GS-Besluiten

dinsdag 10 november 2020 09:30 - 12:30
Locatie:
Microsoft- Teams vergadering
Voorzitter:
J.H. Oosters

Agendapunten

  • 00
  • 0.11.H

    Essentie / samenvatting:
    In Amersfoort ontwikkelt zich een bijzonder gebied: Langs Eem en Spoor. Met de herontwikkeling van dit gebied langs de Eem en het spoor wil gemeente Amersfoort de komende tien jaar een uniek stedelijk gebied toevoegen, grenzend aan de binnenstad en NS-station Amersfoort. Een woon-werk-recreatieplek waar aandacht is voor een groot aantal woningen (circa 3.000-4.000 tot 2030 waarvan 55% sociale en middelsegment), werken, openbare ruimte en duurzaamheid. Op 5 maart 2019 heeft de provincie Utrecht besloten een intentieovereenkomst aan te gaan met de gemeente Amersfoort als opmaat naar een langjarige samenwerking rond de transformatie en integrale herontwikkeling van Langs Eem en Spoor. Binnen de totale ontwikkeling van Langs Eem en Spoor kan de provincie nu op een deelproject ondersteuning bieden bij het weghalen van een grote barrière in de gebiedsontwikkeling: verplaatsing van het ROVA milieubrengstation en het regionaal overslagcentrum Amersfoort (samen de ROVA). Vanuit de provincie wordt voor verplaatsing van de ROVA €2 miljoen bijgedragen vanuit het Integraal Gebiedsontwikkeling Programma (IGP-investeringsbudget), hiervoor is een besluit van PS nodig. Dit voorstel bevat het IGP-realisatieplan dat na goedkeuring van GS aan de Staten moet worden voorgelegd.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het IGP-realisatieplan Gebiedsontwikkeling Langs Eem en Spoor/Kop van Isselt vast te stellen;
    2. het statenvoorstel IGP-realisatieplan Gebiedsontwikkeling Langs Eem en Spoor/Kop van Isselt vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten. Provinciale Staten wordt gevraagd om definitief € 2 miljoen van de nog bestaande IGP-reserve vast te leggen voor het project Langs Eem en Spoor/ Kop van Isselt. Zodra de subsidie-aanvraag van de gemeente Amersfoort voor de verplaatsing van de ROVA is gehonoreerd, wordt de onttrekking uit de reserve via de planning- en controlcyclus 2021 of 2022 verder geformaliseerd;
    3. de portefeuillehouder Binnenstedelijke Ontwikkeling en Wonen te mandateren tot het aangaan, vaststellen en ondertekenen van een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Amersfoort voor de gebiedsontwikkeling Langs Eem en Spoor, als vervolg op de in 2019 gesloten intentieovereenkomst.

  • 0.20.H

    Essentie / samenvatting:
    Voor de eerste tranche (2020) van het Steunpakket Cultuur en Erfgoed zijn door de provincie 3 regelingen ontwikkeld:
    - Opstartregeling (€150.000)
    - Co-financieringsregeling OCW (€ 1,5 miljoen)
    - Overbruggingsregeling (€ 2 miljoen)
    Daarnaast participeert de provincie in een regionaal innovatiefonds. Het totale budget van dit fonds is voor 2020 en eerste helft 2021 is € 500.000. De bijdrage van de provincie is € 175.000, de bijdrage van de andere partners van het fonds is € 325.000. Het budget wordt verdeeld over twee tranches van € 225.000 in 2020 en in de eerste helft 2021 en € 50.000 overheadkosten.
    Inmiddels zijn de provinciale regelingen en de eerste tranche van het innovatiefonds gesloten en komt er zicht op de overvraag en ondervraag. Er is een ondervraag is op de overbruggingsregeling en een overvraag op de opstartregeling. Voor het innovatiefonds is er ook een overvraag en zijn tevens de kosten hoger uitgevallen. Het voorstel is nu om het subsidieplafond van de opstartregeling op te hogen met € 14.000. Daarnaast is het voorstel om het budget voor het innovatiefonds te verhogen met € 150.000, waarvan de provincie € 50.000 bijdraagt en € 100.000 is toegezegd door de andere partners van het fonds. Door de ondervraag op de overbruggingsregeling, passen deze aanpassingen binnen het bedrag van € 4 miljoen dat voor 2020 was begroot voor het steunpakket. Er wordt op deze manier geanticipeerd op de situatie.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het wijzigingsbesluit Opstartregeling voor cultuur- en erfgoedinstellingen in het kader van de Coronacrisis provincie Utrecht, geregistreerd onder nummer 821A2B40, vast te stellen en te publiceren in het provinciaal blad;
    2. akkoord te gaan met de verhoging van de provinciale bijdrage aan het innovatiefonds met € 50.000.

