Raadsvergadering

Raadsvergadering 14 april 2020

dinsdag 14 april 2020 22:00 - 23:00
Locatie:
Digitaal
Voorzitter:
Burgemeester Adema
Toelichting:

Raadsvergadering 14 april 2020

Uitzending

Agendapunten

  • 0
  • 1
  • 2
  • 3

    00:19:02 - 00:19:04 - I.R. Adema
  • 4

    Besluitenlijsten raad
    Titel
    Besluitenlijst Raadsvergadering 3 maart 2020
    Besluitenlijst Raadsvergadering 11 maart 2020
  • 5
  • 5.a
  • 5.a.01

    De fractie van Leefbaar Lelystad heeft een 12 vragen gesteld m.b.t. rechtmatigheidsonderzoeken bijstandsuitkeringen. In het reguliere proces van uitkeringsverstrekking en mutaties is rechtmatigheidscontrole standaard onderdeel van de procesgang en gebonden aan strikte procedures c.q. termijnen. Ook bij vermoedens van fraude of huisbezoeken gelden strikte regels waaraan de ambtenaren zich houden.


  • 5.a.02

    Het college verstrekt de raad op haar verzoek een overzicht van de boekwaardes en de leegstand in de gemeentelijke gebouwen.


  • 5.a.03

    De raad door middel van deze informatienota te informeren over het voornemen van het college om een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een woongebouw met 45 appartementen aan de Waddenlaan, te Lelystad.


  • 5.a.04

    Het college stelt het jaarverslag Leerplicht en Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) over het schooljaar 2018-2019 vast en informeert de raad. In het jaarverslag wordt ingegaan op de statistische gegevens van schooljaar 2018-2019 met betrekking tot o.a. verzuim en thuiszitters. Gemeente Lelystad rapporteert in het jaarverslag niet alleen over het leerplichtbeleid, maar ook over de voorlopige cijfers met betrekking tot voortijdig schoolverlaten.

    De preventieve aanpak van de gemeente ten aanzien van schoolverzuim heeft in schooljaar 2018-2019 geresulteerd in de vermindering van absoluut verzuim, het verminderen van het aantal thuiszitters en een versterking in de samenwerking met de onderwijs- en zorgpartners. Door vroegtijdige signalering in het primair onderwijs bij verzuim en een integrale samenwerking tussen school, leerplicht en het JGT, hebben leerlingen een goede kans om stevig de overstap te maken naar het voortgezet onderwijs. Het aantal voortijdig schoolverlaters in Lelystad stabiliseert, na een stijging die ook landelijk het geval was. De voorlopige cijfers wijzen uit dat het aantal voortijdig schoolverlaters is gedaald.


  • 5.a.05

    Het college heeft besloten De Kubus, Agorabaan 3 te Lelystad, aan te wijzen als gemeentelijk monument. Met dit besluit wil het college bijdragen aan het versterken van aantrekkingskracht van de stad op toeristen en het creëren van een herkenbaar en identiteitsvol Lelystad: een identiteit die deels gebaseerd is op haar bijzondere historische achtergrond. Het gebouw staat symbool voor de naoorlogse doelstelling om kunst en cultuur onder brede lagen van de bevolking te verbreiden in een open en laagdrempelig gebouw voor iedereen: uniek in Lelystad. Daarnaast geldt het gebouw als belangrijk werk in het oeuvre van architect W. Davidse. Het is een stilistisch goed voorbeeld van de structuralistische bouwstijl.


  • 5.a.06

    Door de fractie van de PVV zijn schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van boetes die mevrouw Lemonakis heeft gekregen in verband met fout parkeren bij haar horecabedrijf. Het college heeft op deze vragen een schriftelijke reactie gegeven.


  • 5.a.07

    Vanuit het loket Mensen Maken de Buurt ondersteunt de gemeente ideeën van inwoners die bijdragen aan een mooie leefomgeving en meer onderling contact. Inwoners spelen zelf altijd een rol in de uitvoering. Uitgangspunt is: Van, voor en door de buurt. Het college informeert de gemeenteraad over de verbeteringen aan het loket en over in 2019 gerealiseerde initiatieven.


