GS-Besluiten

dinsdag 13 oktober 2020 09:30 - 12:30
Locatie:
Microsoft- Teams vergadering
Voorzitter:
J.H. Oosters

Agendapunten

  • 00
  • 0.09.H

    Essentie / samenvatting:
    De provincie Utrecht stelt jaarlijks een publieke rapportage op over het Openbaar Vervoer. Deze rapportage gaat over de concessies waarvoor de provincie Utrecht concessieverlener is.
    In de rapportage over 2019 spelen de gevolgen van corona spelen nog geen rol. Erin is te lezen dat door instroom van nieuw materieel weer een stap is gezet naar emissieloos vervoer en dat het aantal reizigers flink gegroeid is naar 62,7 miljoen instappers (een plus van ruim 5%). Rituitval (met uitzondering van de SUNIJ-tram) en stiptheid ontwikkelen zich positief maar de doorstroming van de bus op de weg blijft een punt van aandacht. De reizigerswaardering is toegenomen, met name bij Syntus.
    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Jaar- en trendrapportage OV 2019 vast te stellen;
    2. de Statenbrief Jaar- en trendrapportage OV 2019 te verzenden;
    3. de Jaar- en trendrapportage OV 2019 op de provinciale website te plaatsen én te verspreiden onder relaties.


  • 0.10.H

    Essentie / samenvatting:
    Gedeputeerde Staten hebben op 23 juni 2020 een door het bedrijf A. van de Groep & Zonen B.V., Haringweg 27, Bunschoten, aangevraagde omgevingsvergunning op grond van de bevindingen van het BIBOB onderzoek, geweigerd. Het bedrijf heeft beroep aangetekend tegen dit besluit. Dit wordt op 15 oktober 2020 behandeld door de rechtbank Utrecht.
    Op 16 juli 2020 heeft de RUD Utrecht van het bedrijf een aanvulling op de betreffende aanvraag ontvangen.
    De RUD Utrecht heeft op 14 augustus 2020 ten onrechte een verzoek om aanvullingen aan het bedrijf gestuurd. Van een aanvulling kan echter geen sprake zijn door de eerdere afwijzing van de vergunningaanvraag. Het verzoeken om aanvulling van een afgewezen vergunningaanvraag kan tot de onterechte indruk leiden dat GS haar eerdere weigering zou heroverwegen.
    Het bedrijf is kort na het bekend worden van de RUD-brief van 14 augustus 2020 schriftelijk door de portefeuillehouder gewezen op het feit dat die brief als niet verzonden dient te worden beschouwd en dat een brief van Gedeputeerde Staten volgt. Deze brief van de portefeuillehouder is verzonden om het bedrijf zo snel mogelijk te informeren

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de brief van de RUD-Utrecht van 14 augustus 2020 in te trekken;
    2. kennis te nemen van de brief van portefeuillehouder Schaddelee aan A. van de Groep & Zonen B.V.;
    3. dit schriftelijk middels bijgevoegde brief aan Van de Groep mede te delen.


