GS-Besluiten

dinsdag 29 september 2020 09:30 - 13:30
Locatie:
16.30
Voorzitter:
J.H. Oosters

Agendapunten

  • 00
  • 0.07.H

    Essentie / samenvatting:
    Op 1 januari 2019 zijn de gemeenten Vianen, Leerdam en Zederik opgeheven en samengevoegd tot de nieuw ingestelde gemeente Vijfheerenlanden. Het gebied van de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik maakt nu deel uit van de provincie Utrecht. Op grond van de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) komen per 1 januari 2021 een aantal Zuid-Hollandse voorschriften voor het toegevoegd gebied aan de provincie Utrecht van de opgeheven gemeenten Leerdam en Zederik van rechtswege te vervallen. Het is wenselijk dat een aantal van de Zuid-Hollandse voorschriften tijdelijk in 2021 blijven gelden door het vaststellen daarvan door het bevoegde orgaan van de provincie Utrecht totdat de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht in werking is getreden (beoogd per 1 april 2021).

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het voorstel (nr. 8215ABC6) Besluit tot het vaststellen van tijdelijke voorschriften en het bekendmaken van Utrechtse voorschriften en van het vervallen van Zuid-Hollandse voorschriften voor het gebied van de opgeheven gemeenten Leerdam en Zederik, vast te stellen;
    2. het Statenvoorstel (nr. 8215794D) Tijdelijk vaststellen van bestaande voorschriften voor het gebied van de opgeheven gemeenten Leerdam en Zederik 2021 c.a., vast te stellen en ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten;
    3. de besluiten van Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten, bedoeld in de beslispunten 1 en 2 zo snel mogelijk na besluitvorming in Provinciale Staten bekend te maken in het Provinciaal blad.

  • 0.09.H

    Essentie / samenvatting:
    De Stichting Kastelen, Historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL) start met een Kennisprogramma Klimaatbestendige aanpak voor kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen. Dit kennisprogramma is ingediend voor een Erfgoed Deal met het Rijk.

    Uit het inventariserend onderzoek van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed naar de gevolgen van droogte op groene rijksmonumenten van juni 2020 blijkt dat er nog weinig zicht is op de omvang van de schade van de langdurige droogte op het groene erfgoed. Ook wordt de omvang van de schade nog niet systematisch gemonitord en ontbreekt landelijk overzicht.

    sKBL gaat met het Kennisprogramma Klimaatbestendige aanpak voor kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen (KBL) inventariseren en monitoren wat de schade is van de weerextremen op groene monumenten met een zogeheten blauwgroene monitor. In een kennis- en leeromgeving worden de kwantitatieve gegevens gekoppeld aan ‘proeftuinen’ in Utrecht en Gelderland. In deze proeftuinen wordt kennis en ervaring opgedaan met maatregelen die passend zijn in de cultuurhistorische context van KBL. Hier worden ‘standaardoplossingen’ en inzichten en toepassingen uit het verleden gecombineerd met hedendaagse mogelijkheden. Ook in het verleden heeft de mens zijn omgeving voortdurend aangepast aan weersomstandigheden. Denk aan inzicht in waterhuishouding uit oude kaarten, toegepaste watersystemen als sprengen, beeklopen of vloeiweiden, maar ook beplantingstechnieken. Alle toepassingen worden gemonitord op effectiviteit in de blauwgroene monitor.

    De provincies Utrecht, Zuid-Holland en Gelderland, gemeente Zeist, Utrechts Landschap, Utrechts Particulier Grondbezit en het waterschap HDSR zijn partners en ondersteunen het programma financieel. In het Utrechtse dragen het Platform Utrechtse Buitenplaatsen (PUB) en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug bij aan de kennis- en leeromgeving.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het matchingsbedrag van maximaal € 320.000,- toe te zeggen namens Gedeputeerde Staten voor het  project Kennisprogramma Klimaatbestendige aanpak voor kastelen, historische buitenplaatsen en  landgoederen in het kader van een Erfgoed Deal en de matchingskosten t.z.t. zichtbaar te maken in de provinciale  begroting 2021 of 2022;
    2. het project inhoudelijk te verbinden aan het Programma Klimaatadaptatie 2020-2023;
    3. de statenbrief vast te stellen en ter informatie te versturen aan PS.

  • 0.18.H

    Essentie / samenvatting:
    De concessies voor het openbaar vervoer (OV) in provincie Utrecht lopen volgens de huidige planning in december 2023 af en de voorbereidingen voor de nieuwe concessie(s) zijn begin 2020 in gang gezet. Een belangrijke eerste stap naar de nieuwe concessie(s) is het evalueren van de huidige concessies, om te leren van successen en fouten uit het verleden zodat dit meegekomen kan worden in het opstellen van de Nota van Uitgangspunten.

