Raadssessies (Raadzaal)

4. Kadernota onderwijsachterstandenbeleid - continu programmering

dinsdag 21 april 2020 20:30 - 21:00
Locatie:
Digitaal
Voorzitter:
Wilcke – Den Os – Riepma
Toelichting:

Sessie 4. Kadernota onderwijsachterstandenbeleid - continu programmering

Uitzending

Agendapunten

  • 0
  • 1

    Er zijn in Nederland veel kinderen die al op jonge leeftijd een ontwikkelachterstand hebben vanwege omgevingsfactoren zoals opleiding van ouders, of moedertaal van ouders, etc. Om deze achterstanden tegen te gaan en er voor te zorgen dat kinderen een gelijke kans hebben om zich te ontwikkelen stelt het rijk financiële middelen beschikbaar ter bestrijding van onderwijsachterstanden. Het college stelt de raad voor kaders vast te stellen voor de lopende beleidsperiode 2020 – 2023.
    Samen met kinderopvang en onderwijs is nagegaan welke resultaatafspraken kunnen worden gemaakt voor de voorliggende beleidsperiode. Daarbij is een belangrijk aandachtspunt dat het onderwijsachterstandenbeleid geen op zichzelf staand beleid is, maar onderdeel uitmaakt van het totale onderwijsaanbod van zowel gemeente, als kinderopvang en scholen. Dat maakt het ook lastig, zo niet onmogelijk, om hier directe doelen en opbrengsten aan te koppelen. De gekozen insteek sluit aan bij de landelijke doelstelling van te behalen basisniveaus op het gebied van taal, lezen en rekenen (Meijerink 2009). Dit is een algemeen aanvaard basisniveau waarmee kansrijk een vervolgopleiding kan worden gevolgd. Indachtig de doelstellingen van onderwijsachterstandenbeleid worden daar de thema’s van zelfvertrouwen, meedoen en ouderbetrokkenheid aan gekoppeld.



    Voorgesteld besluit

    1. Als hoofddoel voor het onderwijsachterstandenbeleid vast te stellen:
    ‘Het basisniveau 1F is het referentieniveau voor taalverzorging, lezen en rekenen dat elke leerling aan het einde van de basisschool tenminste zou moeten beheersen. Het streven is gericht op het 2F-niveau voor taal en voor rekenen op het 1S-niveau.’ (uit Meijerink, H. P. (2009). Referentiekader taal en rekenen).
    2. De middelen die het rijk gedurende de projectperiode geoormerkt beschikbaar stelt voor onderwijsachterstandenbeleid, in 2020 € 4.295.193, in te zetten voor de uitvoering van dit beleid.
    3. De voortgang van het beleid te monitoren middels een tussentijdse evaluatie in 2022 over de mate van doelbereiking en een eindevaluatie na afloop in 2023.