  • 0.19.H
  • 001
  • 01A
  • 05

    Essentie / samenvatting:
    Integraal risicomanagement gaat over het realiseren van doelen door het effectief en kosten-efficiënt omgaan met onzekerheden, risico’s en kansen. Integraal risicomanagement biedt hiermee kansen op sturing en versterkt het doelgericht, doeltreffend en doelmatig werken vanuit respectievelijk PS, GS en de ambtelijke organisatie. De provincie voert integraal risicomanagement uit door risicogestuurd werken: het uitvoeren van zes algemeen toepasbare risicostappen of drie risicovragen in alle bestaande processen, activiteiten, diensten, opgaven, programma's en projecten. Risicogestuurd werken vraagt om het ontwikkelen en tonen van risicoleiderschap van iedereen in de organisatie: bestuurders, managers en medewerkers.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het Kader integraal risicomanagement 2020 vast te stellen;
    2. de Kernnota weerstandsvermogen en risicobeheersing 2020 vast te stellen;
    3. hoofdstuk 2 Richtinggevend beleidskader van het Kader integraal risicomanagement 2020 ter besluitvorming toe te zenden aan PS;
    4. de Kernnota weerstandsvermogen en risicobeheersing 2020 ter besluitvorming toe te zenden aan PS;
    5. het statenvoorstel vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan PS;
    6. een technische toelichting over het Kader integraal risicomanagement 2020 te organiseren in de Financiële Auditcommissie;
    7. de vijf uitgangspunten voor het Uitvoeringskader vast te stellen:
    • integraal risicomanagement in de vorm van risicogestuurd werken is onderdeel van het reguliere werk;
    • risicogestuurd werken vereist dat alle werkprocessen worden ingericht op basis van een leercyclus;
    • risico-eigenaarschap en de verdeling van verantwoordelijkheden, taken en beslissings- bevoegdheden met betrekking tot integraal risicomanagement zijn uitgewerkt in verschillende rollen;
    • risico’s en kansen worden expliciet uitgesproken en afgewogen, waarna besluitvorming volgt over het al dan niet nemen van beheersmaatregelen op het daarvoor aangewezen sturingsniveau;
    • integraal risicomanagement gaat uit van het gerechtvaardigd vertrouwen in het inschattings-vermogen van professionals en het vermogen van de organisatie om te leren van gerealiseerde én gemiste kansen, waarbij transparantie en verantwoording daarbij essentieel zijn.


  • 06

    Essentie / samenvatting:
    Risicomanagement is in 2020 door de Gedeputeerde Staten gekozen als onderwerp van een jaarlijks
    onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. Dit onderzoek geeft inzicht in de opzet (richting) en werking (praktijk) van het risicomanagement. Daarnaast is het kader voor risicomanagement herijkt, in lijn met de onderzoeksbevindingen. Het hoger liggende doel van het onderzoek is om de organisatie in staat te stellen een impuls te geven aan een hoger (volwassenheids)niveau van risicomanagement. Essentieel hierbij is dat er in relatie tot risicomanagement een gezonde balans is in drie dimensies (methode, organisatie en de mens). Deze dimensies komen terug in alle stappen van het onderzoek. Van de drie dimensies staat vooral ‘de mens’ centraal in het evaluatiekader van het onderzoek. Uit de bevindingen blijkt dat er bij de provincie al een belangrijke basis aanwezig is voor de dimensies methode en organisatie. Het verder ontwikkelen van risicomanagement binnen de organisatie gaat om gedragsverandering.  Daarom wordt een ontwikkeltraject geadviseerd.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het rapport GS-onderzoek 2020 Risicomanagement (inclusief Managementreactie) vast te stellen;
    2. de statenbrief vast te stellen en ter informatie toe te zenden naar Provinciale Staten;
    3. de aanbiedingsbrief vast te stellen en ter informatie toe te zenden naar de Randstedelijke Rekenkamer.


  • 08

    Essentie / samenvatting:
    De provincie Utrecht heeft met betrekking tot de energietransitie verschillende doelstellingen voor de korte (2023) middellange (2030) en lang termijn (2040) geformuleerd. Het realiseren van deze doelstellingen is een gezamenlijke opgave waarvoor de inzet van de rijksoverheid, gemeenten en andere partijen uit het Klimaatakkoord randvoorwaardelijk is.

    Er is onderzocht hoe deze doelstellingen zich tot elkaar verhouden en hoe monitoring van de doelstellingen kan worden ingericht. Het onderzoek laat zien dat, bij realisatie van de concept RES-boden en de overige maatregelen uit het Klimaatakkoord, de afname van de CO2-uitstoot in 2030 in lijn is met de nationale doelstelling van 49% waaraan de provincie Utrecht zich gecommitteerd heeft. Energiebesparing en productie van duurzame energie blijven achter bij de doelstellingen in het Coalitieakkoord (respectievelijk 9% en 16% in 2023) en energieneutraliteit zal ook in 2040 nog een stip op de horizon zijn.