  • 0.21.H

    Essentie / samenvatting:
    De ‘Regeling specifieke uitkering flexibele inzet woningbouw’ is door het ministerie van Binnenlandse Zaken opengesteld. De minister van BZK verstrekt op aanvraag van gedeputeerde staten een eenmalige specifieke uitkering aan de provincie voor de financiering van de bundeling van flexibele inzet van expertise en capaciteit. Deze wordt in organisaties van provincie, gemeenten of waterschappen ingezet door de provincie ter bevordering van de snelheid in de voorfase van de woningbouw. Dit gebeurt door middel van het bieden van ondersteuning en expertise ten behoeve van: a. de vergunningverlening van woningbouwprojecten; b. het uitwerken van een woningbouwproject; c. het sluiten van anterieure overeenkomsten met marktpartijen; of d. het opstellen van een bestemmingsplan en het doorlopen van de bijbehorende procedure.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de aanvraag voor ‘Regeling specifieke uitkering flexibele inzet woningbouw’ in te dienen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.

  • 0.24.H

    Essentie / samenvatting:
    Naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is op 9 juli 2020 een Wob-besluit genomen om de opgevraagde informatie gedeeltelijk openbaar te maken. Het Wob-verzoek betreft documenten die betrekking hebben op de ontwerpen en voorkeursvarianten voor de N201. Degene die het verzoek heeft ingediend heeft dit namens de dorpsraad Loenersloot gedaan. De verzoeker heeft bezwaar aangetekend tegen de weigering een deel van de informatie openbaar te maken. Hierover is een hoorzitting geweest en de Awb adviescommissie van PS en GS heeft advies uitgebracht aan GS. Dit advies is om de bezwaren en de klachten ongegrond te verklaren en het bestreden besluit niet te herroepen. Dit advies is in de beslissing op bezwaar overgenomen.
    Daarnaast heeft er, tevens op advies van de Awb adviescommissie, reeds een overleg plaatsgevonden met de vertegenwoordiging van de dorpsraad Loenersloot. Hierin is afgesproken om in november een bijeenkomst te organiseren met de dorpsraad en de provincie Utrecht om dieper in te gaan op de modelering en de wijze waarop de gekozen maatregelen tot stand zijn gekomen. Deze uitnodiging is reeds verstuurd.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het bestreden besluit niet te herroepen;
    2. voor de motivering van de beslissing op bezwaar, met toepassing van artikel 3:49 van de Awb, te verwijzen naar het advies van de Awb adviescommissie van 12 oktober 2020 en naar de motivering zoals opgenomen in de beslissing op bezwaar zelf.

  • 03

    Essentie / samenvatting:
    Het regionale aanbod aan het toekomstige kabinet (Utrechts Aanbod) is de regionale lobby-agenda voor de komende kabinetsperiode richting het Rijk. Het beschrijft op de thema’s Werken, Wonen, Bereikbaarheid, Natuur & Recreatie en Klimaat & Energie a) hoe de regio Utrecht grote maatschappelijke vraagstukken kan helpen oplossen; b) wat de regio daarvoor in huis heeft en/of al voor doet en c) wat de regio daarvoor nog nodig heeft van het kabinet.
    Het college wordt gevraagd in te stemmen met de manier waarop het commentaar van regiopartners (gemeenten, regio’s, waterschappen, maatschappelijk middenveld, geselecteerde bedrijven en kennisinstellingen) in deze versie is verwerkt en het stuk vrij te geven voor vaststelling in de bestuurlijke Kopgroep.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de oplegnotitie commentaren regiopartners en de wijze waarop de commentaren zijn verwerkt;
    2. het Utrechts Aanbod – lobbyboodschappen vast te stellen;
    3. het Utrechts Aanbod – bijlage vast te stellen.

