GS-Besluiten

dinsdag 14 april 2020 09:30
Locatie:
Microsoft Teams
Voorzitter:
J.H. Oosters

Agendapunten

  • 00
  • 0.10

    Essentie / samenvatting:
    Op 17 maart hebben Gedeputeerde Staten (GS) de Ontwerp Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. In aanloop daarnaartoe hebben GS adviezen ontvangen van zowel de Provinciale Commissie Leefomgeving (PCL), als de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK). Deze waardevolle adviezen bestrijken grote delen van de inhoud en hebben geleid tot aanvulling en versterking van voorgenomen beleid en regels in de Ontwerp Omgevingsvisie en -verordening. GS lichten dit in twee antwoordbrieven toe.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de beantwoording van de adviezen van de PCL over de Omgevingsvisie en -verordening vast te stellen en aan de PCL toe te zenden;
    2. de beantwoording van de adviezen van de PARK over de Omgevingsvisie en -verordening vast te stellen en aan de PARK toe te zenden;
    3. de Statenbrief vast te stellen en met de reactiebrief op de PCL-adviezen en de PARK-adviezen ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 0.17

    Essentie / samenvatting:
    Gedeputeerde Staten ontvingen op 6 september 2019 van twintig omwonenden van een pluimveehouderij in Hekendorp (gemeente Oudewater) en van de Vereniging Leefmilieu te Nijmegen het verzoek om op grond van de Wet natuurbescherming handhavend op te treden tegen een deels al gerealiseerde wijziging in de bedrijfsvoering. Dat verzoek is niet ingewilligd. Tegen het weigeringsbesluit van Gedeputeerde Staten hebben alle betrokkenen bezwaar aangetekend. De Awb-adviescommissie is van mening dat de twintig omwonenden in hun bezwaren niet-ontvankelijk zijn omdat het pluimveebedrijf in relatie tot de Wet natuurbescherming geen ruimtelijke uitstraling en invloed heeft op de leefomgeving van bezwaarden. De afstand tussen de percelen van bezwaarden en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is daarvoor veel te groot. De bezwaren van Vereniging Leefmilieu zijn volgens de Awb-adviescommissie wél ontvankelijk, maar ongegrond. Het pluimveebedrijf heeft namelijk indertijd (eind mei 2019) al een vergunningaanvraag ingediend. De aangevraagde situatie leidt tot minder depositie van stikstof dan in de huidige situatie. Ook op grond van de op 13-12-2019 door de provincies vastgestelde nieuwe stikstofbeleidsregels is er wat betreft het betrokken pluimveebedrijf concreet zicht op legalisatie. Gedeputeerde Staten besluiten om het advies van de Awb-adviescommissie op te volgen en herroepen de bestreden weigeringsbeschikking niet. Om die reden worden er evenmin proceskosten vergoed.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. het bezwaarschrift tegen het geweigerde verzoek tot handhaving wat betreft de twintig omwonenden niet-  ontvankelijk te verklaren en wat betreft de Vereniging Leefmilieu het bezwaarschrift ongegrond te verklaren;
    2. het bestreden weigeringsbesluit d.d. 16-10-2019 in stand te laten;
    3. geen proceskosten te vergoeden;
    4. de beslissing op bezwaar vast te stellen, te verzenden en voor de motivering te verwijzen naar het advies van de Awb-adviescommissie van PS en GS van 14 januari 2020.