    De uitkomsten van het onderzoek geven aanleiding om de doelstellingen te herformuleren zodat ze beter aansluiten bij de landelijke doelstellingen in het Klimaatakkoord en bij de mate waarin de provincie de realisatie van de doelstellingen kan beïnvloeden. Uitgangspunt hierbij is dat wordt vastgehouden aan het huidige ambitieniveau. In aansluiting op het Klimaatakkoord beteken dit dat we onze ambitie verbreden naar andere sectoren dan alleen energie.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van het onderzoek ‘Scenario’s voor energievraag en energieaanbod en doelstellingen’ (Ecorys en TNO, oktober 2020) en het rapport ‘Uitwerking voortgangsmonitor provincie Utrecht’ (Ecorys en TNO, oktober 2020).
    2. dat zij naar aanleiding van het onderzoek voornemens zijn:
    • de ambitie ‘energieneutraal in 2040’ te herformuleren naar ‘zo spoedig mogelijk, uiterlijk in 2050 CO2-neutraal’ en hier bij de Omgevingsvisie aan Provinciale Staten een voorstel voor te doen.
    • de doelstelling voor het aandeel duurzame opwekking van energie (16% in 2023) te herformuleren naar een doelstelling voor het aandeel duurzame opwekking van elektriciteit (55% in 2030) en hier bij de Zomernota 2021 aan Provinciale Staten een voorstel voor te doen.
    • de doelstelling voor energiebesparing (9% in 2023) te herformuleren naar een doelstelling voor reductie van het energiegebruik per inwoner van gemiddeld 1,5% per jaar tot 2030.
    • om komend jaar te onderzoeken welke klimaatdoelstellingen er voor andere sectoren dan energie haalbaar zijn en passend bij het ambitieniveau van het Klimaatakkoord en het Coalitieakkoord.
    3. de statenbrief ‘uitkomsten onderzoek scenario’s en monitoring energietransitie provincie Utrecht’ vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.


  • 11

    Essentie / samenvatting:
    Het regionale aanbod aan het toekomstige kabinet (Utrechts Aanbod) is de regionale lobby-agenda voor de komende kabinetsperiode richting het Rijk. Het beschrijft op de thema’s Werken, Wonen, Bereikbaarheid en Klimaat & Energie a) hoe de regio Utrecht grote maatschappelijke vraagstukken kan helpen oplossen; b) wat de regio daarvoor in huis heeft en/of al voor doet en c) wat de regio daarvoor nog nodig heeft van het kabinet. Het college wordt gevraagd in te stemmen met het vrijgeven van dit tweede concept-Aanbod voor commentaar aan de regionale partners (gemeenten, regio’s, waterschappen, maatschappelijk middenveld, geselecteerde bedrijven en kennisinstellingen).

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten het concept-Utrechts Aanbod en het bijbehorende communicatieplan vast te stellen.


  • 12

    Essentie / samenvatting:
    Op 31 december 2020 loopt de cao provinciale sector af. De bestuurlijke onderhandelingsdelegatie (BOD) van de provincies (GS en PS) vraagt mandaat voor de onderhandelingen met de vakbonden voor een nieuwe provinciale cao. Als kader voor de onderhandelingen gelden de vastgestelde Werkgeversvisie 2025 en in aanvulling daarop de visie op tijd- en plaatsbewust (TPBW) werken – deze zijn eerder door GS bevestigd.
    Door de BOD wordt voorgesteld een beleidsarme cao af te sluiten. Dit vanwege Covid 19 en de crisismaatregelen die ermee samenhangen. En in recente cao’s is veel nieuw beleid afgesproken, dat dient nog (verder) tot wasdom te komen. Beleidsinhoudelijk wordt voorgesteld afspraken te maken over:
    1. Verruiming van mogelijkheden voor verlofsparen van één naar twee jaar conform het pensioenakkoord.
    2. Afspraken over tijd- en plaatsbewust werken. De arbo werkplekcomponent ligt vast in de wet en wordt al ingevuld. Er wordt voorgesteld om een eventuele financiële vergoeding voor thuiswerken op cao-niveau af te spreken en te bekostigen uit de loonruimte.
    NB een vergoeding wordt het liefst voorkomen, door een voorstel af te spreken naar een studie voor hybride werken in het post-coronatijdperk.
    Het gevraagde onderhandelingsmandaat door de BOD bestaat uit drie delen
    1. Herbevestiging van de Werkgeversvisie 2025 en als addendum daarop de visie TPBW, als basis/kader voor te maken cao-afspraken.
    2. Een beleidsarme cao met een looptijd van één jaar.
    3. Met loonruimte conform de maximale ruimte in de ruimtebrief en rekening te houden hierbinnen met de kosten van de pensioenpremiestijging per 1 januari 2021 en kosten van een eventuele vergoeding voor meerkosten door thuiswerken.
    Mocht er op 1 januari 2021 geen nieuwe cao zijn dan wordt de cao 2020 met een jaar verlengd en expireert deze verlengde looptijd op het moment dat er wel sprake is van een vastgestelde cao.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de IPO-bestuurder namens de Provincie Utrecht te mandateren op 29 oktober 2020 in te stemmen met onderhandelingsmandaat cao 2021 aan de BOD.