    Royal Haskoning DHV heeft in opdracht van de provincie een onafhankelijke evaluatie uitgevoerd voor de twee huidige OV-concessies. Deze evaluatie is uitgevoerd vóórdat restricties vanwege COVID-19 van kracht waren en de gevolgen hiervan op het OV zijn hier dus ook niet in meegenomen. De bevindingen zijn onder andere dat de doelstellingen van het huidige OV zijn behaald: de investeringen in het OV zijn efficiënt ingezet en de klanttevredenheid is toegenomen. Daarnaast zijn de groeidoelstellingen voor het OV gehaald en de samenwerking tussen provincie, vervoerders, gemeenten en externe stakeholders wordt in zijn algemeenheid als positief ervaren. Ook zijn er leerervaringen naar voren gekomen die richting geven aan de nieuwe nog op te stellen Nota van Uitgangspunten, waarmee Provinciale Staten de hoofdlijnen voor de nieuwe concessie(s) vastlegt.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Statenbrief “Bevindingen evaluatie OV-concessies” vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.
    2. kennis te nemen van het document “Rapportage bevindingen evaluatie OV-concessies provincie Utrecht” en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 0.19.H

    Essentie / samenvatting:
    Op 14 juli heeft Gedeputeerde Staten de Opstartregeling binnen het Steunpakket Cultuur & Erfgoed COVID 19 vastgesteld. Met deze regeling kan een groot aantal Utrechtse instellingen uit de regionale culturele infrastructuur worden ondersteund voor praktische zaken t.b.v. de anderhalve meter samenleving of voor het inhuren van advies. Het gaat hierbij om een subsidiebedrag van minimaal €1000 en maximaal €3000. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt €150.000. Tot september bleef het met de aanvragen rustig. Vanwege de vakantieperiode hebben de communicatieberichten over de regeling de instellingen nog onvoldoende bereikt. Na inzet van extra berichtgeving zijn er elke dag nieuwe aanvragen binnengekomen en tot 16 september 11 aanvragen ontvangen met een totaal bedrag van €31.500. De regeling sluit op 1 oktober 2020, het voorstel is om door middel van een wijzigingsbesluit de sluitingsdatum te verlengen tot 22 oktober 2020. Om instellingen te blijven bereiken worden aldoor communicatieacties ingezet.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten het wijzigingsbesluit Opstartregeling voor cultuur- en erfgoedinstellingen in het kader van de Coronacrisis provincie Utrecht, geregistreerd onder nummer 8216B6F9, vast te stellen en te publiceren in het provinciaal blad.

  • 0.21.H

    Essentie / samenvatting:
    Gemeente De Ronde Venen vraagt aan GS om de inrichtingsschets voor het natuurgebied Marickenland zodanig aan te passen dat er een weg doorheen gelegd kan worden van Vinkeveen naar de N201.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten
    1. de inrichtingsschets voor het toekomstig natuur- en recreatiegebied Marickenland niet aan te passen aan een westelijke ontsluitingsweg van Vinkeveen naar de N201;
    2. de brief aan de gemeente te ondertekenen en te verzenden aan de gemeente De Ronde Venen.

  • 0.22.H

    Essentie / samenvatting:
    Naar aanleiding van een initiatiefnota van Tweede Kamerlid Dik-Faber heeft minister Schouten plannen gemaakt om het aanbod en de afzet van regio- en streekproducten te stimuleren. Onderdeel hiervan is de Nationale Handelsmissie rondom korte ketens, het thema van een conferentie op 5 oktober aanstaande. Het is de bedoeling dat provincies en het ministerie op deze bijeenkomst afspraken maken over het stimuleren van lokale voedselketens. In dat kader is in de afgelopen weken gewerkt aan een Green Deal Catering, die door alle provincies en de minister wordt ondertekend op de conferentie van 5 oktober. In deze Green Deal wordt afgesproken dat alle provincies en het ministerie van LNV zich de komende drie jaar blijven inzetten voor en samenwerken aan de korte keten en zich inspannen om in de eigen bedrijfscatering meer lokaal en duurzaam voedsel te serveren. De provincie Utrecht heeft deze verduurzaming al in gang gezet met het project ‘Een routekaart voor duurzame bedrijfscatering’. De kosten hiervoor zijn ook weergeven in dit stuk.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de overeenkomst Green Deal Catering vast te stellen en aan te gaan.

