GS-Besluiten

dinsdag 16 juni 2020 09:30 - 12:30
Locatie:
Microsoft Teams
Voorzitter:
J.H. Oosters

Agendapunten

  • 00
  • 0.06.H

    Essentie / samenvatting:
    Met het besluit van 12 november 2019 is het toepassingsgebied van de ontheffing van 29 september 2014, op basis waarvan vossen met geweer en met gebruikmaking van kunstlicht mogen worden gedood, gewijzigd. Deze wijziging van de ontheffing was noodzakelijk vanwege de vestiging van een nieuw Freilandkippen-bedrijf. De “Stichting De Faunabescherming” heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 12 november 2019.

    Hoewel de Awb-adviescommissie van PS en GS adviseert om de bezwaren gegrond te verklaren, verklaren Gedeputeerde Staten de bezwaren ongegrond. Gedeputeerde Staten verklaren de bezwaren mede ongegrond om te voorkomen dat het nieuwe bedrijf niet hetzelfde wordt behandeld als de reeds bestaande bedrijven die al gebruik maken van de, nadat de rechtbank het beroep daartegen ongegrond verklaarde, onherroepelijke ontheffing van 29 september 2014. Dit betekent dat het wijzigingsbesluit van 12 november 2019 in stand wordt gelaten.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de bezwaren ongegrond te verklaren en het besluit van 12 november 2019 (Z-WNB-BSB-2019-2153) in stand te laten;
    2. de afdoeningsbrief vast te stellen en te verzenden.

  • 0.08.H

    Essentie/samenvatting:
    Er ligt een definitieve Samenwerkingsovereenkomst (SOK) voor de Regio Deal Foodvalley. Met de ondertekening van deze SOK gaat de Regio Deal een nieuwe fase in: de fase van de uitvoering. In dit B-stuk wordt GS daarover geïnformeerd en ligt een Statenbrief voor om te verzenden.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de definitieve tekst van de Samenwerkingsovereenkomst Regio Deal Foodvalley;
    2. de Statenbrief ‘Samenwerkingsovereenkomst Regio Deal Foodvalley’ vast te stellen en ter informatie aan Provinciale Staten te zenden.

  • 0.10.H

    Essentie / samenvatting:
    De keten van betrokkenen bij de opvang en het transport van in het wild levende dieren bestaat uit een verzameling van organisaties die ieder hun eigen dynamiek, kennis, kunde en problemen hebben en waarvan betrokkenen gemotiveerd zijn door passie en bezieling voor dierenwelzijn. Op basis van adviezen uit het rapport ‘Transport en opvang van natuurdieren in Utrecht’ en gesprekken met betrokkenen is er een plan van aanpak uitgewerkt dat de keten kan versterken. Het plan van aanpak speelt ook in op de actualiteit, te weten: het niet volledig kunnen voldoen aan wet- en regelgeving door dierenopvangcentra en een door de Tweede Kamer aangenomen motie (Motie Wassenberg: financiële steun voor wildopvangcentra). Het plan van aanpak is opgesteld met inachtneming van de beperkte rol van de provincie voor dit onderwerp. Het plan van aanpak bestaat uit het inzetten van financiële middelen, namelijk als noodfonds (inzetbaar in de vorm van incidentele subsidie(s)) en voor het organiseren van een cursusaanbod als eerste stap in de aanpak van bekende knelpunten in de keten binnen de provincie Utrecht. De knelpunten hebben met name betrekking op de opvang van vogels, het werven en vasthouden van vrijwilligers en het werven van fondsen. Het plan van aanpak bestaat daarnaast uit het meedenken (in IPO verband) over de uitvoering van de Tweede Kamer motie Wassenberg zodat er op termijn wellicht sprake is van een gezamenlijke verantwoording met taakverdeling voor de verschillende overheidslagen voor de versterking van de keten. In het plan van aanpak komt ook de samenwerking aan bod die op termijn kan resulteren in een werkwijze die past bij de wet- en regelgeving, die nu een knelpunt vormt voor de opvangcentra. Het plan van aanpak wordt in concept ter bespreking voorgelegd aan Provinciale Staten waarna u de opmerkingen van Provinciale Staten kunt betrekken bij de vaststelling van het plan van aanpak.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief  ‘Concept Plan van aanpak versterken keten opvang en transport van in het wild levende dieren’ vast te stellen en ter bespreking toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 0.11.H