  • 13

    Essentie / samenvatting:
    Jaarlijks, na het zomerreces, stellen Gedeputeerde Staten (GS) een jaarplanning vast voor de GS vergaderingen van het daaropvolgende jaar. Hierbij wordt rekening gehouden met schoolvakanties.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de jaarplanning GS 2021, inclusief recesperiodes van GS, vast te stellen.


  • 14

    Essentie / samenvatting:
    Gedeputeerde Staten hebben in 2017 aan een recreatiebedrijf in Zegveld een preventieve last onder dwangsom opgelegd ter voorkoming van nieuwe (reclame)overtredingen in relatie tot de Verordening natuur en landschap provincie Utrecht 2017 (Vnl). In februari 2020 is vastgesteld dat het bedrijf na 23.00 uur niet toegestane gevelverlichting toepaste. De daarmee verbeurde last onder dwangsom ad € 1.000,- is ingevorderd. Tegen dat besluit is bezwaar gemaakt. De Awb-adviescommissie van GS en PS is het (op basis van het opgemaakte controlerapport + de foto’s) niet eens met de bezwaren. Geadviseerd wordt om de bezwaren als ongegrond aan te merken. Gedeputeerde Staten besluiten het advies van de Awb-adviescommissie over te nemen en de bestreden invorderingsbeschikking in stand te laten.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het bezwaarschrift tegen de invorderingsbeschikking ongegrond te verklaren;
    2. de bestreden invorderingsbeschikking d.d. 10-03-2020 niet te herroepen;
    3. de beslissing op bezwaar vast te stellen, te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS van 21 september 2020.


  • 14A

    Essentie / samenvatting:
    Naar aanleiding van de berichtgeving en statenbrief over de vergoedingen over de dubbele woonlasten van gedeputeerde Strijk worden maatregelen genomen om het declaratieproces (nader) te borgen. Dit wordt al gedaan voorafgaand op de (uitkomsten en adviezen van) het externe onderzoek naar GS declaraties.
    Dit bestaat uit de volgende drie maatregelen:
    1. Instellen van een GS-mailbox waar alle declaraties naartoe worden gestuurd. Uiteindelijke parafering van de declaraties vindt plaats door de voorzitter van het college en provinciesecretaris.
    2. Er wordt gewerkt aan een duurzame borging van het GS-declaratieproces in de bedrijfsvoeringssystemen, waarbij de mogelijkheden van een app nadrukkelijk wordt verkend. Ook in dit proces geven voorzitter van het college en/of provinciesecretaris een uiteindelijke digitale paraaf.
    3. Vanuit het domein Bedrijfsvoering is een GS-accounthouder aangesteld. Deze functionaris neemt ieder kwartaal met elk GS-lid, Commissaris en provinciesecretaris alle afgehandelde, lopende en/of te verwachten declaraties door en indien nodig worden andere bedrijfsvoering zaken doorgenomen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief (tijdelijke) beheersmaatregelen declaratieproces Gedeputeerde Staten vast te stellen en aan Provinciale Staten te versturen


  • 15

    Essentie / samenvatting:
    Voormalig gedeputeerde Straat trad formeel af op 5 juni 2019 om op 12 augustus 2019 waarnemend burgemeester te worden van de gemeente Landsmeer. In oktober 2019 is er een declaratie door de heer Straat ingediend voor een re-intergratietraject. Hierover heeft Statenlid de heer Dercksen (PVV) volgens de procedure van artikel 47 RvO vragen gesteld.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Regelement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid Dercksen van de PVV betreffende declaratie de heer Straat (d.d. 21-09-2020) vast te stellen en te verzenden.