  • 0.23.H

    Essentie / samenvatting:
    Gedeputeerde Staten hebben in 2015 aan drie agrariërs in Breukelen op basis van de Verordening natuur en landschap provincie Utrecht 2017 ontheffing verleend om grote delen van hun laag gelegen landerijen met 50 cm op te hogen tot – 1.90m N.A.P. De werkzaamheden moesten vóór 1 december 2019 zijn afgerond. Zonder rekening te houden met inklinking zou dat 65.000m3 ophooggrond vergen. Er is inmiddels ruim 180.000 m3 ophooggrond toegepast. De gerealiseerde ophoging was begin 2020 (veel) méér dan 50 cm. Gedeputeerde Staten hebben de agrariërs gesommeerd om vóór 1-12-2020 hun landerijen alsnog af te vlakken tot – 1.90m N.A.P. Daartegen is bezwaar aangetekend. Bezwaarden wijzen er op dat de aangevraagde 65.000m3 grond en bagger berekend is op basis van het rekenkundig te overbruggen hoogteverschil, zónder rekening te houden met materiaalverlies door zetting en inklinking. De Awb-adviescommissie van GS en PS is het eens met de bezwaren. De adviescommissie wijst er ook op dat in de provinciale ontheffing ten onrechte geen datum is genoemd waarop de eindhoogte van – 1.90m N.A.P. moet zijn bereikt. De Awb-adviescommissie adviseert Gedeputeerde Staten om de bestreden lasten onder dwangsom te herroepen omdat niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een overtreding. Gedeputeerde Staten besluiten het advies van de Awb-adviescommissie over te nemen, proceskosten te vergoeden en in de beslissingen op bezwaar wat betreft de te bereiken eindhoogte alsnog gemotiveerd als einddatum 1 december 2022 op te nemen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de bezwaarschriften tegen de vier bestreden lasten onder dwangsom gegrond te verklaren;
    2. de bestreden beslissingen d.d. 24 februari 2020 (2x) en 7 april 2020 (2x) te herroepen;
    3. in twee beslissingen op bezwaar 1 december 2022 als einddatum op te nemen waarop de afgesproken eindhoogte van – 1.90m N.A.P. moet zijn bereikt;
    4. aan bezwaarden de reguliere proceskosten te vergoeden op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht;
    5. de drie beslissingen op bezwaar vast te stellen, te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS van 3 augustus 2020.

  • 01A
  • 02
  • 06

    Essentie / samenvatting:
    Er is een grote woningbouwopgave in de provincie Utrecht. Het belangrijkste vraagstuk op het gebied van wonen in onze provincie blijft hoe we kunnen zorgen voor een voldoende woningaanbod dat aansluit op de vraag. Dit alles in een tijd waarin we te maken hebben met de gevolgen van het stikstofbeleid, de aanwezigheid van PFAS op diverse locaties, de coronacrisis, de complexe en vaak kostbare (binnen)stedelijke ontwikkelingen en de beschikbaarheid van voldoende goed opgeleid personeel in de bouw en bij de overheid. Extra inspanningen zijn nodig. Bouwen van woningen is primair een verantwoordelijkheid van de gemeenten. Gezien de omvang en complexiteit, vraagt de woningbouwopgave echter om een regionale aanpak en samenwerking tussen verschillende partijen.  Met het uitvoeringsprogramma Versnelling Woningbouw 2021 t/m 2024 wil de provincie een proactieve rol als regievoerder namens de regio vervullen. De provincie richt zich daarbij op het meer verbinden van overheden en marktpartijen op regionaal en lokaal niveau waardoor samenwerking beter kan verlopen. Het hoofddoel van het programma ligt in het verlengde van het coalitieakkoord, namelijk het versnellen van de woningbouw met het streven te komen tot 10.000 woningen per jaar en met het streven dat tenminste 50% van de nieuwe woningen in het sociale en middelduur segment, wordt gerealiseerd. Dit wordt opgepakt via een viertal programmalijnen: versnelling woningbouw, versterken sociaal/middensegment, bestaande voorraad en kennisbank. De maatschappelijke opgave om de woningbouw te versnellen is zeer complex en vraagt netwerkoplossingen. Dit vergt een samenwerking tussen verschillende partijen: overheden, marktpartijen, corporaties, maatschappelijke organisaties, inwoners en andere stakeholders. De provincie zal een actieve regierol pakken, veelal als verbinder, aanjager en kennisdeler, omdat de provincie zelf nagenoeg nooit zelf uitvoerder is van woningbouwprojecten. De bestuurlijk opdrachtgever van het programma is de portefeuillehouder van Binnenstedelijke Ontwikkeling en Wonen namens Gedeputeerde Staten. De uitvoering van dit programmaplan is in handen van het programmateam.
    Aan Provinciale Staten wordt voorgesteld om bijgevoegd programmaplan vast te stellen, onder voorbehoud dat PS de begroting 2021 en de daarin opgenomen benodigde middelen voor het programma vaststelt.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het Statenvoorstel Programmaplan Uitvoeringsprogramma Versnelling Woningbouw 2021- 2024 vast te stellen en te verzenden naar Provinciale Staten;
    2. de gedeputeerde van Binnenstedelijke Ontwikkeling en wonen te mandateren om na instemming (kleine) redactionele wijzigingen te doen;
    3. bijgevoegd persbericht te publiceren op de dag dat GS dit besluit neemt.

