GS-Besluiten

dinsdag 1 december 2020 09:30 - 12:30
Locatie:
Microsoft- Teams vergadering
Voorzitter:
J.H. Oosters

Agendapunten

  • 00
  • 0.06.H

    In 2020 is op een aantal wegen gelijktijdig met asfaltonderhoud ook bermverharding aangebracht om de verkeerveiligheid te vergroten. Bij de N201, N405 en de N229 zijn door onvoorziene omstandigheden de kosten hoger uitgevallen dan beschikbaar in de Meerjarige Investeringen Planning Mobiliteit (MIPM) 2020. De overschrijdingen zijn veroorzaakt door onvoorziene bodemverontreinigingen in de bermen en het benodigd zijn van meer bermverharding dan verwacht.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten tot het toestaan van hogere lasten vanwege onvoorziene omstandigheden ter hoogte van €156.000 bij de N201, €250.000 bij de N405 en €350.000 bij de N229 en na activering de daarmee gepaard gaande hogere kapitaallasten, zijnde € 25.200 per jaar, te dekken vanuit het beschikbare kapitaallastenbudget Provinciale wegen, onderdeel Verkeersveiligheid, in het beleidsprogramma 5. Bereikbaarheid I – Algemeen.
  • 0.12.H

    Op grond van de Wet lokaal spoor (Wls) is de provincie verantwoordelijk voor de infrastructuur van het tramsysteem in Utrecht. In het Tramseinreglement (TSR) ligt vast welke seinen en borden langs de trambaan worden gebruikt. Dat is van belang voor het beheer en onderhoud en een veilige exploitatie. Het vigerende TSR 5.0 is niet meer up-to-date na realisatie van de projecten Uithoflijn, Nieuwe Tramremise (NTR) en Vernieuwing Regionale Tram (VRT). In deze projecten zijn soms nieuwe seinen en borden geplaatst. Deze seinen en borden zijn opgenomen in het geactualiseerde TSR 6.0.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten: 1.het Tramseinreglement 5.0 in te trekken; 2.het Tramseinreglement 6.0 vast te stellen.
  • 01A
  • 03A

    Onder de titel “Schaalsprong OV en verstedelijking in de Metropoolregio Utrecht” is een propositie voor het Nationaal groeifonds (NGF) ingediend bij de Ministeries van Economische zaken (EZK) en Financiën (FIN), de coördinerende ministeries van het NGF. De indieners zijn de Ministeries van Infrastructuur en waterstaat (IenW) en Binnenlandse zaken (BZK), de Provincie Utrecht en de Gemeente Utrecht.

    De Metropoolregio Utrecht (MRU) ligt in het centrum van Nederland; een kennisintensieve, Europese topregio, met name gericht op Life Sciences and Health, die een belangrijke bijdrage levert aan het BBP van Nederland. De Utrechtse propositie betreft met name een investering in twee lightrailverbindingen, de Waterlinielijn en de Merwedelijn. Dit beoogt de bereikbaarheid van Nederland en Utrecht te verbeteren door mobiliteitsbewegingen te ontlasten van de Ring Utrecht en van station Utrecht Centraal; verder zullen deze lightrailverbindingen faciliterend zijn aan innovatie en onderwijs op het USP en aan de grote verstedelijkingsdruk in Midden Nederland – en zo passen binnen de groeistrategie van het kabinet die het Groeifonds ondersteunt. Het gaat hierbij om een eenmalige investering van 2,5 miljard euro.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten: 1.de statenbrief “Propositie Nationaal Groeifonds: Schaalsprong OV“ vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten; 2.Gedeputeerde Schaddelee te mandateren om tekstuele wijzigingen nav bespreking in GS te verwerken in de statenbrief en richting de gemeente Utrecht aan te geven dat de propositie zelf alleen eventueel na afstemming met het Ministerie van I&W en met een vertrouwelijke status met de gemeenteraad en PS kan worden gedeeld; 3.GS leggen geheimhouding op de propositie.
  • 05

