GS-Besluiten

dinsdag 30 juni 2020 09:30 - 12:30
Locatie:
Microsoft Teams-vergadering
Voorzitter:
J.H. Oosters

Agendapunten

  • 00
  • 0.07.H

    Essentie / samenvatting:
    De provinciearchivaris constateert als toezichthouder dat 2019 een stijgende lijn laat zien als het gaat om rechtmatig informatiebeheer bij de provincie, maar dat aan het einde van het jaar een aantal essentiële verbeterpunten nog niet is gerealiseerd. Vanuit de I-Opgave en team Informatisering en Automatisering (I&A) is wederom veel geïnvesteerd in verbetering van het informatiebeheer. Borging in de lijnorganisatie is echter nog onvoldoende geregeld. De verbeteringen worden in 2019 dus wel voortvarender ter hand genomen, maar een aantal essentiële aanbevelingen van de jaarverslagen van 2017 en 2018 is in 2019 nog niet ingevuld.
    Aan het einde van 2019 heeft het concern-managementteam (CMT) zich voorgenomen om zelf actiever te sturen op informatiebeheer, in samenhang met het I-Opgave programma voor informatiebeveiliging en gegevensbescherming. De managementreactie vanuit CMT/Bedrijfsvoering geeft een beeld van de vorderingen tot dusver in 2020, met een vooruitblik op de acties die nog op stapel staan. Het CMT wordt per kwartaal op de hoogte gehouden van de vorderingen, om hier scherper op te kunnen sturen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van het jaarverslag van de provinciearchivaris over 2019 en de managementreactie daarop;
    2. de Statenbrief vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 0.10.H

    Essentie / samenvatting:
    Om subsidies voor de restauratie van rijksmonumenten te kunnen blijven verstrekken conform de uitgangspunten van het Cultuur- en erfgoedprogramma provincie Utrecht 2020-2023 ‘Voor Jong & Altijd’ wordt de Uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels provincie Utrecht 2020-2023 vastgesteld. De uitvoeringsverordening is gericht op de restauratie van rijksbeschermde monumenten, uitgezonderd woonhuizen. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige uitvoeringsverordening zijn het plafondbedrag, de aandacht voor duurzaamheid en maatschappelijke functie van monumenten en het beëindigen van de prioritaire status van historische buitenplaatsen. De gewijzigde uitvoeringverordening treedt in werking na publicatie in het provinciaal blad.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels provincie Utrecht 2020-2023, nummer 820ED3DF, met nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht vast te stellen en dit besluit bekend te maken in het Provinciaal blad van Utrecht;
    2. het besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 24 mei 2016, nr. 81848367, met nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels provincie Utrecht) in te trekken;
    3. budget uit het Fonds Erfgoedparels van 2020 van € 4.000.000 te bestemmen voor de subsidieaanvraag voor de restauratie van hoofdgebouw en park van Paleis Soestdijk.

  • 0.11.H

    Essentie / samenvatting:
    De U10 gemeenten en provincie Utrecht zetten zich met de ondertekening van de intentieovereenkomst gezamenlijk in voor de realisatie van een vlot, veilig en comfortabel regionaal fietsnetwerk in de periode 2020-2023. De intentieovereenkomst geeft de deelnemende gemeenten en de provincie Utrecht meer zekerheid over de inzet van capaciteit en middelen op de in de intentieovereenkomst opgenomen fietsinfrastructuurprojecten. De projecten zijn geprioriteerd met behulp van de provinciale knelpuntenanalyse uit het Uitvoeringsprogramma Fiets 2019-2023. De provinciale subsidieregeling blijft het toetsingskader voor het verstrekken van financiële bijdragen aan de in de intentieovereenkomst opgenomen projecten.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de intentieovereenkomst ‘Samenwerking U10 en Provincie Utrecht voor realisatie fietsinfrastructuurprojecten in de periode 2020-2023’ met de U10-gemeenten vast te stellen en aan te gaan;
    2. de bijbehorende statenbrief vast te stellen en ter informatie te sturen aan Provinciale Staten.