    Essentie / samenvatting:
    Op verzoek van PS heeft een onderzoek plaatsgevonden naar internationaal onderwijs in de regio Utrecht (inclusief regio Gooi en Vechtstreek). In het onderzoek wordt aandacht besteed aan de aanbod en vraag naar internationaal onderwijs, trends en ontwikkelingen en mogelijke ontwikkelrichtingen voor het internationaal onderwijs in de regio Utrecht. Belangrijke conclusie is dat er een toenemende vraag is naar internationaal onderwijs in de regio Utrecht, zowel vanuit internationale als Nederlandse gezinnen. De onderzoekers doen onder andere de aanbeveling om te zorgen voor een regionale aanpak bij het ontwikkelen van een (hybride) internationaal onderwijsaanbod.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de eindrapportage Onderzoek naar internationalisering van het onderwijs, in opdracht van de regio Utrecht (29 mei 2020);
    2. de statenbrief over het onderzoek samen met de eindrapportage aan PS te sturen.

  • 0.13.H

    Essentie / samenvatting:
    Als gevolg van de Coronacrisis is het te verwachten dat onder meer evenementen geen doorgang zullen vinden. Dit kan er toe leiden dat organisaties en bedrijven geen gebruik kunnen maken van een door de provincie aan hen verleende vergunning of ontheffing. Op een later moment zal dan opnieuw een vergunning of ontheffing aangevraagd moeten worden. Organisaties en bedrijven zullen om deze reden de provincie mogelijk verzoeken af te zien van het opleggen van de leges voor de niet gebruikte vergunning of ontheffing.
    De hardheidsclausule van de Legesverordening geeft aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid om in onbillijke situaties van overwegende aard van het opleggen van leges af te zien. Voorgesteld wordt om op basis van deze hardheidsclausule in bepaalde gevallen geen leges op te leggen. Aangezien de verwachting is dat het hier om meerdere verzoeken zal gaan inzake lage legesbedragen, wordt daarnaast voorgesteld de ontvanger der provinciale belastingen voor de periode tot en met 31 december 2021 te mandateren namens Gedeputeerde Staten hierover te besluiten.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de ontvanger der provinciale belastingen te machtigen om gedurende de jaren 2020 en 2021 leges niet in te vorderen, indien het opleggen van deze leges als direct gevolg van de Coronacrisis is aan te merken als een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 13 van de Legesverordening provincie Utrecht 2018.

  • 0.14.H

    Essentie / samenvatting:
    In 2019 is door Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten besloten tot het herbenoemen de leden van de Planologische Commissie Leefomgeving (PCL) voor een periode van vier jaar. Een van de leden is benaderd om een betaalde opdracht uit te voeren voor de provincie Utrecht, wat alleen mogelijk is na toestemming van Gedeputeerde Staten zoals in de herbenoemingsbrief aan de leden van de PCL staat vermeld. Het betreffende PCL-lid verzoekt Gedeputeerde Staten om  goedkeuring voor het uitvoeren van een betaalde opdracht voor de provincie Utrecht. Voorgesteld wordt deze goedkeuring te verlenen

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. een lid van de Planologische Commissie Leefomgeving toestemming te verlenen voor het uitvoeren van een betaalde opdracht, een tweedaagse cursus betreffende bodemverontreiniging in relatie tot grondaankopen, binnen de ambtelijke organisatie van de provincie Utrecht;
    2. de toestemmingsbrief, geregistreerd onder nummer 820ED1F0, vast te stellen en toe te zenden aan betrokkene.