    Het uitvoeringsprogramma Natuur en eerste contouren voor de Agenda Natuurinclusief vormen samen het Programma Natuur, dat in nauwe samenwerking tussen Rijk, provincies en terrein beherende organisaties is tot stand gekomen. Met het Programma Natuur gaan Rijk, provincies en maatschappelijke partners samen de natuur de komende jaren verder versterken en verbeteren. Dit is noodzakelijk in het licht van onze ambitie voor vitale, robuuste en sterke natuur. Hierbij ligt de focus op overbelaste stikstofgevoelige soorten en habitats. De maatregelen worden uitgevoerd in samenhang met brongerichte maatregelen ten aanzien van het reduceren van de stikstofuitstoot.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten: 1.in te stemmen met de beslispunten die zijn verwoord in de bespreeknotitie programma natuur van het bestuurlijk overleg van IPO van 7 december 2020; 2.in te stemmen met het Uitvoeringsprogramma Natuur en eerste contouren voor de Agenda Natuurinclusief; 3.de statenbrief vast te stellen en aan Provinciale Staten te zenden als op 7 december het uitvoeringsprogramma natuur door het IPO bestuur is geaccordeerd; 4.de portefeuillehouder te mandateren om redactionele wijzigingen aan te brengen in de statenbrief en bijbehorende bijlagen.
  • 07

    Rond Schiphol worden diverse preventieve maatregelen genomen om het risico, van met name
    aanvaringen van vliegtuigen met ganzen, te verminderen. Op en in de omgeving van de luchthaven worden in een vier-sporen aanpak technische middelen ingezet, worden nieuwe vogelaantrekkende bestemmingen geweerd, wordt het voedselaanbod voor vogels zoveel mogelijk beperkt en worden vogels verjaagd en in het uiterste geval populatiebeheer ingezet. Uit de evaluatie in 2018 van het huidige convenant, dat in 2018 afliep, maar werd verlengd tot 2020, blijkt dat de vier-sporen aanpak werkt en daarom wordt deze gecontinueerd. In het “Convenant reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol 2020-2024” is vastgelegd hoe het elftal van betrokken partijen zich op basis van hun verantwoordelijkheid zullen inspannen om bij te dragen aan de met elkaar samenhangende doelstellingen. Per brief van 15 oktober 2020 vraagt de directeur Luchtvaart van het Ministerie van I&W om wederom in te stemmen met het convenant en te besluiten dat gedeputeerde mevr. Rommel van de provincie Noord-Holland het convenant namens het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht mag ondertekenen.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten: 1.het "Convenant reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol 2020- 2024" vast te stellen en aan te gaan. 2.Gedeputeerde mevrouw E. A. S. Rommel van de provincie Noord-Holland te machtigen om namens het College van gedeputeerde staten van Utrecht het "Convenant reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol 2020-2024 te ondertekenen. 3.de Statenbrief vast te stellen en deze, na ondertekening van het Convenant reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol 2020-2024, ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.
  • 08

    BZK heeft in samenwerking met de VNG vanuit het programma "Democratie in Actie" (DiA) een Quick Scan Lokale Democratie (QSLD) ontwikkeld. Het IPO heeft gekeken of bij dit programma kon worden aangesloten, om een vollediger beeld te gaan krijgen van de decentrale democratie. Na positieve geluiden over de QSLD is besloten om ook een Quick Scan Provinciale Democratie (QSPD) te ontwikkelen. Deze scan brengt laagdrempelig en snel in beeld hoe het staat met de decentrale (lokale c.q. provinciale) democratie.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten: 1.nog niet akkoord te gaan met het door ontwikkelen van de Quick Scan Provinciale Democratie en de inzet van de Quick Scan Provinciale Democratie in de provincie Utrecht te verwelkomen en de bespreking van gedeputeerde Schaddelee in de BAC af te wachten. 2.Gedeputeerde Schaddelee mandaat te geven om afhankelijk van de bespreking in de BAC de provincie Utrecht aan te melden als pilot provincie en in de statenbrief ‘Quick Scan Provinciale Democratie’ redactionele wijzigingen aan te brengen en vervolgens te zenden aan Provinciale Staten.
  • 09

    Hierbij bieden wij u ter informatie de tussenrapportage 2020 van het programma Hart van de Heuvelrug en Vliegbasis Soesterberg aan. Het doel van de tussenrapportage is u te informeren over de voortgang van de ontwikkelingen binnen beide programma’s tot en met oktober van 2020. Met deze rapportage melden we bijzonderheden en signaleren we vroegtijdig nieuwe kansen en risico’s. Gezien de relaties tussen Hart van de Heuvelrug en Vliegbasis Soesterberg presenteren we beiden gezamenlijk in voorliggend document.