  • 08

    Essentie / samenvatting:
    Op 1 september jl. hebben wij aangekondigd dat voor het verkrijgen van de indienststellingsvergunning voor de gerenoveerde SUNIJ-lijn meer tijd nodig is dan in de planning was voorzien. De eerste inschatting was dat dit zou leiden tot een uitloop van enkele weken. Bij het uitwerken van de gewijzigde planning is duidelijk geworden dat de verwachte uitloop meer dan enkele weken zou bedragen. Hoofdoorzaak hiervan is dat het aanleveren van een complete aanvraag voor een indienststellingsvergunning qua complexiteit en tijd fors is onderschat. Omdat daardoor niet voldoende tijdsbuffers zijn opgenomen in de planning, leidt dit tot een grotere vertraging dan in de Statenbrief d.d. 1 september jl. gecommuniceerd.. Met de huidige inzichten is de inschatting dat dit leidt tot een uitloop van een aantal maanden. Wij verwachten u eind oktober te kunnen informeren over de
    verwachte datum indienststelling en de financiële consequenties van de vertraging.

    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de recente ontwikkelingen binnen het project VRT;
    2. de Statenbrief vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 10

    Essentie / samenvatting:
    Het terrein Sortie 16 (voormalige terrein bij villa Dorrestein) is aangekocht door de provincie Utrecht voor de ontsluiting van de toekomstige woonwijk Vliegbasis Soesterberg. In het kader van het programma Hart van de Heuvelrug wordt dit gebied ontwikkeld tot een woonwijk. Plan is dat hier 150-200 woningen gerealiseerd worden in een gedifferentieerd woningbouwprogramma met een substantieel aandeel sociale en middeldure huur. De provincie heeft in samenwerking met de gemeente Zeist en Soest een gebiedsvisie opgesteld waarin de ambities en uitgangspunten voor ontwikkeling van het gebied zijn benoemd. In dit gebied wordt natuurinclusief gebouwd. De woningen worden ingepast in het bosrijke gebied met respect voor de aanwezige natuurwaarden. Deze gebiedsvisie dient als basis voor het nog op te stellen bestemmingsplan voor het gebied.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de gebiedsvisie Sortie 16 d.d. 1 september 2020 vast te stellen;
    2. kennis te nemen van de notitie Financiële Haalbaarheid Sortie 16, d.d. 8 september 2020;
    3. geheimhouding op te leggen op de notitie Financiële Haalbaarheid Sortie 16, d.d. 8 september 2020. De geheimhouding kan worden opgeheven op het moment dat de gronden zijn uitgegeven aan een ontwikkelende partij;
    4. de statenbrief vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan de Provinciale Staten;
    5. de openbaarmaking van dit besluit uit te stellen tot het moment dat het college van Burgemeester en Wethouders in Zeist een besluit heeft genomen over de gebiedsvisie Sortie 16 (geagendeerd op 6 oktober 2020).

  • 11

    Essentie / samenvatting:
    Op 11 september 2020 is de definitieve Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door minister Ollongren van BZK naar de Tweede Kamer gestuurd. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk (op nationale belangen). In september 2019 heeft de provincie Utrecht een zienswijze op de ontwerp-NOVI ingediend. Deze zienswijze heeft het Rijk beantwoord in de Nota van Antwoord ontwerp-NOVI. Hoewel de NOVI op basis van de Omgevingswet zelfbindend is voor het Rijk, vereisen de transitieopgaven dat de gezamenlijke overheden als één overheid opereren. Er wordt door het Rijk toegewerkt naar het maken van Samenwerkingsafspraken met IPO, VNG en UvW, op basis van de definitieve NOVI. In de in 2021 op te stellen NOVI-Omgevingsagenda landsdeel Noordwest, voorlopig NOVI-gebied Groene Hart en de Rijk-regioprogramma’s in Utrecht worden de nationale belangen uit de NOVI en de provinciale belangen uit de Omgevingsvisie provincie Utrecht inhoudelijk op elkaar aangesloten. De prioriteiten en afwegingsprincipes uit de NOVI zijn overigens goed herkenbaar en sluiten inhoudelijk grotendeels aan bij de uitgangspunten van de Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de definitieve NOVI en de concept Samenwerkingsafspraken NOVI;
    2. de Statenbrief ‘Definitieve NOVI’ vast te stellen en de Statenbrief  ter informatie naar Provinciale Staten te sturen.