  • 05

    Essentie / samenvatting:
    De Regio Amersfoort en provincie Utrecht hebben samen het initiatief genomen om een Ontwikkelbeeld regio Amersfoort 2030-2040 op te stellen. Dit Ontwikkelbeeld levert een perspectief op voor de doorontwikkeling van de Amersfoortse regio op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid en leefbaarheid tot 2040. De samenwerkende partijen hebben fase 1 van dit proces, bestaande uit een analyse van de ‘Urgentie en opgaven’ en het afwegingskader, onlangs afgerond. Deze producten vormen het vertrekpunt voor de verdere uitwerking, in eerste instantie in de vorm van verschillende scenario’s voor verstedelijking. Het afwegingskader formuleert de belangrijkste doelen en is in lijn met de doelen zoals die in de Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht (d.d. 17-03-2020) zijn gesteld. De effecten van de verschillende scenario’s voor de groei van de regio Amersfoort worden op basis van het afwegingskader bepaald. Op basis van de effecten worden de bouwstenen van de verschillende scenario’s ten opzichte van elkaar vergeleken en wordt de informatie verkregen om te komen tot een gezamenlijk ontwikkelbeeld.
    Provinciale Staten worden gevraagd om de analyse ‘Urgentie en opgaven’ en  et afwegingskader vast te stellen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van het rapport ‘Urgentie en opgaven Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2030-2040’ en het ‘Afwegingskader Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2030-2040’;
    2. het Statenvoorstel ‘Uitgangspunten Ontwikkelbeeld regio Amersfoort 2030-2040’ vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 06

    Essentie / samenvatting:
    Met bijgaande brief worden de staten geïnformeerd over de inzet van de provincie Utrecht in het bestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT). Ook de Utrechtse gemeenteraad en de U10 gemeenteraden worden met een gelijke strekking geïnformeerd voorafgaand aan het BO MIRT.
    Dit BO MIRT staat in het teken van de laatste begroting van dit kabinet. Er worden geen nieuwe financiële afspraken met IenW verwacht. Wel is de positionering van de maatschappelijke opgaven in de Utrechtse regio van belang als positionering voor het nieuwe kabinet. Als regio hebben is een “Utrechts aanbod” voor het nieuwe kabinet opgesteld die bij de bewindspersonen onder de aandacht gebracht wordt.
    In het bestuurlijk overleg MIRT van 25 november 2020 staat o.a. verstedelijkingsperspectief van de MRU op de agenda. Dit in de vorm van een besluit tot vaststelling van het rapport “Utrecht Nabij”. Ook worden de uitkomsten van de nationale studie naar Toekomstbeeld ov (TBOV) besproken.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het rapport “Utrecht Nabij”: het ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid voor de Metropoolregio Utrecht 2040, met een doorkijk naar 2050 vast te stellen;
    2. het participatieplan voor de MIRT Verkenning OV en Wonen vast te stellen;
    3. kennis te nemen van inzichten U Ned studie doortrekken Uithoflijn naar Zeist en Amersfoort;
    4. de Statenbrief ; Inzet BO MIRT 2020’ vast te stellen en deze ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten;
    5. gedeputeerden Mobiliteit en Ruimtelijke Ontwikkeling te mandateren om tekstuele aanpassingen te doen in de statenbrief ten einde een regionaal afgestemde statenbrief te kunnen versturen;
    6. een bijdrage van totaal € 2 mln  ter beschikking te stellen voor te maken afspraken in het BO MIRT met betrekking tot U Ned;
    7. gedeputeerden Mobiliteit en Ruimtelijke Ontwikkeling te mandateren na het BO MIRT de staten te informeren over afspraken met het Rijk n.a.v. de brief aan de Tweede Kamer;
    8. gedeputeerde Mobiliteit en gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling te mandateren na het BO MIRT een persbericht uit te laten gaan over de gemaakte afspraken.

