6 van de Financiële verordening die PS op 9 juli 2018 heeft vastgesteld wordt aangegeven welke financiële ruimte GS heeft bij de uitvoering van de activiteiten. In aanvulling op die financiële verordening heeft PS op 8 juli 2020 motie 39 aangenomen waarbij PS aan GS verzoekt de financiële verordening aan te passen, zodanig dat de schuifruimte van GS binnen een programma, alsook de informatieplicht aan PS bij wijzigingen in een programma gemaximaliseerd worden op 10% van de lasten per programma en niet meer dan tot 1% van de lasten in de primaire begroting (excl. mutaties aan de reserves) bedraagt. De financiële verordening is hierop aangepast. Door aanvulling van de financiële verordening is voldaan aan motie 39 en wordt deze als afgedaan beschouwd.

    Toelichting complexe projecten
    De afgelopen jaren is in de paragraaf projecten in de P&C cyclus extra informatie opgenomen over complexe projecten. In de nota investeren, waarderen en exploiteren zijn alleen afspraken gemaakt over investeringsprojecten. Er zijn echter projecten zoals omgevingsvisie die niet onder het kader van de nota investeringen vallen. Het is gewenst om daarover extra informatie te kunnen verstrekken. De toevoeging van art 2:5.3 in de financiële verordening voorziet daarin.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het intrekken van de financiële verordening 2018 per 31-12-2020
    2. het vaststellen van de financiële verordening 2021 per 1-1-2021 met de belangrijkste wijzigingen:
    a. het grensbedrag voor de directe lastneming van subsidies vast te stellen op een bedrag van € 2,5 miljoen.
    b. de incidentele baten en lasten te verklaren met een grensbedrag vanaf €500.000 per afzonderlijke begrotingspost.
    c. dat Gedeputeerde Staten bevoegd zijn om binnen het programma te schuiven met het budget indien de wijziging maximaal 10% van de lasten van het programma bedraagt en niet groter mag zijn dan 1% van de primaire begroting (excl. mutatie in de reserves).
    d. dat art 10 schuldbeheer wordt vervangen door financiële stabiliteit waarbij kengetallen uit de Kernnotitie Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2020 inzicht geven in de in de financiële weerbaarheid en flexibiliteit van de begroting.
    e. PS geven GS opdracht om bij de kadernota  voorstellen te doen over welke (complexe) projecten aanvullende informatie in de paragraaf projecten in de begroting en jaarrekening van het betreffende begrotingsjaar wordt opgenomen.
    f. Het Statenvoorstel vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 05