  • 0.13.H

    Essentie / samenvatting:
    Bij de provincie Utrecht is digitaal werken sinds 2010 leidend. Er is echter nog een inkomende en uitgaande papieren poststroom. Deze papieren worden gescand. Het scanproces is zo ingericht dat de rest van het proces, inclusief archivering, digitaal kan verlopen. De gescande papieren documenten worden na scanning echter nog bewaard omdat er geen vervangingsbesluit (Archiefwet, art. 7) is. De provincie wil volledig digitaal werken, waarbij na scanning de papieren documenten kunnen worden vernietigd. De digitale versie is na vernietiging van het papieren exemplaar het enige origineel. Hiervoor is een door Gedeputeerde Staten genomen vervangingsbesluit nodig. De kwaliteit van het scanproces is vastgelegd in het Handboek vervanging provincie Utrecht.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten het Besluit vervanging archiefbescheiden provincie Utrecht 2020 vast te stellen.

  • 0.14.H

    Essentie / samenvatting:
    Op 17 september jl. hebben GS het vervoerplan U-OV 2020 vastgesteld. Onderdeel hiervan is een gewijzigde route van lijn 77 in Bilthoven-Noord. Op 6 januari 2020 is besloten op verzoek van en na overleg met de gemeente De Bilt, lijn 77 richting station Bilthoven weer te herstellen naar de oude situatie. Dit vanwege urgente verkeersveiligheidsproblematiek op de gewijzigde route. Twee bewoners hebben vervolgens formeel bezwaar aangetekend tegen deze beslissing, waarmee ook bewonersvereniging ‘P3R’ vertegenwoordigd is. Uitvoerig ambtelijk overleg heeft de bezwaren van de bewoners niet weg kunnen nemen waarna de Awb-adviescommissie dit bezwaar in behandeling heeft genomen. De Awb-adviescommissie stelt ten eerste dat de bezwaarmakers geen belanghebbende zijn in de zin van artikel 1:2, eerste juncto derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ten tweede en ten overvloede oordeelt de commissie dat de verantwoordelijke partijen de belangen voldoende hebben afgewogen. Gelet hierop worden de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard. Ten derde geeft de commissie nog enkele adviezen mee om te onderzoeken of de verkeerssituatie op de route Rembrandtlaan verbeterd kan worden.
    Bij het volgende vervoerplan zal de gehele lijnvoering in Bilthoven opnieuw bekeken worden.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de ingediende bezwaren d.d. 28 januari 2020 (kenmerk BZW.19.110.003) en d.d. 16 februari 2020 (kenmerk BZW.19.110.004) niet-ontvankelijk te verklaren;
    2. de afdoeningsbrieven vast te stellen, te verzenden en voor de motivering van hun beslissing op bezwaar -met toepassing van artikel 3:49 van de Awb- te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS;
    3. een afschrift van de afdoeningsbrieven te verzenden aan de Awb-adviescommissie.

  • 0.16.H

    Essentie / samenvatting:
    In bijgevoegde brief worden de schriftelijke vragen betreffende “Neerslagtekort en de maatregelen uit de Beleidstafel Droogte” van de fractie van D66 beantwoord.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid (M. de Widt) van D66 betreffende “Neerslagtekort en de maatregelen uit de Beleidstafel Droogte” vast te stellen en te verzenden.

  • 0.18.H

    Essentie / samenvatting:
    De Statenfractie CDA heeft vragen gesteld over “kwesties rond de verbouwing van de SUNIJ-lijn”. De vragen worden met de bijgevoegde
    brief beantwoord.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording schriftelijke vragen ex art. 47 RvO aan het College van GS,
    gesteld door de heer W. Wijntjes van de CDA fractie betreffende “Kwesties rond de verbouwing van de SUNIJ-lijn” (d.d. 03-06-2020) vast te stellen en te verzenden

  • 01A
  • 04

    Essentie / samenvatting:
    De doelenboom, als belangrijk ordenend instrument in de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus), is sterk verbeterd. De versie 2.0 van de doelenboom is besproken in de verschillende commissies. Op 8 juli 2020 kan de doelenboom definitief worden behandeld.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. Een programma RUIMTELIJKE ONTWIKKELING in te stellen met drie beleidsdoelen:
    1.1. De ruimte voor maatschappelijke ontwikkelingen is in goede balans met de Utrechtse kwaliteiten
    1.2. De gebiedsontwikkeling is integraal en gericht op efficiëntie en kwalitatief hoogwaardig ruimtegebruik
    1.3. Er is passende woonruimte die aansluit bij de woningbehoefte in de provincie Utrecht