  • 09

    Essentie / samenvatting:
    De beleidsvisie en de uitvoeringsagenda Circulaire Samenleving beschrijven respectievelijk de lange termijn ambitie en de concrete stappen op korte termijn die de provincie zet om de transitie naar een circulaire samenleving te stimuleren. Dat kunnen we niet alleen. Daarom vinden we het van groot belang dat PS en de samenwerkingspartners deze 90% versie kunnen verrijken. Hiermee streven een groot draagvlak voor onze visie na. Met die visie en uitvoeringsagenda wordt invulling gegeven aan de circulaire ambities in het coalitieakkoord 2019-2023 ‘Nieuwe energie voor Utrecht’. De provincie werkt daarin opgave-gestuurd.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de statenbrief en de 90% versie van de beleidsvisie ‘Circulaire Samenleving 2050’ vast te stellen met daarin de volgende uitgangspunten:
    a. De transitie naar een circulaire samenleving vraagt om een fundamentele verandering in de productie en het gebruik van goederen en diensten in de samenleving;
    b. Deze systeemverandering is een transitie-proces van vele (tientallen) jaren;
    c. Met de transitie naar circulariteit streeft de provincie naar:
    I. Het verbeteren van de leveringszekerheid van producten, componenten en materialen;
    II. Het verminderen van de milieudruk van materiaalgebruik;
    III. Het ontwikkelen van een toekomstgerichte regionale economie.
    d. De Provincie Utrecht stelt zich ten doel dat de productie en het gebruik van goederen en diensten in de provincie in 2050 volledig circulair is door in te zetten op:
    I. Het reduceren van de winning van grondstoffen;
    II. Het optimaal (her)gebruiken en behouden van reeds beschikbare materialen en producten;
    III. Het voorkomen van afval.
    e. Voor de eigen provinciale organisatie betekent onze ambitie dat we bij alle beleidsterreinen bekijken hoe we middels inkopen, subsidievoorwaarden, beleid, lobby, monitoring, en/of regelgeving maximaal kunnen bijdragen aan de transitie naar een circulaire samenleving
    f. Voor de provincie als middenbestuur betekent onze ambitie dat we de komende jaren inzetten op;
    I. Agendering, kennisdeling, ondersteuning en stimulering van de bewustwording van de transitie naar een circulaire samenleving bij decentrale overheden, stichtingen en kennisinstellingen in onze provincie;
    II. Bundeling van inkoopkracht en harmonisatie van inkoop- en subsidievoorwaarden met de gemeenten en waterschappen in onze provincie;
    III. Agendering, kennisdeling, ondersteuning en stimulering van de bewustwording van de transitie naar een circulaire economie bij ondernemers en andere private organisaties.
    g. Voor de uitvoering van monitoring en het ondersteunen van de beleidsthema’s is voor de concernbrede opgave in 2021 € 300.000 opgenomen in de begroting. Voor de daaropvolgende jaren ontvangt PS een voorstel bij de Kadernota 2022-2025.
    2. de 90% versie van de beleidsvisie ‘Circulaire Samenleving 2050’ ter bespreking toe te sturen aan Provinciale Staten;
    3. Provinciale Staten te vragen om hun input voor de beleidsvisie met ons te delen ten behoeve van de afronding en vaststelling van de beleidsvisie in het eerste kwartaal van 2021;
    4. enkele externe partners te vragen om input te leveren op de 90% versie van de beleidsvisie ten behoeve van de afronding en vaststelling van de beleidsvisie in het eerste kwartaal van 2021;
    5. de Uitvoeringsagenda ‘Circulaire samenleving 2021-2023’ vast te stellen en deze ter kennisgeving toe te sturen aan Provinciale Staten.

  • 10

    Essentie/ samenvatting:
    Het inpassingsplan maakt het realiseren van een spooronderdoorgang en verlegging van de N226 bij de kern Maarsbergen, op het grondgebied van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, planologisch en juridisch mogelijk. Dit vormt een onderdeel van het project “Spooronderdoorgang N226 Maarsbergen”. Met het project wordt bij 40 nabijgelegen woningen de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer niet behaald. Een verkenning naar geluidsreducerende maatregelen heeft dit niet weten weg te nemen. Hiervoor is het noodzakelijk om hogere grenswaarden vast te stellen. De geluidsbelasting blijft onder de maximaal toelaatbare geluidbelasting uit de Wet geluidhinder.
    Het inpassingsplan heeft als ontwerp ter inzage gelegen. Dit heeft geleid tot enkele kleine aanpassingen op onderdelen. Het (gewijzigde) inpassingsplan ligt nu voor ter vaststelling bij PS. Naast het inpassingsplan zal ook het definitieve besluit hogere waarden Wet geluidhinder gepubliceerd worden.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. hogere waarden voor 40 woningen vast te stellen conform het hiertoe opgestelde Besluit hogere waarden Wet geluidhinder;
    2. in te stemmen met de zienswijzennota Spooronderdoorgang N226 Maarsbergen;
    3. het inpassingsplan 'Spooronderdoorgang N226 Maarsbergen’, zoals vervat in de bestandenset met planidentificatie: NL.IMRO.9926.IP1709N226Maarsber-VA01, gewijzigd vast te stellen;
    4. het inpassingsplan conform artikel 3.8 Wro te publiceren;
    5. het statenvoorstel vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten samen met het inpassingsplan en de zienswijzennota;
    6. het persbericht vast te stellen;
    7. de omwonenden, maatschappelijke organisaties en belangenbehartigers te informeren over de vaststelling per e-mailbericht en facebookbericht.