  • 12

    Essentie / samenvatting:
    De provincie Utrecht heeft het regionaal waterbeleid invulling gegeven via het Bodem, Water- en Milieuplan 2016 – 2021. Het sectorale waterbeleid is verder uitgewerkt in de door de vier Utrechtse waterschappen vastgestelde waterbeheerplannen 2016 - 2021. Jaarlijks rapporteren provincie en waterschappen over de voortgang en uitvoering van het waterbeleid. De Waterrapportage 2019 – 2020 gaat over de realisatie van het waterbeleid in 2019 en kijkt vooruit naar ontwikkelingen in 2020 en verder. Uit de Waterrapportage 2019 – 2020 blijkt dat de voortgang en uitvoering van het waterbeleid door provincie en waterschappen overwegend conform planning verloopt.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Waterrapportage 2019 – 2020 vast te stellen;
    2. de statenbrief vast te stellen en met de Waterrapportage 2019 – 2020 ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 13

    Essentie / samenvatting:
    De Voortgangsrapportage Agenda Vitaal Platteland (AVP) 2007-2019 geeft inzicht in wat er in de achterliggende 13 jaar is gerealiseerd met het programma AVP. De rapportage gaat in op de diverse thema’s binnen de AVP, op de gebiedsprojecten en geeft een feitelijk beeld van de projecten die zijn gerealiseerd. Omdat de provincie voor een aantal nieuwe uitdagende opgaven in het landelijk gebied staat, naast de doorlopende uitvoering van een aantal gebiedsprocessen, is er een uitgebreid evaluatieonderzoek over de AVP, eveneens over de periode 2007-2019, uitgevoerd. Deze evaluatie is bedoeld om ervan te leren en om op basis van de ervaringen aan een nieuw Uitvoeringsprogramma te kunnen gaan werken.
    In een Statenbrief wordt een eerste reactie op de uitkomsten van de evaluatie gegeven. De conclusies en aanbevelingen uit de evaluatie zullen onderwerp van gesprek worden met Provinciale Staten en de gebiedspartijen. De uitkomsten van die gesprekken zullen landen in een nieuw Uitvoeringsprogramma voor het landelijk gebied. Daarbij zal onder meer de (gebiedsgerichte) samenhang tussen de verschillende opgaven (natuuropgaven, de transitie van de landbouw, de stikstofaanpak, de aanpak van de bodemdaling, het nieuwe programma klimaatadaptatie, recreatieontwikkeling en andere opgaven in het landelijk gebied) worden bezien.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    -De Voortgangsrapportage Agenda Vitaal Platteland 2007-2019 en de Evaluatie Agenda Vitaal Platteland 2007-2019 vast te stellen;
    -De onderzoeksresultaten en aanbevelingen uit de Evaluatie Agenda Vitaal Platteland 2007-2019 als vertrekpunt te nemen voor een vervolgprogramma; een Uitvoeringsprogramma landelijk gebied en daartoe in gesprek te gaan met Provinciale Staten en met onze samenwerkingspartners;
    -De Statenbrief bij de Voortgangsrapportage en Evaluatie 2007-2019 vast te stellen en te verzenden aan Provinciale Staten.