  • 5.a.08

    De gemeente heeft gekeken naar de uitvoering van het integraal veiligheidsplan (IVP) in 2018 en 2019. Daaruit blijkt dat de criminaliteit in Lelystad de afgelopen jaren is gedaald met 7%. Het aantal geweldsdelicten is met 13% gedaald en woninginbraak is afgenomen met maar liefst 31%. Het rapportcijfer dat bewoners geven aan veiligheid in hun eigen buurt staat op 7,2. Veiligheidsgevoelens zijn stabiel: 79% van alle bewoners voelt zich veilig in de eigen buurt.
    Er is veel gebeurd in de afgelopen twee jaar: de politie heeft zo’n tweeduizend verdachten aangehouden. Het aantal WhatsApp groepen is gegroeid naar 145 en ruim achtduizend Lelystedelingen zijn lid van Burgernet. Verder zijn er 36 drugspanden ontruimd en heeft de burgemeester 8 drugspanden gesloten. Bijna 100 personen zijn besproken in het Veiligheidshuis en in de lokale PGA (persoonsgerichte aanpak). En de burgemeester heeft 36 huisverboden opgelegd aan plegers van huiselijk geweld.
    In het IVP heeft de gemeenteraad drie prioriteiten benoemd en nog eens acht strategische thema’s. In totaal zijn er de afgelopen twee jaar 168 activiteiten uitgevoerd, waarvan 80% naar tevredenheid en volgens planning loopt. Daarentegen zijn er ook verbeterpunten: jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit komt nog te vaak voor. Autokraak is gestegen en er wordt nog steeds veel overlast ervaren van personen met verward gedrag. De aandachtspunten van de acties die niet op koers liggen worden verwerkt in het nieuwe uitvoeringsplan, dat dit jaar gereed zal zijn.


  • 5.a.09
  • 5.a.10
  • 5.a.11
  • 5.a.12
  • 5.a.13
  • 5.a.14
  • 5.a.15

    De definitieve MRA-Agenda voor de periode 2020-2024 is aangeboden aan alle colleges van de MRA-deelnemers. Binnen het kader van deze nieuwe MRA-Agenda zullen wij in afstemming met gemeente Almere en provincie Flevoland onze focus en inzet in het MRA-samenwerkingsverband uitwerken en kenbaar maken aan het bestuur van de MRA.


  • 5.a.16

    Een werkgroep uit de raad doet aan de gemeenteraad een voorstel om voor zijn lange termijn agenda focus aan te brengen binnen het thema wonen. Het voorstel van de werkgroep is om het gesprek over wonen via gespreksrondes over verschillende doelgroepen te organiseren. Het college onderschrijft de intentie van het initiatiefvoorstel en ziet de gespreksrondes en de uitkomsten daarvan als belangrijke input voor de herijking van de woonvisie en vraagt aandacht voor de planning in relatie tot de planning van de woonvisie.



    Voorgesteld besluit

    Kennis te nemen van het initiatiefvoorstel van de raadswerkgroep voor het thema Wonen en bijgaande zienswijze op het initiatiefvoorstel aan de raad te versturen.

  • 5.a.17

    De raad heeft de behoefte in het kader van bestuurlijke vernieuwing meer aan de voorkant te sturen. Daartoe heeft de raad een aantal thema’s benoemd en als prioriteit aangemerkt. Een van deze thema’s is “Wonen, Welzijn en Zorg”. Bij dit thema is de focus gelegd op senioren omdat deze groep in de komende jaren flink in aantal toe gaat nemen. Een raadswerkgroep heeft bijgaand initatiefvoorstel voorbereid. Het college is nu gevraagd hier een zienswijze op te geven. Het inititatiefvoorstel wordt daarna met de zienswijze van het college ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.