    2. Een programma LANDELIJK GEBIED in te stellen met vijf beleidsdoelen:
    2.1. Het natuurnetwerk (NNN) is robuust (ontwikkeld)
    2.2. De kwaliteit van de natuur is goed/divers en veerkrachtig
    2.3. De verbinding tussen natuur, mensen en maatschappij is sterk
    2.4. Duurzaamheid is een substantieel onderdeel van de Utrechtse landbouw
    2.5. De leefbaarheid van het landelijk gebied is door lokale initiatieven versterkt

    3. Een programma BODEM, WATER, MILIEU in te stellen met vijf beleidsdoelen:
    3.1. De waterveiligheid en klimaatadaptatie is gewaarborgd
    3.2. De zoetwatervoorziening en het oppervlaktewater zijn van goede kwaliteit
    3.3. Het bodem- en grondwatersysteem is schoon en robuust
    3.4. De leefomgeving is gezond en veilig
    3.5. De bodemdaling en broeikasgasuitstoot in het veenweidengebied is verminderd

    4. Een programma ENERGIETRANSITIE in te stellen met vier beleidsdoelen:
    4.1. Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de provincie Utrecht gebruiken minder energie
    4.2. De opwekking en beschikbaarheid van duurzame energie in de provincie Utrecht is sterk toegenomen
    4.3. De energietransitie is haalbaar, betaalbaar  en innovatief
    4.4. De Provincie is een geloofwaardige partner in de energietransitie door het goede voorbeeld te geven

    5. Een programma BEREIKBAARHEID in te stellen met negen beleidsdoelen:
    5.1. OV-reizigers zijn tevreden en het openbaar vervoer is efficiënt ingericht
    5.2. Het provinciale netwerk is sterk
    5.3. Knooppunten hebben een hoge kwaliteit en bieden een grote diversiteit van reisvoorzieningen
    5.4. Alle belangrijke werklocaties, middelbare scholen en knooppunten zijn veilig, comfortabel en snel bereikbaar per fiets, waarbij de rol van de fiets in modal shift toeneemt
    5.5. Het aantal verkeersdoden en ernstig gewonden is laag
    5.6. Het kwaliteitsnet goederenvervoer is op orde en sluit goed aan op de behoeften van gebruikers
    5.7. Negatieve effecten van mobiliteit op de kwaliteit van de leefomgeving zijn laag
    5.8. De vraag naar en het aanbod van mobiliteit is goed op elkaar afgestemd
    5.9. Verkenningen naar en regionale programma’s over een goede bereikbaarheid per fiets, openbaar vervoer en auto in een gezonde en verkeersveilige omgeving zijn uitgevoerd met daarbij monitoring van het mobiliteitsprogramma en indicatoren

    6. Een programma CULTUUR EN ERFGOED in te stellen met drie beleidsdoelen:
    6.1. De culturele infrastructuur is sterk
    6.2. De mate van behoud, de benutting en de beleving cultureel erfgoed is hoog
    6.3. De Hollandse waterlinies zijn een belangrijke drager van een aantrekkelijke ruimtelijke kwaliteit

    7. Een programma ECONOMIE in te stellen met vijf beleidsdoelen:
    7.1. Het bedrijfsleven en werknemers zijn toegerust op de toekomst
    7.2. Het economische profiel (Gezond Stedelijk Leven) is sterk en zichtbaar competitief
    7.3. Bedrijven en (kennis)instellingen zijn innovatief sterk
    7.4. Er zijn voldoende vestigingsmogelijkheden in aantal en kwaliteit
    7.5. De bezoekerseconomie is sterk en de toeristisch recreatieve structuur wordt beter benut

    8. Een programma BESTUUR in te stellen met acht beleidsdoelen:
    8.1. Het provinciebestuur is sterk en duidelijk
    8.2. Integriteit is een vast onderdeel van het politiek-bestuurlijke- en bedrijfsproces
    8.3. De aanpak van ondermijning wordt geïntensiveerd om veiligheid te verzekeren
    8.4.  In verbinding met de partners, stakeholders en inwoners (via bijvoorbeeld participatie) is het strategisch vermogen van de organisatie groot
    8.5. De regionale slagkracht is sterk (ook over bestuurlijke grenzen heen)
    8.6. Gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en waterschappen functioneren goed conform de wet
    8.7. Concernbrede aansturing op brede thema’s is krachtig en effectief
    8.8. Archiefbewaarplaats en toezicht op informatiebeheer is op orde