  • 14

    Essentie / samenvatting:
    Vanaf 2013 hebben provincie Utrecht en diverse gebiedspartijen samengewerkt aan de realisatie van anti-verdrogingsmaatregelen in 31 gebieden op de TOP-lijst verdroging. Na ruim 5 jaar uitvoering is een evaluatie uitgevoerd, waarmee de voortgang van maatregelen, de mate van herstel van de hydrologie en de ecologie en tevens de restopgave in deze gebieden in beeld zijn gebracht.
    Hieruit blijkt dat in veel natuurgebieden herstel is gerealiseerd, maar ook dat er in meerdere gebieden nog een restopgave is. In meerdere gebieden zijn nog maatregelen gepland om te worden uitgevoerd. In enkele gebieden zijn aanvullende lokale maatregelen mogelijk. Voor verder herstel is voor sommige gebieden verbetering nodig van het omliggende watersysteem op regionaal niveau. De provincie Utrecht gaat samen met de bij de verdrogingsaanpak betrokken gebiedspartijen een plan van aanpak opstellen om lokale maatregelen in beeld te brengen en regionale maatregelen te verkennen voor gebieden in het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waaronder Natura 2000 gebieden.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de rapportage ‘Hoofdrapport evaluatie verdrogingsbestrijding 2020’ en ‘Evaluatie verdroging 2020 Factsheets gebieden’ vast te stellen
    2. een plan van aanpak op te stellen voor de restopgave voor lokale maatregelen tegen verdroging in het Natuur Netwerk Nederland en daarnaast een verkenning uitvoeren om kansen in beeld te brengen voor verbetering van het regionale watersysteem gelet op kwaliteitsdoelen voor natuur in verdrogingsgevoelige natuurgebieden;
    3. de statenbrief ‘Evaluatie Verdrogingsbestrijding 2020 provincie Utrecht’ vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 15

    Essentie / samenvatting:
    Provinciale Staten van Utrecht hebben in hun vergadering van 10 december 2018 besloten om de Rijnbrug N233 bij Rhenen en Kesteren te verbreden van 2X1 naar 2x2 rijstroken inclusief fietspaden aan beide zijden, in combinatie met in- en uitvoegers bij de aansluiting met de N225 (kenmerk PS2018MME24-2). Provinciale Staten van  Gelderland hebben op 19 december 2018 besloten om ten zuiden van de brug tot aan N320 (Kesteren) het wegprofiel uit te breiden naar 2x2 rijstroken (de grens tussen de provincies ligt halverwege de Neder-Rijn).
    Om dit project in uitvoering te kunnen brengen zal volgens de Wet milieubeheer en de Wet natuurbescherming een milieueffectrapportage (m.e.r.)-procedure moeten worden doorlopen waarbij een Milieueffectrapport (MER) en passende beoordeling worden opgesteld. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) markeert de eerste stap in deze m.e.r.-procedure en geeft aan wat en tot welk detailniveau de provincie voornemens is te onderzoeken. De milieueffecten die ontstaan, zowel tijdens de uitvoering als na de oplevering, worden in beeld gebracht.
    De ontwerp-NRD heeft van 16 oktober 2019 tot en met 26 november 2019 ter inzage gelegen. Er zijn acht zienswijzen ontvangen. Twee reacties zijn binnen gekomen van  bestuursorganen die betrokken zijn in dit project. Deze zijn van een reactie voorzien en gebundeld in een Reactienota. Daarnaast hebben de provincie Gelderland en de provincie Utrecht de Commissie voor de m.e.r om advies gevraagd over de NRD. Hoe de provincies omgaan met het advies staat beschreven in de Oplegnotitie. De Reactienota en Oplegnotitie zijn onderdeel van de NRD.  GS van Gelderland en GS van Utrecht dienen de NRD tegelijkertijd vast te stellen.
    De start van de uitvoering van de verbreding van de Rijnbrug is mede afhankelijk van de doorlooptijd van de procedures en de daarbij behorende inspraakmogelijkheden. De provincies Utrecht en Gelderland streven ernaar om de nieuwe brug voor 2025 klaar te hebben voor gebruik. Op dit moment wordt er wel rekening gehouden met een vertraging vanwege de regelgeving op het gebied van stikstof.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Rijnbrug Rhenen, de Reactienota en Oplegnotitie vast te stellen;
    2. de statenbrief “N233 Verbreding Rijnbrug Notitie Reikwijdte en Detailniveau” vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten inclusief de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, de Reactienota en Oplegnotitie.