  • 01A
  • 05

    Essentie / samenvatting:
    Conform planning van het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP RES) zijn door de regio’s U16, Regio Amersfoort en Food Valley ontwerp- en concept-RES’en opgesteld, zodat deze na instemming door raden, Staten en algemeen besturen van de betrokken waterschappen uiterlijk 1 juni 2020 kunnen worden ingediend bij het NP RES. De ontwerp- en concept RES’en bevatten naast een concept-bod ten aanzien van het opwekken van energie uit wind en zon en de eerste verkenning over het winnen van energie uit warmte, ook (voorlopige) zoeklocaties voor het realiseren zonnevelden en windturbines. Die worden richting RES 1.0 en daarna verder uitgewerkt. Op de concept-RES’en volgt een appreciatie door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van alle 30 RES-regio’s op de volgende aspecten: kwantiteit, systeem efficiëntie, maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak en ruimtegebruik. Mocht de besluitvorming vanwege de corona-crisis niet voor de datum van 1 juni zijn afgerond, dan adviseert het NP RES om vooruitlopend hierop, de voorlopige versie van de concept-RES in te sturen ten behoeve van de analyse door het PBL. De concept- en ontwerp-RES’en worden dan ingestuurd nadat de besluitvorming in de parlementen heeft plaatsgevonden. Mede op basis van deze appreciatie zullen de concept-RES’en worden uitgewerkt naar een eerste volledige versie, de RES 1.0. Volgens planning zou de RES 1.0 uiterlijk 1 maart 2021 bij het NP RES moeten worden ingediend, maar mogelijk wordt besloten om deze landelijke deadline vanwege de corona-crisis naar achteren te schuiven. Wanneer uit de concept-RES’en van de 30 regio’s blijkt dat de doelstelling van 35 TWh niet wordt gehaald, dan volgt een verdeling van de ‘restopgave’. Dit traject genaamd Route 35 wordt aangestuurd door de koepels en niet door de NP RES. De systematiek wordt momenteel nog ontwikkeld en het voorstel hiervoor zal niet vóór 1 juni worden gecommuniceerd.
    De ontwerp- en concept RES’en van U16, Regio Amersfoort en Regio Foodvalley zijn een tussenproduct. Ze bevatten een concept-bod over de hoeveelheid op te wekken energie uit wind en zon. Het concept-bod van U16 bedraagt 1,8 TWh, van Regio Amersfoort 0,5 TWh en van Food Valley 0,75 TWh (incl. Gelderse deel).Tevens bevatten zij een concept-Regionale Structuur Warmte, die in alle concept-RES’en nu nog beperkt is uitgewerkt. Het is van groot belang dat de boden gestand worden gedaan. Om daartoe te komen moeten de (concept-)boden worden vertaald naar planologische besluiten en vergunningverlening. Zoals gebruikelijk kunnen gemeenten bij de planvorming rekenen op begeleiding door de provincie, waarbij het primaat van de planvorming bij de betreffende gemeenten en initiatieven ligt.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. in te stemmen met het inzenden van de ontwerp-Regionale Energiestrategie U16 en concept-Regionale Energiestrategieën Regio Amersfoort en Food Valley;
    2. het Statenvoorstel vast te stellen en ter besluitvorming aan Provinciale Staten toe te zenden;
    3. de benodigde inspanningen te leveren om de hoogte van de in de ontwerp- en concept-Regionale Energie Strategieën opgenomen concept-boden voor het opwekken van duurzame energie gestand te doen;
    4. de portefeuillehouder Energietransitie te mandateren om aanpassingen te doen aan de tekst van het Statenvoorstel met betrekking tot wijzigingen in de landelijke planning omtrent het indienen van Regionale Energie Strategieën, die verband houden met de corona-crisis.

  • 06

    Essentie / samenvatting:
    De nationale en internationale maatregelen rondom het coronavirus hebben verregaande consequenties voor het project Vernieuwing Regionale Tramlijn (hierna: “VRT”). Hoewel de reikwijdte van de gevolgen van het coronavirus op dit moment niet te voorzien zijn, staat vast dat er gevolgen zullen zijn voor het project en het noodzakelijk is om te anticiperen op de veranderende omstandigheden. De complexiteit wordt versterkt doordat het project sterk afhankelijk is van internationale leveranciers en daarmee niet alleen het nationale, maar ook internationale beleid bepalend is voor de voortgang. Naast de gevolgen van de coronamaatregelen is een tweetal risico’s opgetreden, te weten baanstabiliteit en spleetbreedte bij haltes.
    Om te kunnen anticiperen worden verschillende scenario’s uitgewerkt op basis waarvan keuzes kunnen worden gemaakt. Hierbij wordt ook inzichtelijk gemaakt wat de mitigerende maatregelen zijn en wat de gevolgen zijn voor de betrokkenen. Het belang van de reiziger is hierbij zwaarwegend en het streven is om de negatieve consequenties voor de reiziger zo veel als mogelijk te beperken. De uitgewerkte scenario’s en het afwegingskader zullen op korte termijn worden gepresenteerd aan de directe stakeholders.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. kennis te nemen van de voortgang van het project en de risico’s die zijn opgetreden;
    2. de statenbrief vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 07