    Essentie / samenvatting:
    Treasurymanagement is een belangrijk proces bij het beheersen van de liquiditeitspositie van onze organisatie. Bij het bepalen van een treasurystrategie liggen keuzes voor, nu de situatie verandert van een  financieringsoverschot van circa  € 192 mln eind 2019 naar een financieringsbehoefte van circa € 350 mln eind 2024. In samenhang daarmee wordt in de begroting rekening gehouden met de component rente. De hoogte van de rente is afhankelijk van de te kiezen treasurystrategie. In de paragraaf van de Begroting 2021 is aangegeven dat de provincie Utrecht met een statenvoorstel de treasurystrategie bepaalt. In de commissie FAC d.d. 14 oktober 2020 is bij de behandeling van het treasurystatuut toegezegd dat er een statenvoorstel komt over de treasurystrategie voor het aantrekken van leningen.
    Op basis van de elementen renteverwachtingen, renterisiconorm en risicobereidheid zijn voor de provincie Utrecht drie geformuleerde treasurystrategieën uitgewerkt:
    1. Het aantrekken van lineaire leningen met korte lange looptijden   (looptijd 1 – 7 jaar)
    2. Het aantrekken van lineaire leningen met middellange looptijden (looptijd 8 – 19 jaar)
    3. Het aantrekken van lineaire leningen met een lange looptijden     (looptijd 20 – 30 jaar)
    Op basis van de geformuleerde treasurystrategieën is het voorstel om lineaire leningen aan te trekken met middellange looptijden. De keuze voor deze treasurystrategie is dat het rentetarief 0% is, bij een bepaalde looptijd binnen de bandbreedte van de looptijden van deze leningen. Er kunnen momenteel lineaire leningen aangetrokken worden met een looptijd van 15 jaar tegen een rente van 0%  (Bron BNG 7 oktober 2020).
    Deze treasurystrategie zorgt ervoor dat flexibel ingespeeld kan worden op de feitelijke liquiditeitsbehoefte. De provincie loopt geen renterisico over het gefinancierde deel van de looptijd van de investeringen. Het aanbrengen van regelmaat in het aan trekken van leningen leidt tot een verdere verlaging van het renterisico. De provincie Utrecht voldoet met deze treasurystrategie ruimschoots aan de renterisiconorm .  Er is ruimte binnen de renterisiconorm om nieuwe leningen aan te trekken voor een bedrag van € 930 mln  in 2024.
    De paragraaf Financieringen is conform verslaggevingsregels Besluit Begroting en Verantwoording voor gemeenten en provincies (BBV) een verplicht paragraaf in de Begroting en Jaarrekening. Deze paragraaf bevat onder meer de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten. In deze paragraaf wordt ook inzicht gegeven in de ontwikkeling van de leningenportefeuille en de treasurystrategie. De verantwoording hierover vindt plaats in de paragraaf Financieringen van de Jaarrekening.
    GS informeren PS middels een statenbrief als bij het aantrekken van de leningen onverwacht de treasurystrategie niet gevolgd kan worden door een significante wijziging van het rentetarief. Na deze situatie wordt de wijziging van de treasurystrategie opnieuw ter besluitvorming voorgelegd aan PS.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de treasury-strategie vast te stellen om lineaire leningen aan te trekken met middellange looptijden met als uitgangspunt dat het rentetarief 0% is;
    2. de treasurystrategie jaarlijks in de paragraaf Financieringen van de Begroting vast te stellen;
    3. af te wijken van de treasury-strategie om lineaire leningen met middellange looptijden aan te trekken als het rentetarief onverwacht significant wijzigt;
    4. GS informeren PS middels een statenbrief als bij het aantrekken van de leningen onverwacht de treasurystrategie niet gevolgd kan worden door significante wijziging van het rentetarief. Na deze situatie wordt de wijziging van de treasurystrategie opnieuw ter besluitvorming voorgelegd aan PS;
    5. het Statenvoorstel vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 06

    Essentie / samenvatting:
    Met de slotwijziging wordt de begroting van het lopende jaar aangepast. Het bevat voornamelijk technische wijzigingen Dat wil zeggen budget neutrale wijzigingen waarbij de baten en de lasten dalen of stijgen. In deze slotwijziging zijn hierop een tweetal uitzonderingen, namelijk:
    • Provinciefonds: Uit de septembercirculaire is gebleken dat de ruimte onder het BTW compensatiefonds er voor heeft gezorgd dat de totale omvang van het provinciefonds is toegenomen met € 2.160.000. Daarnaast heeft de actualisatie van de maatstaven gezorgd voor een aanpassing van de uitkering uit het provinciefonds voor de provincies. Dit zorgt voor een positief effect voor de uitkering uit het provinciefonds voor de provincie Utrecht.
    • Economie: Met het vaststellen van het Statenvoorstel (8211955B) over de Zomernota 2020 is een incidenteel bedrag van € 750.000 beschikbaar gesteld voor Corona flankerend economisch beleid in 2020. Dit budget is in de slotwijziging financieel verwerkt.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de slotwijziging 2020 vast te stellen, alsmede de daaruit voortvloeiende wijzigingen van de begroting. De wijzigingen hebben een positieve invloed van € 1.410.000 op het begrotingssaldo;
    2. bijlage 1 van de slotwijziging 2020 vast te stellen en de subsidies voor 2020 (voorlopig), met een omvang van € 10.298.000,te beschikken volgens de staat van begrotingssubsidies;
    3. bijlage 1 van de slotwijziging 2020 vast te stellen en de subsidies voor 2021 (voorlopig), met een omvang van € 11.881.000, te beschikken volgens de staat van begrotingssubsidies;
    4. het statenvoorstel slotwijziging 2020 vast te stellen en met de slotwijziging ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 07