  • 12

    Essentie / samenvatting:
    Met dit B-stuk en bijgaande Statenbrief worden GS en PS geïnformeerd over de ontwikkelingen en vorderingen op het gebied van informatieveiligheid en privacy gedurende de eerste helft van 2020.
    Het algemene beeld uit de voortgangsrapportage over de eerste helft van 2020 is dat er milde vooruitgang wordt geboekt. Dit betekent dat er kleine, maar cruciale stappen zijn gezet die een verdere verbetering in de komende periode mogelijk maken. Het team is versterkt met een aantal vaste professionals die de organisatie ondersteunen bij het inzichtelijk maken van de risico’s en benodigde maatregelen, er is een programmaplan en er zijn financiële middelen vrijgemaakt. Daarnaast is met de genoemde interventie de bestuurlijke en ambtelijke aansturing op het verbeterprogramma vastgesteld. Het onderwerp is tenslotte herhaaldelijk op de managementtafel onder de aandacht gebracht en er is een bewustwordingscampagne gestart.
    Geconstateerd wordt ook dat er nog veel werk te doen is. De organisatie voldoet nu nog niet aantoonbaar aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO). De omgang met informatieveiligheid en privacy wordt gekenmerkt als ad hoc en initieel (niveau 1). Het bewustzijn in de organisatie moet verder groeien zodat de voorschriften rondom de verwerking van informatie in het dagelijks werk in acht worden genomen. Naast het gedrag van de medewerkers zijn ook randvoorwaardelijke zaken zoals (technische) procedures en centrale sturing van belang.
    Onlangs heeft de Functionaris Gegevensbescherming (FG) zijn jaarlijkse rapportage opgeleverd over de wijze waarop de provincie Utrecht omgaat met privacy en persoonsgegevens. De conclusie van de FG is in lijn met de analyse ten aanzien van het programma Informatieveiligheid en Privacy: de basis is ingericht, maar moet verder gaan beklijven binnen de organisatie om te gaan voldoen aan de voorschriften uit de AVG en de BIO.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de voortgang van het programma IV&P in de eerste helft van 2020;
    2. de statenbrief “Voortgang IV&P eerste helft 2020” vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 13

    Essentie/samenvatting:
    De afgelopen periode is de behoefte gebleken om het Protocol geheimhouding GS en PS (hierna te noemen: het Protocol) op essentiële punten zodanig te wijzigen, dat het meer toegesneden is op de huidige praktijk. Het huidige Protocol bevat de regels over het opleggen, bekrachtigen en opheffen van geheimhouding op stukken Daarnaast bevat het ook regels over hoe in de praktijk moet worden omgegaan met beslotenheid van vergaderingen, de verslagen van de vergaderingen en de genomen besluiten. De uitwerking van genoemde onderwerpen in dit Protocol geldt zowel ten aanzien van GS als PS, die allebei een eigen Reglement van Orde kennen. Voorgesteld wordt het Protocol te wijzigen met name om de volgende redenen:
    • Het huidige Protocol is niet toegesneden op het beheer van digitale stukken waarop geheimhouding rust.
    • In het huidige Protocol is het mondeling delen van informatie onder geheimhouding niet geregeld.
    In het nieuwe, vast te stellen, Protocol wordt hier in voorzien in de art. 8 en 9 (digitale stukken) en de art. 29 t/m 35 (geheime mondelinge informatie).
    Naast enkele redactionele wijzigingen betreffen de voorgestelde wijzigingen de volgende onderdelen:
    H1; art.3 toegevoegd; H2: art, 7 8 en 9 gewijzigd/aangevuld; H3: onderdeel B. toegevoegd (art. 29/ t/m 35) In de bijlage: art. 2:5 Awb en art. 272 Sr. toegevoegd.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. voor zover het haar eigen bevoegdheden betreft en onder voorbehoud van vaststelling van het concept Protocol door PS; het voorliggende Protocol vast te stellen;
    2. voor zover het haar eigen bevoegdheden betreft en onder voorbehoud van vaststelling van het voorliggende Protocol en intrekking van het huidige Protocol door PS; het huidige Protocol in te trekken;
    3. kennis te nemen van de omstandigheid dat het voorliggende Protocol, door de Statengriffie ter besluitvorming in PS wordt gebracht.