    Essentie / samenvatting:
    Ten behoeve van de verduurzaming van de U-OV vloot zullen in de zomer 55 nieuwe elektrische bussen in gebruik worden genomen. 35 elektrische bussen zouden in de nieuwe busstalling op de locatie Westraven gestald worden. Gebleken is dat door gewijzigde regelgeving de beoogde locatie Westraven niet tijdig beschikbaar is voor de stalling van 35 elektrische bussen. Het is daarom noodzakelijk om kortetermijnmaatregelen voor te bereiden op de remise in Nieuwegein om het stallen van deze elektrische bussen mogelijk te maken. Op 7 april jl. is bekend geworden dat het de verwachting is dat de levering van de elektrische bussen dit jaar enige maanden vertraging zal oplopen. De consequenties van beide zaken zijn in dit B-stuk meegenomen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de statenbrief vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 08

    Essentie / samenvatting:
    Het IPO-bestuur heeft in de vergadering van 2 april 2020 besloten om het herijkte provinciefonds met twee jaar uit te stellen. Het herijkte provinciefonds start hierdoor in 2023.
    De gemaakte afspraken tussen de provincies Zuid-Holland en Utrecht over de verrekening van jaarlijkse kosten voor de uitbreiding van het Utrechts grondgebied (i.c. Vijfheerenlanden) wordt doorgetrokken voor de jaren 2021 en 2022. Dit betekent dat de vaste schuif in het provinciefonds voor de provincies Utrecht en Zuid-Holland met twee jaar wordt verlengd.
    Bij de herijking van het provinciefonds wordt onder meer rekening gehouden met de volgende onderwerpen:
    1. Vijfheerenlanden
    2. Verschillen in demografische ontwikkelingen tussen de verschillende provincies
    3. Motorrijtuigenbelasting als belastingheffing en het toenemend aantal elektrische auto’s
    4. Vastgestelde rendementen op het eigen vermogen van provincies

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de uitkomsten van het IPO-bestuur besluit om het herijkte provinciefonds uit te stellen met 2 jaar (herijkte provinciefonds start hierdoor in 2023) voor kennisgeving aan te nemen;
    2. de Statenbrief vast te stellen en ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten.

  • 09

    Essentie / samenvatting:
    Op 17 maart hebben Gedeputeerde Staten (GS) de Ontwerp Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Utrecht en het bijbehorende milieueffectrapport vastgesteld. Op 24 maart hebben GS besloten de tervisieleggingsperiode van deze documenten te laten lopen van 6 mei t/m 16 juni. Dit alles is ter voorbereiding van de invoering van de Omgevingswet die gepland was op 1-1-2021.
    Op 1 april heeft minister Van Veldhoven voor Milieu en Wonen echter in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld. Redenen hiervoor zijn:
    - de verwachting dat de coronamaatregelen effect zullen hebben op de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet;
    - dat voor een goede implementatie van het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) er nog flink wat stappen gezet moeten worden.
    - er vertraging is in het beschikbaar komen van de standaard voor publicatie van omgevingsdocumenten, de verwerving van lokale software en de voortgang van de behandeling van de wetgeving.
    Met uitstel van de invoering van de Omgevingswet kan ook de tervisielegging, die in deze tijd niet optimaal kan verlopen, verder uitgesteld worden. Mocht de invoering van de Omgevingswet meer dan 6 maanden uitgesteld worden, dan stellen GS ter overbrugging een aangepaste Ontwerp Omgevingsverordening op die inhoudelijk zoveel als mogelijk identiek is, maar qua formuleringen past bij huidige wetten voor de fysieke leefomgeving.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht, de Ontwerp Omgevingsverordening provincie Utrecht en het planMER Omgevingsvisie provincie Utrecht ter inzage te leggen van 8 september t/m 19 oktober 2020, indien het uitstel van de inwerkingtreding van de omgevingswet beperkt blijft tot maximaal een half jaar;
    2. indien de invoering van de Omgevingswet uitgesteld wordt met meer dan 6 maanden, een aangepaste versie van de Ontwerp Omgevingsverordening te maken en deze in procedure brengen;
    3. de op 17 maart vastgestelde Ontwerp Omgevingsvisie en Ontwerp Omgevingsverordening te verwerken tot digitale versies die in het DSO opgenomen kunnen worden bij wijze van leer- en testtraject.