  • 5.b


    Ingekomen stukken
    Titel
    Aandacht vragen voor Regeling Reductie Energiegebruik (RRE) en BTW-compensatiefonds
    Aangenomen motie vreemd Samen Trap-op-trap-af
    Afschrift van brief aan hoofddirectie van ANWB over sluiting ANWB winkel in Lelystad.
    Bespreken van oproepen gericht aan Regering en Tweede Kamer inzake gezondheidsrisico's straling en moratorium 5G
    Campagne advies huiseigenaren energiebesparende maatregelen in het kader van Regeling Reductie Energiegebruik (RRE)
    Heroverwegen uitrol van 5G m.b.t. gezondheid
    Horeca hard geraakt door gevolgen Corona-virus; uitstel en ontheffing van gemeentelijke belastingen nu nodig
    Informeren over kort geding tegen de NL overheid over uitrol 5G
    Jaarverslag 2019 en beleidsplan 2020
    Kennisgeving Nederlandse Oorlogsmisdaden en genocide door Indonesië voormalig Nederlands-Nieuw-Guinea
    Motie aangenomen door gemeenteraad Zandvoort inzake opheffen verhuurdersheffing
    Motie afschaffen verhuurdersheffing van de gemeenteraad Waadhoeke d.d 14 november 2019
    Motie Behoud autonomie lokale rekenkamerfuncties
    Motie financiële bijdrage van Rijk voor Omgevingswet
    Motie gemeenteraad Enschede Sstop de begrotingserosie als gevolg van de decentralisaties
    Motie inzake 5G
    Ondersteuning lokale preventieakkoorden Lbr. 20/004
    Ontslagbrief wethouder Van Wageningen
    Onvrede verloop raadsvergadering 11 maart 2020
    Opmerking verantwoord groenonderhoud
    Oproep versteende oppervlak in gemeente te vergroenen
    Verzoek brief betreffende Bataviahaven II bij raad in te dienen
    VNG zoekt kandidaten voor vacatures
    Vragen over dreven Verlengde Westerdreef en Warandedreef m.b.t. Groenstructuurplan
    Wijziging bestemming locatie geschikt voor Real Life Gaming RLG t.b.v. Sport, Educatie, Jeugd en Volwassenen
  • 6
  • 6.a


    Besluit
    1.    Het gesprek met de stad over het thema Wonen te voeren via verschillende doelgroepen, te weten: -    Hogere inkomens inclusief Expats; -    Midden inkomens; -    Lagere inkomens; -    Starters inclusief Studenten; -    Senioren; -    Arbeidsmigranten; -    Vergunninghouders. 2.    Via het invullen door de raadsfracties van de bijgevoegde matrix te bepalen welke deelthema’s vanuit de gemeente in die gespreksronde worden uitgewerkt (en daarnaast uiteraard de behoefte van de deelnemers voldoende plaats te geven). 3.    De opbrengst van de gespreksronde met en over de doelgroepen is relevante informatie, die – net als o.a. de actualiteit, trends en ontwikkelingen – integraal wordt meegewogen bij de opstelling van de Woonvisie 2021 – 2030 en de daarvan afgeleide dan wel daarmee samenhangende beleids- en uitvoeringsproducten. 4.    De activiteiten vast te stellen zoals opgenomen in de bij dit besluitpunt behorende bijlage en deze op te nemen in de Strategische Langetermijn Agenda.
  • 6.b

    Het college van Lelystad stelt de raad voor om de Algemene plaatselijke verordening 2015 (APV) op een aantal punten te wijzigen en heeft daarvoor een wijzigingsverordening opgesteld. De APV wordt jaarlijks geëvalueerd en, indien nodig, gewijzigd. Uitgangspunt daarbij is dat de APV zo goed mogelijk aansluit bij de actualiteit. Na vaststelling door de raad, wordt de wijzigingsverordening gepubliceerd.



    Voorgesteld besluit

    Vast te stellen de vijfde wijzigingsverordening van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015

    Artikel I Wijzigingen van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015
    De Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015 wordt als volgt gewijzigd:
    Artikel 2:24 Begripsbepaling wordt als volgt gewijzigd:

    • Lid 1, onder h, wordt gewijzigd en komt te luiden:
      Sportwedstrijden binnen de reguliere competitie of binnen de eigen vereniging die plaatsvinden op sportterreinen, in sporthallen of sportzalen, niet zijnde vechtsportevenementen en -gala’s als bedoeld in het tweede lid, onder f.

    Artikel 2:27 Begripsbepalingen wordt als volgt gewijzigd:

    1. In lid 1, onder a, wordt na de tekst “café” de tekst “waterpijpcafé,“ toegevoegd.
    2. Lid 1, onder c, wordt gewijzigd en komt te luiden:
      exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een openbare inrichting wordt uitgeoefend;
    3. Lid 1, onder d, wordt gewijzigd en komt te luiden:
      beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een openbare inrichting;

    Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting wordt als volgt gewijzigd:

    1. In lid 4, onder g. wordt de tekst “of” geschrapt.
    2. In lid 4, onder h. wordt na de tekst “een jeugdinstelling;” de tekst “of” toegevoegd.
    3. In lid 4 wordt een nieuw sub i toegevoegd en deze komt te luiden: “een bibliotheek”.