  • 14

    Essentie / samenvatting:
    Voor de concessie Tram en Bus Regio Utrecht en de concessie Streekvervoer Provincie Utrecht geldt dat  minimaal één keer per jaar een vervoerplan wordt opgesteld door de concessiehouders (U-OV en Syntus) in overleg met de provincie.
    Vanwege de coronacrisis en de impact daarvan op het openbaar vervoer is het proces van opstellen van de vervoerplannen 2021 anders dan gebruikelijk. Sinds de start van de crisis in maart jl. zijn er meerdere aanpassingen gedaan in de dienstregeling 2020 als gevolg van fors verminderd gebruik van OV en afspraken met het Rijk. Door de fors teruggelopen vraag rijden er veel bussen vrijwel leeg rond. Dit heeft grote financiële gevolgen voor zowel vervoerders als provincie. De verwachting is dat de reizigersinkomsten de komende jaren lager zullen blijven dan voor de crisis. Om de continuïteit van het OV te waarborgen wordt een pakket van maatregelen voorbereid, zoals een verlenging van de lopende concessies en een verbetering van de efficiency door nauwere samenwerking van beide vervoerbedrijven. Maar daarnaast zijn aanpassingen van de dienstregeling onoverkomelijk. Met vervoerbedrijven U-OV en Syntus is, in afstemming met het Rijk, afgesproken om voor 2021 een vervoerplan op te stellen met een afschaling van de dienstregeling van 8%. Dit vervoerplan kan indien nodig halverwege 2021 worden bijgesteld vanwege corona-ontwikkelingen.
    Voor beide conceptvervoerplannen is vanwege de krappe planning aan de kant van de vervoerders een minimaal consultatieproces doorlopen met een ROCOV-advies en een informatiesessie voor gemeenten. Gemeentes hebben suggesties voor de dienstregeling door kunnen geven binnen een week na de informatiesessie. Op formeel verzoek van U10 is deze periode met een week verlengd. Vanwege de krappe planning konden reizigers ditmaal niet de gelegenheid worden geboden om te reageren op de voorstellen. De reacties van het ROCOV en gemeenten zijn meegenomen in het definitief maken van de vervoerplannen. De dienstregeling 2021 zal ingaan op 3 januari 2021.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het U-OV Vervoerplan 2021 en Syntus Vervoerplan 2021 vast te stellen;
    2. de brieven “Vaststelling U-OV Vervoerplan 2021” en “Vaststelling Syntus Vervoerplan 2021” vast te stellen en te verzenden;
    3. de reactiebrief op de inhoudelijke U10-brief en de inhoudelijke reactiebrieven op de afzonderlijke brieven van Houten en Vijfheerenlanden vast te stellen en te verzenden (alle drie zijn op 15 oktober jl. namens GS eerst procesmatig beantwoord);
    4. de statenbrief vast te stellen en deze met beide vervoerplannen ter informatie toe te zenden aan de staten.