    In de samenvatting van de tussenrapportage wordt de voortgang in het gebiedsprogramma geschetst. Op hoofdlijnen staan we er goed voor. Projecten lopen (gestaag) door en vorderingen worden op tal van fronten behaald. Daarnaast is per project in het programma een meer uitgebreide voortgang beschreven. Hierin staan ook de uitdagingen voor de diverse projecten weergegeven zoals wet- en regelgeving op gebied van natuur, bodemkwaliteit, duurzaamheid en het maatschappelijk debat.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten: 1.kennis te nemen van de Tussenrapportage programma Hart van de Heuvelrug & Vliegbasis Soesterberg oktober  2020; 2.de Statenbrief vast te stellen en het document met de tussenrapportage per 9 december 2020 ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.
  • 10

    In opdracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) is door een extern adviesbureau het herindelingsproces van de gemeente Vijfheerenlanden met alle betrokkenen geëvalueerd. De minister heeft het evaluatierapport met aanbevelingen aan Tweede en Eerste Kamer gezonden en in de begeleidingsbrief een proces geschetst hoe zij met de aanbevelingen aan de slag gaat. Het beleidskader zal bij de eerstvolgende actualisatie op twee onderdelen worden aangepast te weten een aanscherping van het begrip ‘regionale samenhang’ en het opnemen van nadere procesafspraken voor een herindeling waarbij ook de provinciegrens wordt gewijzigd. Daarnaast wordt een drietal acties gestart te weten het onderzoeken van een compensatie van de financiële gevolgen voor de wettelijke samenwerkingen, of in de Wet arhi een in- en uittredingsregeling moet worden opgenomen voor de wettelijke samenwerkingsverbanden en het opstellen van een handreiking voor de berekening van de in- en uittredingskosten voor de wettelijke samenwerkingsverbanden.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten: 1.het eindrapport procesevaluatie herindeling Vijfheerenlanden voor kennisgeving aan te nemen. 2.dit rapport met een Statenbrief ter informatie aan Provinciale Staten te sturen.
  • 11

    Gemeente Amersfoort en provincie willen een stap zetten in de ontwikkeling van het Hoefkwartier, de toekomstige woon-/werkwijk in Amersfoort die nu nog bekend staat als kantorengebied De Hoef-West. Voorstel is om een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan als opmaat naar een langjarige samenwerking rond de transformatie van het gebied. De samenwerking krijgt vorm op twee terreinen: versnelling woningbouw en pilot Omgevingsplan.
    In de periode tot 2030 worden in dit gebied circa 2500 tot 4200 woningen toegevoegd (waarvan 55% in het sociale en middensegment) via nieuwbouw en door transformatie van de kantoorpanden. De provincie kijkt samen met de gemeente waar we concrete (versnelde) stappen richting realisatie kunnen ondersteunen.

    Daarnaast wil de gemeente het ontwikkelkader waarin de ambities voor het gebied zijn vastgelegd, vertalen naar een Omgevingsplan. Zij heeft de provincie verzocht om, met het oog op de komst van de Omgevingswet, hierin samen te werken in de vorm van een pilot. Door hierin samen te oefenen en leren krijgen gemeente en provincie gevoel bij de inhoud en proces van een ontwikkelgericht en flexibel Omgevingsplan. Deze leerervaringen kunnen gebruikt worden in het vormgeven van het toekomstige werkproces van de provincie op andere locaties