    Essentie / samenvatting:
    Op 28 oktober 2020 is in de statenbrede commissie VERSIE 2.0 Indicatoren voor de begroting 2021 besproken. De opmerkingen zijn verwerkt in VERSIE 3.0.
    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten VERSIE 3.0 Indicatoren voor de begroting 2021 vast te stellen en toe te sturen aan PS.

  • 09

    Essentie / samenvatting:
    In opdracht van GS heeft de concerncontroller onafhankelijk (extern-) onderzoek laten uitvoeren naar drie zaken:
    1. Het nogmaals bezien van alle onkosten en declaraties van de bestuurders gedurende deze bestuursperiode.
    2. Het uitvoeren van een analyse van het proces dat ten grondslag ligt aan de declaratie door bestuurders.
    3. Maatregelen te formuleren om de interne controlemaatregelen en de procesgang te verbeteren.
    Het rapport Kostendeclaraties bestuurders van bureau Ebben behandelt alle onkosten en declaraties van de bestuurders (vraag 1). Het Adviesrapport Verbetering declaratieproces Provincie Utrecht van ACS behandelt de procesanalyse van het declaratieproces en bevat een advies met verbeteracties (vraag 2 en 3). Bijgaande statenbrief bevat de bestuurlijke reactie van het College op de twee rapporten.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van het rapport Kostendeclaraties bestuurders van bureau Ebben en het rapport Verbetering declaratieproces Provincie Utrecht van het bureau ACS;
    2. de statenbrief met de bestuurlijke reactie vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten, met de bij beslispunt 1 genoemde rapporten;
    3. de bij beslispunt 1 genoemde twee rapporten ter beschikking te stellen aan de accountant van de provincie.

  • 10

    Essentie / samenvatting:
    Na het uitbreken van het coronavirus heeft u de Taskforce Corona opgericht om de ondersteuning van externe partners te coördineren bij het mitigeren van de ongewenste effecten van de aanpak van het corona-virus. Provinciale Staten is regelmatig op de hoogte gebracht van de maatregelen en acties die in het kader van de corona pandemie zijn ontwikkeld. Met het beleggen van alle werkzaamheden in de lijnorganisatie is de Taskforce Corona per 9 juni 2020 opgeheven en vindt informatievoorziening richting Provinciale Staten via de reguliere begrotingslijnen plaats. Bij de uitbraak van de tweede coronagolf worden Provinciale Staten opnieuw geïnformeerd over de maatregelen welke in uitvoering zijn en eventuele nieuwe maatregelen voor verschillende beleidsterreinen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Statenbrief Update Taskforce Corona 5  vast te stellen en te verzenden aan Provinciale Staten;
    2. de Taskforce Corona weer beperkt in het leven te roepen voor 2-maandelijkse update van de voortgang richting Provinciale Staten en de coördinatie van eventuele lobby richting Rijk en IPO.