    9. Een onderdeel OVERZICHT OVERHEAD in te stellen met vier beleidsdoelen:
    9.1. De basisorganisatie voor financiën en bedrijfsvoering is sterk en goed toegerust
    9.2. De provinciale organisatie is daadkrachtig,  wendbaar en duurzaam
    9.3. De communicatie is goed en modern
    9.4. De beheersing van de organisatie door en management en het bestuur is optimaal

    10. Deze indeling te hanteren bij het opstellen van de conceptbegroting 2021

    11. Om een voorstel op te stellen voor indicatoren die aansluiten bij deze doelenboom

    12. In te stemmen met de wijze waarop concern brede thema’s zijn opgenomen in de doelenboom

    13. Het statenvoorstel vast te stellen en te versturen naar PS

    14. De nieuwe doelenboom (versie 3.0) in schema en met toelichting, inclusief de bijbehorende documenten (Brede thema’s en informatieblad) toe te sturen aan PS

  • 06

    Essentie / samenvatting:
    Voor de geactualiseerde doelenboom worden indicatoren ontwikkeld die gekoppeld zijn aan de beleids- en meerjarendoelen. Het proces wordt geschetst hoe, in aanloop naar de beoogde vaststelling in de vergadering van 11 november, deze indicatoren met Provinciale Staten (PS) gedeeld en besproken kunnen worden. Het toevoegen van bredewelvaartsindicatoren aan de begroting 2021 vormt een eerste stap op weg naar structurele monitoring van brede welvaart in de regio Utrecht. Verwacht wordt dat een regionale bredewelvaartmonitoring in 2021 operationeel is.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de Statenbrief over Indicatoren vast te stellen en te versturen aan PS.

  • 08

    Essentie / samenvatting:
    In buitengebieden in de provincie Utrecht wordt zo nu en dan illegaal achtergelaten drugsafval aangetroffen. Gedupeerden in de provincie Utrecht die in 2019 of 2020 kosten hebben gemaakt voor het opruimen van drugafval kunnen hiervoor in de periode van 4 juli tot en met 1 december 2020 compensatie aanvragen op grond van de Subsidieregeling opruiming drugsafval provincie Utrecht 2020. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft voor dit doel over de jaren 2019 tot en met 2024 jaarlijks landsbreed € 1.000.000,- beschikbaar gesteld. Het subsidieplafond voor de provincie Utrecht is € 23.768,- per jaar. Alle provincies stellen een nagenoeg identieke subsidieregeling open. In 2020 voert de provincie Noord-Brabant de regeling in mandaat uit. In de jaren erna doet de uitvoeringsorganisatie van het Interprovinciaal Overleg (IPO) dat. Het IPO heeft model-documenten opgesteld met de bedoeling dat elke provincie die zelf vaststelt. Het gaat om de subsidieregeling zelf, maar onder andere ook om het aan de provincie Noord-Brabant te verlenen uitvoeringsmandaat. Gedeputeerde Staten hebben kennis genomen van de IPO model-documenten en stellen ze, aangevuld met de eigen provinciale gegevens, ongewijzigd vast.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van vijf door het IPO-bureau ter beschikking gestelde model-documenten (subsidieregeling, aanvraagformulier, mandaatbesluit, brief aan ministerie van Justitie en Veiligheid en bijdrage-overzicht);
    2. de Subsidieregeling opruiming drugsafval provincie Utrecht 2020 met de bijbehorende Statenbrief vast te stellen, evenals het mandaatbesluit ten behoeve van de provincie Noord-Brabant en de brief aan het ministerie van Justitie en Veiligheid;
    3. de Statenbrief met de subsidieregeling ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten;
    4. de Subsidieregeling opruiming drugsafval provincie Utrecht 2020 op 3 juli 2020 in het Provinciaal blad bekend te maken en het mandaatbesluit en de brief aan het ministerie van Justitie en Veiligheid te verzenden;
    5. gelijktijdig met de vaststelling van de onder beslispunt 1 genoemde subsidieregeling de éénjarige Uitvoeringsverordening subsidie opruiming drugsafval provincie Utrecht 2019 (Prov. Blad 2019, 8029) in te trekken.