  • 14

    Essentie / samenvatting:
    Gedeputeerde Staten heeft een Taskforce Corona ingesteld om het Rijk en de Utrechtse gemeenten te kunnen ondersteunen in hun aanpak van de corona-crisis en om vanuit haar rol als opdrachtgever waar nodig de ongewenste bij-effecten van de corona-crisis op een gecoördineerde en samenhangende wijze aan te pakken. Periodiek wordt Provinciale Staten per brief geïnformeerd over de getroffen maatregelen en de stand van zaken daarvan.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. de Statenbrief vast te stellen en deze ter informatie toe te zenden aan Provinciale Staten;
    2. kennis te nemen van monitor.

  • 15

    Essentie / samenvatting:
    Waterschap Rivierenland heeft Gedeputeerde Staten verzocht het dijkversterkingsplan Vianen-Hazelaarplein de op grond van artikel 5.7 van de Waterwet benodigde goedkeuring te verlenen. Het projectplan voldoet aan de eisen die de Waterwet stelt aan een projectplan en voorziet erin om de afgekeurde dijk weer aan de wettelijke veiligheidsnorm te laten voldoen.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten het goedkeuringsbesluit projectplan Waterwet dijkversterking Vianen-Hazelaarplein vast te stellen.

  • 16

    Essentie / samenvatting:
    Artikel 1.3 van de Wet natuurbescherming vereist dat besluiten die nadelige effecten kunnen hebben op Natura 2000-gebieden in andere provincies in overeenstemming met die provincies plaatsvinden. De wet heeft deze afstemmingsverplichting tussen bevoegde gezagen opgenomen aangezien de gebieden een Europees netwerk vormen waarbij de duurzame onderlinge samenhang beschermd moet worden.
    De nadelige effecten van stikstofdepositie kunnen tot zeer ver reiken. Dit betekent dat andere provincies in veel gevallen voor hun besluitvorming op grond van de Wet natuurbescherming afhankelijk zullen zijn van onze instemming. Om hierin vertraging te voorkomen wordt eenmalig in deze brief toegelicht in welke situaties wij automatisch instemmen met besluiten op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om situaties waarbij landelijk op dezelfde wijze wordt getoetst. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan zoals in de brief vermeld, is nog steeds een individuele toestemming nodig per besluit.
    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten de brief voor automatische instemming met besluiten van andere provincies in het kader van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming vast te stellen.

  • 18A

    Essentie / samenvatting:
    Op 19 december 2019 heeft de commissie Remkes middels een rapport aanbevolen om bemesten en beweiden als niet vergunningplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming te beschouwen. Dit na onverbindend verklaren van de bestaande provinciale vrijstelling door een uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019. De provincies en de Minister van LNV hebben vervolgens bestuurlijk besloten ernaar te streven de aanbeveling van de commissie op te volgen. Het College besluit om, in overeenstemming met de andere provincies, een praktisch uitvoeringskader van dit bestuurlijk streven vast te stellen voor zover het beweiden betreft en daarmee vergunningverlening weer mogelijk te maken voor de overige delen van agrarische projecten waarbij beweiden een rol speelt.

    Beslispunten:
    Gedeputeerde Staten besluiten:
    1. in te stemmen met de werkwijze tav. vergunningaanvragen en –procedures voor beweiden. Concreet:
    2. (vergunningaan)vragen voor beweiden conform de voorgestelde IPO redeneerlijn worden afgewikkeld;
    3. verweer in lopende beroeps- en verzetsprocedures in lijn met de redenering wordt gevoerd;
    4. als uitgangspunt te hanteren dat provincies een gezamenlijk aanpak voor beweiden kiezen;
    5. in het BO van 23 april de minister van LNV te verzoeken gezamenlijk op te trekken in eventuele gevolgen van de gekozen lijn.