  • 16

    Essentie / samenvatting:
    Provinciale Staten hebben in hun vergadering van 18 februari 2019  besloten om de N233/Rondweg-oost Veenendaal, tussen Wageningselaan en A12, te verbreden naar 2x2 rijstroken inclusief een ongelijkvloerse kruising bij de Prins Clauslaan (PS2019MME03).
    Om het project in uitvoering te kunnen brengen zal volgens de Wet milieubeheer en de Wet natuurbescherming een milieueffectrapportage (m.e.r.)-procedure moeten worden doorlopen waarbij een Milieueffectrapport (MER) en passende beoordeling worden opgesteld. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) markeert de eerste stap in deze m.e.r.-procedure en geeft aan wat en tot welk detailniveau de provincie voornemens is te onderzoeken. De milieueffecten die ontstaan, zowel tijdens de uitvoering als na de oplevering, worden in beeld gebracht.
    De ontwerp-NRD heeft van 16 oktober 2019 tot en met 26 november 2019 ter inzage gelegen. Er zijn zes zienswijzen ontvangen. Deze zijn van een reactie voorzien en gebundeld in een Reactienota. Daarnaast heeft de provincie de Commissie voor de m.e.r om advies gevraagd over de NRD. Hoe de provincie omgaat met het advies, staat beschreven in de Oplegnotitie. De Reactienota en Oplegnotitie zijn onderdeel van de NRD.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Rondweg-Oost, de Reactienota en Oplegnotitie vast te stellen;
    2. de statenbrief “N233 Verbreding Rondweg-Oost Notitie Reikwijdte en Detailniveau” vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten inclusief de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, de Reactienota en Oplegnotitie.

  • 17

    Essentie / samenvatting:
    De coronacrisis heeft een grote impact op het openbaar vervoer. Het gebruik van het openbaar is sterk teruggelopen en daarmee ook de reizigersinkomsten. De verwachting is dat deze inkomsten de komende jaren  lager zullen blijven dan  voor de crisis. De herstelperiode is naar verwachting wel een jaar of vier. Dat is in feite de resterende looptijd van onze Utrechtse OV-concessies tot december 2023. Dit heeft grote financiële gevolgen voor zowel provincie als vervoerders. In 2020 worden deze verliezen grotendeels (maar niet volledig, want de vervoerders nemen 7% voor hun rekening) gecompenseerd door de vergoedingsafspraken met het Rijk. Maar voor 2021 en verder is er nog geen zicht op continuering hiervan, ofschoon de voorzichtige verwachting is dat het Rijk in mindere mate opnieuw zal bijdragen. Het is helder dat de vervoerders deze verliezen niet zonder meer kunnen dragen. Op grond van de hardheidsclausule in de concessies zal de provincie met de vervoerders nieuwe afspraken moeten maken om te komen tot een sluitende business case, om zo de continuïteit van het openbaar vervoer te garanderen. Dit laatste is het hart van de wettelijke taak die de provincie als concessieverlener voor het openbaar vervoer heeft: het garanderen van vervoer aan de reiziger.

    Daarom zijn de afgelopen periode met de vervoerders maatregelen verkend om de kosten te beperken en meer in lijn te brengen met de gedaalde reizigersvraag en reizigersopbrengsten. Hierbij kan uiteraard gedacht worden aan het in zekere mate afschalen van de dienstregeling, maar er is nadrukkelijk ook verkend welke andere maatregelen in de concessierelatie mogelijk zijn, waaronder met name het verlengen van de concessies.

    Met dit spectrum aan maatregelen is een aantal scenario’s ontwikkeld, waarbij wordt voorgesteld om het voorkeursscenario verder uit te werken. Dit voorkeursscenario bestaat uit het intelligent afschalen van de dienstregeling met circa 8%, het verlengen van de concessies (waarbij twee à drie jaar het meest kansrijk lijkt om tot een betere business case voor de vervoerder te komen), en een aantal andere / kleinere maatregelen. Dit scenario krijgt verder vorm in enerzijds het concrete Vervoerplan 2021, dat noodzakelijkerwijs op korte termijn ter besluitvorming aan u zal worden voorgelegd. Later zullen ook de concessie-aanpassingen aan u worden voorgelegd in de vorm van een addendum op elk van de beide concessies (verwachting: januari 2021), na zorgvuldige uitwerking en juridische toetsing.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. in te stemmen met het nader uitwerken van maatregelen om de continuïteit van het OV te borgen in de concessies – daarbij uitgaande van circa 8% afschaling van de dienstregeling in het binnenkort ter besluitvorming voor te leggen Vervoerplan 2021 en een aantal nader uit te werken aanpassingen in de concessies, die later ter besluitvorming worden voorgelegd;
    2. de gedeputeerde Mobiliteit te mandateren om het concept-Vervoerplan 2021 (gebaseerd op de afschaling van ongeveer 8%) vrij te geven, en dit plan versneld ter consultatie voor te leggen aan ROCOV en de gemeenten hierover te informeren;
    3. de Statenbrief vast te stellen en te verzenden.