  • 0.15.H

    Essentie / samenvatting:
    Het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) werkt op grond van het Hoogwater beschermingsprogramma (HWBP) aan het Project Sterke Lekdijk en werkt hierbinnen aan de verkenning van de dijkversterking van het traject Schoonhoven – Salmsteke (SAS). HDSR heeft samen met de partners in het gebied, te weten gemeenten Lopik en Krimpenerwaard, Rijkswaterstaat en provincie Utrecht afgesproken om naast waterveiligheid zich ook te richten op het creëren van maatschappelijke meerwaarde en ruimtelijke kwaliteit.
    In dit gebied komen verschillende thema’s samen: cultuurhistorie, natuur, recreatie, mobiliteit en landschap en raakt daarmee aan verschillende provinciale programma’s. Te noemen zijn naast onderhavig programma Mooie en Veilige dijken: “Uitvoeringsprogramma Natuurlijke uiterwaarden” en “Groen groeit mee”.
    Met de partners in het gebied is afgesproken om gezamenlijk te werken aan een integrale gebiedsaanpak en hiervoor gezamenlijk de verkenningsfase te doorlopen met als eindresultaat een voorkeursalternatief voor de dijkversterking inclusief concrete meekoppelkansen. Voor afspraken met betrekking tot deze integrale gebiedsaanpak is met de partner-organisaties voor de verkenningsfase een samenwerkingsovereenkomst (SOK) opgesteld, deze ligt nu ter vaststelling voor. Het gaat hier om een langjarige samenwerking in meerdere fases. Voor de volgende fases, de planvorming en realisatie, zal een nieuwe SOK aan GS worden voorgelegd.
    Vooralsnog heeft de Coronacrisis geen effect gehad op de planning en afspraken rond de dijkversterking.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de Samenwerkingsovereenkomst verkenningsfase dijkversterking Salmsteke - Schoonhoven (SAS) vast te stellen en aan te gaan.

  • 0.16.H

    Essentie / samenvatting:
    De IPO-werkgeversvisie 2025 dient de komende jaren als visiestuk voor besprekingen met vakbonden voor de cao’s. De visie is opgebouwd langs de volgende pijlers: verandering overheid en maatschappij, digitalisering, individualisering en arbeidsmarktontwikkelingen.

    De effecten van de coronacrisis zullen naar verwachting grote gevolgen gaan hebben en doorwerken in de visie op werken (zoals locatie, tijden, enz.) en zullen daarmee ook een plaats krijgen in de gesprekken over de komende cao’s. De werkgeversvisie bevat bewust geen concrete voorstellen en/of instrumentarium die door de bonden (financieel) geïncasseerd kunnen worden.

    De concept werkgeversvisie 2025 is vanuit het IPO in nauwe samenspraak met en door alle provincies opgesteld, over de tekst is consensus. Het IPO-bestuur wil de werkgeversvisie op 25 juni 2020 vaststellen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de concept werkgeversvisie 2025.

    Deze dient als basis voor de cao besprekingen met de vakbonden en voor onderlinge afstemming tussen de werkgevers over de behoefte aan harmonisatie van arbeidsvoorwaarden en maatwerk oplossingen de komende jaren.

    Met de werkgeversvisie 2025 worden de volgende uitgangspunten vastgesteld:
    o Veranderingen overheid en maatschappij vragen om een meer wendbare organisatie;
    o We zetten in iedereen te leren omgaan met een steeds digitaler wordende werkomgeving;
    o Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en individueel maatwerk;
    o We streven naar diversiteit in de organisatie en
    o We werken aan positieve profilering van het werken bij de provincie.

    2. de IPO-bestuurder namens de provincie Utrecht te mandateren met de werkgeversvisie 2025 in te stemmen.

