GS-Besluiten

vrijdag 4 september 2020 14:00 - 15:00
Locatie:
Digitale ronde
Voorzitter:
J.H. Oosters

Agendapunten

  • 01
  • 02

    Essentie / samenvatting:
    Op 17 maart hebben Gedeputeerde Staten (GS) de Ontwerp Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Utrecht en het bijbehorende milieueffectrapport vastgesteld. Begin april zijn deze documenten zowel in de online viewer voor digitale plannen, als in pdf-vorm beschikbaar gesteld op de provinciale website.
    Op 1 april heeft de minister voor Milieu en Wonen in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld. Op 20 mei heeft de minister bekend gemaakt dat het uitstel een jaar betreft. De nieuwe invoeringsdatum van de Omgevingswet wordt daarmee 1 januari 2022.
    Omdat het wenselijk is om het gedachtengoed uit de Ontwerp Omgevingsvisie en -verordening zo snel als mogelijk in werking te laten treden, geven GS uitvoering aan hun besluit van 14 april jl. om, indien de invoering van de Omgevingswet uitgesteld wordt met meer dan 6 maanden, een aangepaste versie van de Ontwerp Omgevingsverordening te maken en deze in procedure brengen. In deze Interim Omgevingsverordening zijn de regels uit de Ontwerp Omgevingsverordening omgezet naar regels gebaseerd op de huidige wetten. De Ontwerp Interim Omgevingsverordening wordt samen met de Ontwerp Omgevingsvisie en het milieueffectrapport van 22 september tot 2 november ter inzage gelegd.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Ontwerp Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vast te stellen;
    2. de Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht (met planidentificatienummer NL.IMRO.9926.2020OWVISIE-OW01), de Ontwerp Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (met planidentificatienummer NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-OW01) en het planMER Omgevingsvisie provincie Utrecht ter inzage te leggen van 22 september t/m 2 november 2020;
    3. de statenbrief vast te stellen en met bijlagen betreffende de Ontwerp Interim Omgevingsverordening ter kennisname toe te zenden aan Provinciale Staten;
    4. portefeuillehouder Van Essen tot de start van de terinzagelegging mandaat te verlenen tot het aanbrengen van redactionele wijzigingen in de onder beslispunten 1 en 3 genoemde documenten.