  • 15

    Essentie / samenvatting:
    De rijksoverheid stelt voor de periode vanaf 1 maart 2020 tot 1 juli 2021 een beschikbaarheidsvergoeding Openbaar Vervoer beschikbaar aan de vervoerders, genaamd ‘”Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020” (BVOV 2020). Deze beschikbaarheidsvergoeding compenseert grotendeels de gederfde reizigersinkomsten van de vervoerders als gevolg van de sterk terugvallende reizigersopbrengsten door Covid-19. Deze beschikbaarheidsvergoeding voor de vervoerders Qbuzz (U-OV) en Syntus Utrecht wordt uitgekeerd via de concessieverlener, Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht, die de vergoeding ook aanvraagt. Het is daarvoor noodzakelijk dat de concessieafspraken voor de Utrechtse OV-concessies worden aangepast door toevoeging van een extra artikel over het doorgeven van deze rijksvergoeding en het daaraan verbinden van voorschriften. Dit om er voor te zorgen dat de beschikbaarheidsvergoeding rechtmatig volgens de regels van de Europese Unie en de rijksoverheid wordt verstrekt. Dit geschiedt op uniforme wijze in alle decentrale OV concessies. Het gaat om een administratieve aanpassing zonder gevolgen voor de bestaande concessieverplichtingen en de provinciale begroting.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de OV-concessies Tram en Bus Regio Utrecht 2013-2023 en Provincie Utrecht 2016-2023 volgens de bijgevoegde conceptbesluiten “Besluit tot wijziging concessie in verband met Covid-19”(bijlage 1) te wijzigen;
    2. beide concessiehouders, Qbuzz BV (U-OV) en Keolis NL (Syntus Utrecht), daarover te informeren en de brieven vast te stellen;
    3. in te stemmen met de bestuurlijke afspraak met het Rijk uit het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) om als concessieverlener concessiehouders in de eerste helft van 2021:
    - te vergoeden op het niveau van de Vervoerplannen 2020 (inclusief de jaarlijkse landelijke index-toepassing);
     - in staat te stellen om een kostenreductie van 7% of 5% door te voeren via interne besparingen en kostenreducties via het aangeboden voorzieningenniveau, zodanig dat voor de vervoerder een nulresultaat kan ontstaan voor de eerste helft van 2021. Dit op voorwaarde dat de concessiehouder hieromtrent voldoende transparantie betracht en een voldoende niveau van presteren realiseert;
    4. kennis te nemen van het feit dat voor de tweede helft van 2021 en verder er een landelijk Transitieplan OV wordt opgesteld, waarmee het OV op termijn weer ‘op eigen benen kan staan’. Dit Transitieplan zal te zijner tijd ter besluitvorming aan Gedeputeerde Staten worden voorgelegd.

  • 16

    Essentie / samenvatting:
    Eén van de belangrijkste onderwerpen van het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Bodemconvenant (PUB) 2016-2020 is de voortgang van de aanpak van de spoedlocaties. Spoedlocaties zijn locaties waar door bodemverontreiniging sprake is van onaanvaardbare risico's voor mens of milieu. De voortgang in het afgelopen jaar is als volgt:
    - Het totaal aantal spoedlocaties is gelijk gebleven (42 spoedlocaties);
    - Er bevinden zich geen spoedlocaties meer in de onderzoeksfase;
    - Vier spoedlocaties bevinden zich in de planfase;
    - Het aantal spoedlocaties waar een sanering in uitvoering is, is stabiel gebleven, namelijk 38.
    Op de 38 spoedlocaties die in uitvoering zijn, zijn de risico’s beheerst. Voor de resterende 4 spoedlocaties waar de sanering zich in de planfase bevindt, zal de sanering op korte termijn starten. Ook daar worden dan de risico’s beheerst. Inmiddels is landelijk duidelijk geworden dat de bodemsaneringsoperatie eind 2020 nog niet is afgerond. In de provincie Utrecht gaat het om circa 30 langlopende bodemsaneringen, die, ondanks dat de risico's door de sanering worden beheerst, na 2020 nog in uitvoering zijn. Het Rijk, IPO en VNG zijn in overleg om afspraken te maken over de financiering hiervan.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de actuele spoedlocatielijst d.d. 1 september 2020 vast te stellen ten behoeve van de landelijke monitoring en deze op de website te plaatsen;
    2. de statenbrief vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 17

    Essentie / samenvatting:
    Het Rijk legt aan gemeenten per half jaar een taakstelling op voor de huisvesting van vergunninghouders (asielzoekers met een verblijfstatus). Gedeputeerde Staten houden interbestuurlijk toezicht (IBT) op de voortgang van de realisatie van deze taakstelling en rapporteren sinds 2015 hierover aan Provinciale Staten door middel van een jaarlijkse voortgangsrapportage. Deze rapportages sluiten aan bij de toezichtgegevens die voor alle toezichtdomeinen via de IBT-kaart op de provinciale website worden gepubliceerd.
    Binnen de twee ijkmomenten (2019 tweede helft en 2020 eerste helft) zijn de gemeenten voor wat betreft het huisvesten van vergunninghouders als volgt beoordeeld: in de tweede helft van 2019 stonden van de 26 gemeenten 15 gemeenten op trede één (de laagste) van de IBT-interventieladder, 11 gemeenten op trede twee. In de eerste helft van 2020 stonden van de 26 gemeenten 11 gemeenten op trede één, 14 gemeenten op trede twee en 1 gemeente op trede drie.
    Hoewel de taakstelling voor periode 2020 (eerste helft) lager was dan die van periode 2019 (tweede helft) zien we, door met name de effecten van Covid-19, een lichte verslechtering van de huisvesting.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Voortgangsrapportage huisvesting vergunninghouders 2019 (tweede helft) – 2020 (eerste helft) vast te stellen;
    2. de Statenbrief vast te stellen en met de voortgangsrapportage ter informatie te zenden aan Provinciale Staten.