  • 11

    Essentie / samenvatting:
    Voor de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn in Nederland stroomgebieden ingericht. Provincie Utrecht neemt deel aan twee deelstroomgebieden: Rijn-West en Rijn-Oost. In deze deelstroomgebieden is een bestuurlijke structuur, het Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO) ingesteld. Het overleg is een afstemmingsoverleg tussen overheden (provincies, waterschappen, gemeenten en Rijk) en heeft geen rechtspersoonlijkheid. De partijen in Rijn-West willen de samenwerking formaliseren en willen hiervoor een samenwerkingsovereenkomst sluiten. Door het sluiten van de overeenkomst geven partijen aan de Provincie Zuid Holland een volmacht om namens hen rechtshandelingen te verrichten, die nodig zijn voor de uitvoering van het werkprogramma. Ook is het nodig om intern de mandatering te regelen, zodat het lid van het RBO en de plaatsvervanger, namens de provincie Utrecht kan instemmen met de begroting en de financiële verplichting die daaraan is verbonden, kan aangaan.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Samenwerkingsovereenkomst Rijn-West vast te stellen en aan te gaan met Rijkswaterstaat, de provincies Zuid-Holland, Gelderland en Noord Holland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, het Hoogheemraadschap van Rijnland, het Hoogheemraadschap van Delfland, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, het Waterschap Rivierenland en het Waterschap Hollandse Delta;
    2. het ‘Mandaatbesluit samenwerking Stroomgebied Rijn-West’ vast te stellen, inhoudende de mandatering van bevoegdheden ter uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst Stroomgebied Rijn-West aan mevrouw Bruins Slot, gedeputeerde Water, en de plaatsvervangend afgevaardigde en haar plaatsvervanging in het Regionaal Bestuurlijk Overleg Rijn-West;
    3. het Mandaatbesluit samenwerking Stroomgebied Rijn-West te publiceren in het Provinciaal blad;
    4. kennis te nemen van het ‘Mandaat, volmacht en machtigingsbesluit Inkoop en aanbesteding Stroomgebied Rijn-West provincie Utrecht’.

  • 16

    Essentie/ samenvatting:
    Op 10 oktober 2020 heeft het statenlid de heer W. van der Steeg namens de Partij voor de Dieren schriftelijke vragen ex art. 47 Regelement van Orde gesteld over de verleende ontheffing voor het onklaar maken van eieren en voor verjaging met ondersteunend afschot van Knobbelzwanen. De ontheffing is aangevraagd door Faunabeheereenheid Utrecht en is verleend op grond van de Wet natuurbescherming om in combinatie met preventieve maatregelen belangrijke schade aan landbouwgewassen te beperken en te voorkomen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het statenlid W. van der Steeg (PvdD), betreffende de verleende ontheffing voor beheer en schadebestrijding voor knobbelzwanen, vast te stellen en te verzenden.

  • 20

    Essentie / samenvatting:
    Een landelijke milieubelangenorganisatie (Coöperatie Mobilisation for the Environment – hierna MOB) heeft medio 2014 aan Gedeputeerde Staten gevraagd handhavend op te treden tegen zes agrarische bedrijven in onder andere Kockengen vanwege vermeende overtreding van de Wet natuurbescherming (Wnb). Gedeputeerde Staten wezen dat verzoek in 2016 af met een beroep op de landelijke Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). MOB maakte daar toen bezwaar tegen. Op 29-5-2019 verklaarde de Raad van State de PAS onverbindend. Provincies werden opgedragen om vóór 1-2-2020 hun eerdere beslissingen hierop aan te passen. Het ontwikkelen van nieuwe landelijke beleidskaders duurt echter langer dan gedacht. MOB wenst geen verder uitstel en wil nu een inhoudelijke reactie. MOB heeft Gedeputeerde Staten daartoe in gebreke gesteld. Gedeputeerde Staten besluiten het handhavingsverzoek af te wijzen omdat op dit moment nog niet kan worden ingeschat of een handhavingsinterventie al dan niet proportioneel is. Landelijk ontbreekt het nog aan nieuwe, juridisch verankerde beleidskaders voor de Wnb-onderdelen ‘beweiden’ en ‘bemesten’. Gedeputeerde Staten sturen op grond van de Landelijke Handhavingsstrategie de zes agrarische bedrijven een waarschuwing en vragen hen over de afgelopen jaren gegevens aan te leveren over bemeste en te bemesten percelen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het handhavingsverzoek van Coöperatie Mobilisation for the Environment af te wijzen;
    2. de in de ingebrekestelling genoemde zes agrarische bedrijven, conform de Landelijke Handhavingsstrategie, een waarschuwingsbrief te sturen met het verzoek toepasselijke bedrijfsinformatie toe te zenden;
    3. de antwoordbrief op de ingebrekestelling vast te stellen en aan MOB te verzenden.