  • 0.17.H

    Essentie / samenvatting:
    De gemeente Zeist heeft in 2015/2016 ten behoeve van rioleringswerkzaamheden in de wijk Beukenberg in samenspraak met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 18 bomen laten kappen. In 2017 is vastgesteld dat er nog geen sprake was van herplant. Medio 2019 was de overtreding van de herplantplicht nog niet ongedaan gemaakt. De gemeente Zeist gaf vervolgens geen gevolg aan een daartoe opgelegde last onder dwangsom. Tegen het daarop volgende invorderingsbesluit is namens de gemeente wel bezwaar aangetekend. De Awb-adviescommissie heeft op grond van onder andere het gemeentelijk mandaatbesluit vastgesteld, dat het bezwaarschrift onbevoegd is ingediend. Daarmee voldoet het bezwaarschrift niet aan de wettelijke ontvankelijkheidsvereisten ingevolge de Algemene wet bestuursrecht. Gedeputeerde Staten besluiten om het advies van de Awb-adviescommissie te volgen en de gemeente Zeist in haar bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de gemeente Zeist in haar bezwaarschrift tegen de ingevorderde last onder dwangsom (besluit van 23-12- 2019) niet-ontvankelijk te verklaren;
    2. de beslissing op bezwaar vast te stellen, te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS van 20 mei 2020.

  • 0.19.H

    Essentie / samenvatting:
    De PVV heeft vervolgvragen gesteld over metingen, modellering en onderzoek aangaande stikstofdepositie. GS geeft aan te vertrouwen op het RIVM en haar methodieken, maar ook open te staan voor verbeteringen. Primair is verbetering van de methodiek aan het Rijk

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid Dercksen van de PVV betreffende stikstof onderzoek en metingen vast te stellen en te verzenden.

  • 01A
  • 04

    Essentie / samenvatting:
    Op dit moment is de controle van de jaarrekeningen 2018 en 2019 door PwC nog gaande. Bij de opstelling van de concept-jaarrekeningen 2018 en 2109 zijn door de domeinen bestemmingsvoorstellen ingediend. Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van het jaarresultaat 2018 en 2019, na afronding van de controle door de accountant, zijn de ingediende bestemmingsvoorstellen beoordeeld door Financiën.
    Uitgangpunt voor de beoordeling is dat een vrijgevallen exploitatiebudget alleen naar 2020 doorgeschoven wordt als er sprake is van een lopende verplichting in de uitvoering van de activiteit waarvoor het budget geraamd was in 2018 of 2019. Dus geen “potjesvorming” van budgetten.
    De bestemmingsvoorstellen zijn door Financiën voorzien van een advies honoreren of niet honoreren. Op de adviezen niet honoreren heeft het domein Mobiliteit een reactie gegeven. De adviezen van Financiën en Mobiliteit zijn in het CMT besproken. Het advies Financiën en het standpunt van het CMT zijn opgenomen bij de bestemmingsvoorstellen 2018 en 2019.
    De gehonoreerde bestemmingsvoorstellen worden definitief bij het vaststellen door GS van de concept-jaarstukken 2018 en 2019.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. Voornemens te zijn de volgende bestemmingsvoorstellen 2018 te honoreren, definitieve besluitvorming is bij de vaststelling van de concept-jaarstukken 2018.
    a. Restant POB budget
    b. Lening museum Amelisweerd
    c. Foodvalley
    2. Voornemens te zijn de volgende bestemmingsvoorstellen 2019 te honoreren: definitieve besluitvorming is bij de vaststelling van de concept-jaarstukken 2019.
    a. Decentralisatieuitkering Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie
    b. Inzet vrije ruimte kapitaallasten OV
    c. Smart Mobility (pilot fase 1)
    d. Smart Mobility (pilot fase 2)
    e. Restauratie Domtoren
    f. Restant POB budget
    3. De overige ingediende bestemmingsvoorstellen 2018 en 2019 niet te honoreren.
    4. In te stemmen met de voorgenomen gehele of gedeeltelijke vrijval van 13 reserves naar de Saldireserve. Definitieve besluitvorming is bij de vaststelling van de concept-jaarstukken 2018 en 2019.