  • 18

    Essentie / samenvatting:
    De provincie is sinds de oprichting ervan in 2011 een “affiliate partner” van de Climate Knowledge and Innovation Community (Climate-KIC), een Europees netwerk waarin kennisinstellingen, overheden en bedrijven samenwerken aan versnelling van de “overgang naar een koolstofvrije, klimaatbestendige samenleving”. Naast het netwerk biedt Climate KIC ook Europese financieringsmogelijkheden. Sinds 2015 gaat het om een betaald lidmaatschap à raison van € 12.500 per jaar. De laatste jaren heeft de provincie steeds minder toegevoegde waarde van het lidmaatschap ervaren. De subsidie en netwerkmogelijkheden worden steeds beperkter. In 2020 sluit Climate KIC ook zijn kantoor in Utrecht en een aantal partners hebben het netwerk verlaten. Wegens de nu negatief uitvallende balans tussen kosten en baten van het lidmaatschap, is het advies om de relatie als “affiliate partner” van de Climate KIC te beëindigen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten het lidmaatschap van de provincie Utrecht als partnerorganisatie van Climate KIC te beëindigen.

  • 19

    Essentie / samenvatting:
    Het programma Sterk Utrechts Bestuur (SUB) heeft als doel het verbeteren van verschillende samenwerkingsverbanden waarin gemeenten, waterschappen en provincie opereren. Het goed met elkaar samenwerken heeft een positief effect op het realiseren van maatschappelijke opgaven en daarmee de kwaliteit van het openbaar bestuur. De provincie Utrecht vindt het belangrijk dat gemeenten in staat zijn om maatschappelijke opgaven te realiseren. Een onderdeel van het programma SUB is het aanbieden van een instrumentenkoffer om gemeenten bij te staan bij de gevolgen van de problematiek in onder andere het sociaal domein en de effecten van COVID-19. Een voorbeeld van een instrument is het aanbieden van een financiële scan aan gemeenten. De provincie wil graag ondersteunend zijn in het uitvoeren van dergelijke onderzoeken en het meedenken in oplossingsmogelijkheden. Een financiële scan is een instrument dat gemeenten kan helpen in het versterken van haar financieel beleid en inzicht biedt in mogelijke efficiëntieslagen en verbeterpunten. Aan de hand van een pilot wordt bekeken in hoeverre de scan voldoet als instrument. Verder kan door het werken met een pilot ervaring opgedaan worden van de werking van dit instrument. Het leren en ervaring opdoen past eveneens binnen de actielijnen van het toezicht van de toekomst. .

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de pilot financiële scans met drie gemeenten uit te voeren;
    2. de deelnemende gemeenten te informeren door toezending van de “Toelichting pilot financiële scans”.

  • 23

    Essentie / samenvatting:
    Er zijn via de pers en andere media berichten naar de SP toegekomen, waar zij geen raad mee weten, dan wel niet weten wat zij moeten geloven. Bijvoorbeeld hoe het kan dat de ene overheid (het Rijk) zegt dat door de COVID-19 maatregelen financiële zekerheid is geborgd tot juli volgend jaar. Anderzijds (de Provincie) dat er, doordat er ongeveer 50 % minder reizigers zijn en dus minder reizigersinkomsten, moet worden ingekrompen. Om meer duidelijkheid te krijgen stelt de SP zes vragen die door GS worden beantwoord met de vast te stellen antwoordbrief.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex. art. 47 RvO provincie Utrecht, aan het college van GS, gesteld door mevrouw A. Poppe namens de SP-fractie, over bezuinigingen openbaar vervoer (d.d. 20-10-2020) vast te stellen en te verzenden.