  • 33
  • 33.A

    Essentie / samenvatting:
    De programmabegroting voor 2021 is gereed. Wij blijven uitvoering geven aan onze ambities zoals verwoord in het coalitieakkoord ‘Nieuwe energie voor Utrecht’. De ontwikkelingen van dit jaar, en dan met name de gevolgen van de corronacrisis, hebben invloed op onze inwoners en onze partners in de Utrechtse regio. De totale impact is nog niet te overzien. Daarom is gekozen voor een adapatieve begroting, die ruimte biedt om flexibel in te spelen op ontwikkelingen. Er wordt een bestemmingsreserve “COVID flankerend beleid 2021” gevormd om ondersteuning te kunnen bieden aan sectoren die hard geraakt worden door de coronacrisis. Hiervoor wordt € 15 miljoen apart gezet vanuit de saldi reserve. Aan de besteding van middelen uit deze reserve moeten heldere plannen ten grondslag liggen, die ter besluitvorming aan PS zullen worden voorgelegd.

    In de loop van komend jaar zal meer duidelijkheid ontstaan over de mogelijkheid om uitvoering te geven aan de plannen en voornemens voor 2021. Op een aantal punten zijn keuzes gemaakt die leiden tot een neerwaartse bijstelling van budgetten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om herprioritering, kosten die lager uitvallen dan eerder ingeschat, projecten die later tot uitvoering komen (en langer doorlopen) en een efficiëntere bedrijfsvoering.

    De verwachting is dat een aantal voorgenomen plannen en activiteiten niet door kan gaan of vertraging oploopt omdat onze partners andere keuzes (moeten) maken. Dat zal effect hebben op inzet van capaciteit, cofinanciering en/of inschatting van de haalbaarheid. Wij gaan nu uit van een neerwaartse bijstelling van de materiële budgetten van 2%. Op deze manier spelen wij wendbaar in op de verwachte en onverwachte veranderingen in de omstandigheden. Daar past een meerjarenbegroting bij die ruimte biedt om tussentijds bij te sturen, die voldoende weerstandsvermogen heeft voor het opvangen van de toegenomen risico’s en die meer ruimte houdt in de jaren 2022 – 2024 voor de bekostiging van de beleidsdoelstellingen.

    Voorliggende begroting is een sluitende begroting voor 2021 en een financiële doorkijk tot en met 2024. De begroting 2021 sluit met een positief saldo van baten en lasten (na verrekening met de reserves) van € 3,2 miljoen. Dit begrotingssaldo wordt gestort in de Saldireserve. Voor het jaar 2022 verwachten we een begrotingstekort na verrekening van de reserves van € 14,2 miljoen. Dit begrotingstekort worden gedekt door een onttrekking uit de Saldireserve en door te nemen maatregelen om de organisatie wendbaarder, robuuster en soepeler te laten functioneren. Bij de kadernota 2022 wordt dit verder geconcretiseerd. De laatste jaren van het meerjarenperspectief hebben een positief begrotingssaldo van respectievelijk € 5,7 en € 5,3 miljoen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de concept Programmabegroting 2021 vast te stellen;
    2. het statenvoorstel vast te stellen en samen met de concept Programmabegroting 2021 ter besluitvorming toe te zenden aan Provinciale Staten;
    3. de portefeuillehouder Financiën te mandateren om in de Programmabegroting 2021 en het bijbehorende statenvoorstel tekstuele en niet materiële financiële correcties aan te brengen en daarmee de eindredactie te verzorgen;
    4. de portefeuillehouder financiën te mandateren om de begroting te completeren met bijlagen waar die nog ontbreken.

  • 34

    Essentie / samenvatting:
    Er is een set van 92 indicatoren opgesteld met een uniform en consistent karakter, waarvan 11 verplicht volgens de BBV. De indicatoren worden per beleidsdoel in de begroting vermeld. Voor de brede welvaart indicatoren is een aparte informatieve paragraaf opgenomen in de begroting. Deze bevat 16 indicatoren. Voor de indicatoren over brede thema’s (klimaat, sociale agenda, circulariteit, met data onderbouwd beleid) zijn diverse trajecten uitgezet met als doel in de begroting van 2022 een aantal indicatoren te kunnen opnemen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. een set van 92 indicatoren, inclusief 11 verplichte indicatoren conform BBV, voor de begroting 2021 vast te stellen;
    2. het statenvoorstel over de indicatoren voor begroting 2021 vast te stellen en deze toe te sturen aan PS;
    3. de paragraaf over brede welvaart, inclusief informatieve indicatoren vast te stellen en deze op te nemen als structureel onderdeel in de begroting, te beginnen met de begroting 2021
    4. een aantal indicatoren voor brede thema’s (doelenboom 9.7) in de begroting van 2022 op te nemen.