  • 05

    Essentie / samenvatting:
    In de middellange termijn aanpak van de stikstofproblematiek zijn provincies door het Rijk aangewezen als gebiedsregisseur voor de gebiedsgerichte aanpak. Daarbij wordt lokaal rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden gekeken welke mogelijkheden er zijn om stikstof te reduceren, passend bij de lokale omstandigheden. De randvoorwaarden en het proces voor deze gebiedsgerichte aanpak zijn vastgelegd in een leidraad die wordt aangeboden aan PS als bijlage bij een Statenvoorstel. In de leidraad wordt ingestoken op het robuuster maken van de natuur middels herstelmaatregelen, het doorlopen van gebiedsprocessen en het stimuleren van innovatie, extensivering en omvorming

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de ‘leidraad gebiedsgerichte aanpak stikstof in de provincie Utrecht’ vast te stellen;
    2. het Statenvoorstel aangaande de leidraad vast te stellen;
    3.leidraad en statenvoorstel ter behandeling aan te bieden aan Provinciale Staten;
    4.de criteria in de bijlage vast te stellen die dienen ter onderbouwing van het besluit om een project dat stikstof uitstoot al dan niet mee te nemen in de gebiedsgerichte aanpak;
    5.gedeputeerde Bruins Slot te mandateren om na besluitvorming nog tekstuele wijzigingen door te voeren.

  • 07

    Essentie / samenvatting:
    Op 17 maart jl. hebben Gedeputeerde Staten (GS) de Ontwerp Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Utrecht en het bijbehorende milieueffectrapport vastgesteld. Begin april zijn deze documenten zowel in de online viewer voor digitale plannen, als in pdf-vorm beschikbaar gesteld op de provinciale website.
    Op 1 april heeft de minister voor Milieu en Wonen in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld. Op 20 mei heeft de minister bekend gemaakt dat het uitstel een jaar betreft. De nieuwe invoeringsdatum van de Omgevingswet wordt daarmee 1 januari 2022.
    Omdat het wenselijk is om het gedachtengoed uit de Ontwerp Omgevingsvisie en -verordening zo snel als mogelijk in werking te laten treden, geven GS uitvoering aan hun besluit van 14 april jl. om, indien de invoering van de Omgevingswet uitgesteld wordt met meer dan 6 maanden, een aangepaste versie van de Ontwerp Omgevingsverordening te maken en deze in procedure te brengen. In deze Interim Omgevingsverordening worden de regels uit de Ontwerp Omgevingsverordening beleidsneutraal omgezet naar regels gebaseerd op de huidige wetten. De Ontwerp Interim Omgevingsverordening wordt in het najaar van 2020 ter visie gelegd en in het voorjaar van 2021 vastgesteld, zodat deze in april 2021 in werking kan treden.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. uitvoering te geven aan beslispunt 2 van het besluit van 14 april 2020 om, bij uitstel van de invoering van de Omgevingswet met meer dan zes maanden, een Ontwerp Interim Omgevingsverordening te maken en deze in procedure te brengen;
    2. de statenbrief vast te stellen en inclusief bijlage ter kennisname toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 09

    Essentie / samenvatting:
    Ieder kwartaal wordt gerapporteerd over de voortgang van de realisatie van de Uithoflijn. Dit betreft de eerste kwartaalrapportage van 2020. Zoals afgesproken worden ook de ontwikkelingen gedeeld die na de sluiting van het kwartaal hebben plaatsgevonden.

    De inzet van tram 22 was vanwege de gevolgen van de Covid 19 pandemie - en de daardoor afwezige vervoersvraag - op vrijdag 20 maart 2020 gestaakt. Sinds 2 juni rijden de trams weer een normale dienstregeling met dubbele stellen.

    Sinds begin maart 2020 wordt er gereden met een frequentie van 12 keer per uur per richting, dus iedere 5
    minuten een tram. Inmiddels is aangetoond dat deze frequentie in de spits kan worden uitgebreid met twee extra ritten. Bij de start van het nieuwe collegejaar (september 2020) is de verwachting deze frequentie van 12 + 2 ritten per uur nodig te hebben (onder voorbehoud van het verdere verloop van de Corona maatregelen). De aantoning van 16 keer per uur per richting kan naar verwachting in oktober worden afgerond maar er dient rekening mee te worden gehouden dat als gevolg van de Corona maatregelen enige vertraging in de planning kan optreden.