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten: 1.de samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Amersfoort vast te stellen en aan te gaan; 2.een bedrag ad €124.500 toe te kennen vanuit het programma van Binnenstedelijke Ontwikkeling/ Versnelling Woningbouw aan de gebiedsontwikkeling (co-financiering) dat wordt ingezet als werkbudget met als doel de versnelling van de woningbouw.
  • 13

    Provinciale staten hebben op 11 november 2020, ter behandeling van het Statenvoorstel Programmabegroting 2021 de motie Bescherm haas en konijn aanvaard.  Aanleiding is het besluit van 14 oktober 2020 van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna LNV) over de vaststelling van de geactualiseerde Rode Lijst Zoogdieren. De haas en het konijn zijn aan deze lijst toegevoegd omdat van deze soorten de populatiegrootte met 60% is afgenomen sinds 1950. De motie verzoekt datgene te doen wat mogelijk is om te voorkomen dat deze soorten nog verder in de gevarenzone komen door zo snel mogelijk het jachtseizoen voor deze soorten te staken en de soorten van de landelijke wildlijst en vrijstellingslijst af te voeren. Met een brief wordt dit standpunt aan de verantwoordelijke Minister van LNV overgebracht.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten: 1.de brief aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, drs. C.J. (Carola) Schouten, ter uitvoering van motie 103 Bescherm haas en konijn van 11 november 2020, vast te stellen en te versturen. 2.een afschrift van deze brief te sturen aan Provinciale Staten.
  • 14

    Op 4 november 2020 heeft het Statenlid mevrouw A. Krijgsman namens de Partij van de Arbeid-fractie schriftelijke vragen ex art. 47 Reglement van Orde gesteld over plaatsing van het konijn en de haas op de Rode Lijst van zoogdieren. De telgegevens van deze soorten in het Faunabeheerplan (FBP) laten geen sterke afname zien in de provincie Utrecht, maar de Zoogdiervereniging geeft aan dat er geen duidelijkheid gegeven kan worden over de staat van instandhouding van deze soorten in de provincie. Naar aanleiding van de aangenomen motie bescherm haas en konijn in de vergadering van Provinciale Staten van 11 november jongstleden zal de Minister in kennis worden gesteld van de wensen van Provinciale Staten om deze soorten van de wildlijst te halen en de jacht te sluiten en het konijn te verwijderen van de landelijke vrijstellingslijst.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid Krijgsman (PvdA) betreffende haas en konijn op de Rode Lijst van zoogdieren vast te stellen en te verzenden.
  • 15

    In de beantwoordingsbrief worden de door PS-leden gestelde vragen beantwoord. De PS-leden wensen inzicht te hebben voordat het besluit over de vaststelling van het PiP wordt genomen. Dat besluit wordt voorzien op 9 december 2020.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex. art. 47 RvO provincie Utrecht, aan het college van GS, gesteld door de heer M. de Droog van de fractie D66, de heer B. van den Dikkenberg van de SGP fractie, mevr. N. Groen van de fractie GroenLinks en mevr. N.de Haan van de CU betreffende “onderdoorgang Maarsbergen” (d.d. 28-10-2020) vast te stellen en te verzenden.
  • 16

    Naar aanleiding van berichtgeving op de website van RTV Utrecht over de recreatiedruk in natuurgebieden zijn er door de fractie van Groen Links, mevrouw van Elteren, 5 schriftelijke vragen gesteld aan het college. In de vragen worden de zorgen geuit over de drukte in natuurgebieden. Gevraagd wordt welke acties er zijn en worden genomen om de drukte aan te pakken.
    In de bijgevoegde reactie geeft Gedeputeerde Staten inzicht in haar rol hierbij en gaat zij in op de afspraken die zij en de natuurbeheerders met de VRU hebben gemaakt m.b.t. het in goede banen leiden van de recreatiedruk in natuurgebieden.


    Besluit
    Gedeputeerde Staten besluiten de beantwoording van de schriftelijke vragen ex art. 47 van het Reglement van Orde Provincie Utrecht van het Statenlid mevrouw van Elteren van GroenLinks betreffende Recreatiedruk in natuurgebieden vast te stellen en te verzenden.