  • 09

    Essentie / samenvatting:
    In 2019 heeft de provincie Utrecht - vanuit de wettelijke rol als interbestuurlijk toezichthouder (IBT) - bij een representatieve steekproef onder Utrechtse gemeenten onderzocht hoe zij toezicht houden op de brandveiligheid bij zorginstellingen. In het onderzoek is zowel gekeken naar het gemeentelijk beleidsproces als naar de praktijk. Daartoe zijn van onderzochte gemeenten het beleidsproces en toezicht- en handhavingsdossiers gecontroleerd. Daarnaast heeft een extern bureau bij een aantal zorginstellingen, verspreid over deze gemeenten, praktijktoetsen uitgevoerd. Belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat onvoldoende gestuurd wordt op frequentie en diepgang van toezicht en handhaving op brandveiligheid in zorginstellingen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het onderzoeksrapport ‘Brandveiligheid bij zorginstellingen onder de loep’ vast te stellen;
    2. de Statenbrief vast te stellen en met het rapport ter informatie te zenden aan Provinciale Staten.

  • 12

    Essentie / samenvatting:
    Uitheemse invasieve rivierkreeften vormen een wijd verspreid probleem, met name in de laaggelegen delen van Nederland. Eerste inzichten maken aannemelijk dat het gedrag van de rivierkreeften op veel locaties (ondergedoken) drijvende waterplanten doen verdwijnen, al of niet in combinatie met andere factoren. Met het verdwijnen van de waterplanten, verdwijnt ook veel bijbehorende fauna. Ook in de Molenpolder bij Maarssen (Natura 2000-gebied) is dit aan de orde. De massale aanwezigheid van de rode Amerikaanse rivierkreeft ‘blokkeert’ het herstel van de (aquatische) biodiversiteit (het herstel was hier juist ingezet) en daarmee het halen van Kaderrichtlijn Waterdoelen (KRW) en (aquatische) Natura-2000 doelen. Om die reden voert de provincie Utrecht samen met Waternet/waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) al een paar jaar onderzoek uit naar de bestrijding en beheersing van deze rivierkreeft in een kleine plas van de Molenpolder. Een afdoende werkende bestrijdingsmaatregel bestaat namelijk nog niet. De resultaten in deze kleine plas zijn dusdanig bemoedigend dat onderzoek opgeschaald gaat worden naar het hele natuurreservaat de Molenpolder. Het project kent meerdere initiatiefnemers, is omvangrijk, heeft een langjarige looptijd, een aanzienlijke opdrachtsom en dus is het van groot belang goede onderlinge afspraken te maken. Deze zijn opgenomen in de Samenwerkingsovereenkomst. Waternet draagt de primaire zorg voor de aanbestedingsprocedure, dit is vastgelegd in de Volmacht.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten respectievelijk de commissaris van de Koning besluiten:
    1. de Samenwerkingsovereenkomst Herstel aquatisch ecosysteem met beheersing van uitheemse rivierkreeften, Molenpolder, geregistreerd onder nummer 82101D72, vast te stellen en aan te gaan met een cofinanciering van € 180.000,- van de totale projectenkosten van totaal € 515.000,- ex BTW ten laste van de provincie Utrecht;
    2. de Volmacht Herstel aquatisch ecosysteem met beheersing van uitheemse rivierkreeften, Molenpolder, geregistreerd onder nummer 8210929C, vast te stellen;
    3. de portefeuillehouder Bruins Slot te machtigen aanpassingen van ondergeschikte aard door te voeren in de volmacht, genoemd onder 2, en de volmacht te ondertekenen.

  • 15

    Essentie / samenvatting:
    Er ligt een beheerovereenkomst Recreatie om de Stad 2020-2023 ter ondertekening door de provincie Utrecht, een aantal Utrechtse gemeenten, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Deze overeenkomst is gericht op het behoud van een regionale recreatieve groenstructuur, omdat die een belangrijke bijdrage levert aan een gezonde leefomgeving. Als gevolg van de toename van het aantal inwoners in de regio Utrecht neemt ook de vraag toe naar aantrekkelijke en toegankelijke recreatiegebieden rondom de stad Utrecht. Daarom is door de genoemde organisaties gekeken naar afspraken over toegankelijkheid en veiligheid, beheerniveau, financiën, verantwoording en evaluatie.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. samen met de gemeenten Utrecht, IJsselstein, Houten en Bunnik de beheerovereenkomst Recreatie om de Stad 2020-2023 met Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer aan te gaan;
    2. de gedeputeerde Schaddelee te mandateren de overeenkomst te ondertekenen en redactionele wijzigingen aan te brengen.

  • 21