    De praktijkervaringen van afgelopen maanden laten een gemiddelde rijtijd zien van 18,45 minuten tussen Utrecht Centraal en Utrecht Science Park, in plaats van de gewenste 17 minuten. Er wordt nog gewerkt aan een aantal optimalisaties om de rijtijd te verkorten. De aanschaf van 1 extra tram (2 tramstellen) lijkt een geschikte oplossing maar hiernaar vindt nog nader onderzoek plaats.

    In de weekenden wordt er onderhoud uitgevoerd en worden ook testen uitgevoerd. Naast het aantonen van een hogere frequentie wordt gewerkt aan het vervangen van de combideklaag in het Utrecht Science Park en een aantal voorzieningen met betrekking tot de zwerfstromen en de vervanging van de laatste isolerende rijdraad verbindingen. Ook zijn de voorbereidingen gestart voor de decharge van de projectorganisatie eind 2020.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de kwartaalrapportage werkend tramvervoerssysteem Uithoflijn over Q1 2020 vast te stellen;
    2. de Statenbrief vast te stellen en deze met de kwartaalrapportage toe te zenden aan Provinciale Staten, en gedeputeerde te mandateren na vaststelling kleine aanpassingen aan te brengen.

  • 12

    Essentie / samenvatting:
    Op 11 maart jongstleden is tijdens de kwartaalbijeenkomst organisatieontwikkeling toegezegd dat de Staten schriftelijk op de hoogte worden gebracht over de voortgang van de organisatieontwikkeling.
    Wij hechten belang aan de doorontwikkeling van de organisatie. Belangrijke opgaven daarbij zijn het op orde brengen en houden van de financiële functie, de overige organisatiebrede bedrijfsvoeringsprocessen en de capaciteit van de ambtelijke organisatie in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Accenten binnen de doorontwikkeling zijn het (waar nodig en passend) inzetten op de gewenste cultuur en blijvende aandacht voor integriteit. In het geval van het verbeterprogramma Versterking Financiële Functie worden de Staten per kwartaal over de voortgang geïnformeerd. Vanaf het derde kwartaal 2020 zal ook elke drie maanden actief worden geïnformeerd over de voortgang van het verbeterprogramma ‘bedrijfsvoeringsprocessen’.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief Voortgang organisatieontwikkeling en analyse vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 19A

    Essentie/ samenvatting:
    Op 10 december 2019 hebben Gedeputeerde Staten (GS) de gewijzigde “Beleidsregels intern en extern salderen” vastgesteld, die helpen om de vergunningverlening voor stikstof-gerelateerde activiteiten op gang te brengen. Deze beleidsregels zijn interprovinciaal afgestemd.

    Interprovinciaal en met het Rijk is besloten om de provinciale beleidsregels intern en extern salderen per 16 juni 2020 aan te passen voor de onderwerpen waarvoor dat per 16 juni 2020 mogelijk is. Dit betreft:
    - Technisch-juridische verbeterpunten (die in het afgelopen half jaar naar voren zijn gekomen)
    - Het stikstofregistratiesysteem (SSRS)
    - Warme sanering varkenshouderij (deelnemers mogelijkheid tot intern salderen geven)
    - Intern salderen i.r.t. gesloopte gebouwen
    Alle provincies hebben/zullen, afhankelijk van hun vergaderdatum, op 15 of 16 juni 2020 deze wijzigingen van de beleidsregels voor het intern en extern salderen vastgesteld/vaststellen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. tot vaststelling van de “Wijzigingsregeling van de Beleidsregels intern en extern salderen” van 16 juni 2020;
    2. de portefeuillehouder te machtigen tot het aanbrengen van tekstuele en redactionele wijzigingen;
    3. deze beleidsregels te publiceren in het Provinciaal Blad;
    4. de Statenbrief “Nieuwe beleidsregels intern en extern salderen” vast te stellen en aan Provinciale Staten toe te sturen