    Artikel 2:38A Begripsbepalingen wordt als volgt gewijzigd:

    • Artikel 2:38A Begripsbepalingen wordt verplaatst van afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf, naar afdeling 10. Speelgelegenheden.

    Artikel 2:48A wordt toegevoegd na artikel 2:48 en komt te luiden:
    Artikel 2:48A Verkoop en gebruik lachgas

    1. Onder lachgas wordt verstaan: een anorganische verbinding van stikstof en zuurstof met als bruto formule N2O (distikstofmonoxide), waarvan de verkoop en het gebruik - al dan niet in combinatie met gaspatronen, ballonnen, (slagroom)spuiten of een tank - voor recreatieve doeleinden plaatsvindt.
    2. Het is verboden op openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen lachgas te gebruiken als dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken.
    3. Het is verboden bij evenementen, zoals bedoeld in artikel 2:24, lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten, of al dan niet tegen betaling aan te bieden.
    4. Het is verboden op openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen, die deel uitmaken van een door de burgemeester aangewezen gebied, lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of al dan niet tegen betaling aan te bieden.

    Artikel 2:73B Gebruik van carbid wordt als volgt gewijzigd:

    1. In lid 1 wordt de tekst “geldt niet tussen” gewijzigd in de tekst “is niet van toepassing op”.
    2. In lid 1 wordt de tekst “vanaf 10.00 uur en 1 januari van het opvolgende jaar 02.00 uur” gewijzigd in de tekst “van 10.00 uur tot 17.00 uur”.

    Artikel 2:74 Drugshandel op straat wordt gewijzigd en komt te luiden:
    Artikel 2:74 Drugshandel en - gebruik op straat

    1. Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
    2. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

    Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding en veiligheidsrisicogebieden wordt gewijzigd en komt te luiden:

    • Afdeling 15. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

    Artikel 3:2 Begripsbepaling wordt als volgt gewijzigd:

    1. Na de tekst van het aandachtsstreepje “bevoegd bestuursorgaan” wordt een nieuw aandachtsstreepje toegevoegd met de tekst die komt te luiden:
      “erkenning: een melding van een zelfstandig thuiswerkende prostitué dat prostitutie wordt bedreven op het adres waar hij/zij staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (woonadres):”.
    2. Na de tekst van het aandachtsstreepje “werkruimte” wordt een nieuw aandachtsstreepje toegevoegd met de tekst die komt te luiden:
      “zelfstandig thuiswerkende prostitué: een persoon die als enige bewoner of bewoonster werkzaam is als prostitué op het adres waar hij/zij staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (woonadres).”

    Artikel 3:3 Vergunning wordt als volgt gewijzigd:

    1. Leden 2,3,4,5,6 en 7 worden respectievelijk vernummerd naar leden 4,5,6,7, 8 en 9.
    2. Na lid 1, wordt een nieuw lid 2 toegevoegd en deze komt te luiden:
      Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een zelfstandig thuiswerkende prostitué.
    3. Na het nieuwe lid 2, wordt een nieuw lid 3 toegevoegd en deze komt te luiden:
      Een zelfstandig thuiswerkende prostitué kan een melding tot erkenning doen.

    Artikel 3:7 weigeringsgronden wordt als volgt gewijzigd:

    • In lid 1, sub i, onder 1 wordt de tekst “de e Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015” gewijzigd in de tekst “deze verordening”.

    Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten wordt gewijzigd en komt te luiden:

    1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
    2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
    3. Het college maakt de aanwijzing, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, tenminste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
    4. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.
    5. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen. Toeslagen voor de aard van het geluid, de gevelcorrectieterm of de bedrijfsduurcorrectieterm blijven hierbij achterwege.
    6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten binnen in- of aanpandige woningen van derden. Toeslagen voor de aard van het geluid of de bedrijfsduurcorrectieterm blijven hierbij achterwege.
    7. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 01.00 uur beëindigd.

    Artikel 4.3 Melding incidentiele festiviteiten wordt als volgt gewijzigd:

    1. Lid 6 wordt gewijzigd en komt te luiden:
      Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen. Toeslagen voor de aard van het geluid, de gevelcorrectieduur of de bedrijfscorrectieterm blijven hierbij achterwege.
    2. Lid 7 wordt gewijzigd en komt te luiden:
      Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten binnen in- of aanpandige woningen van derden. Toeslagen voor de aard van het geluid of de bedrijfsduurcorrectieterm blijven hierbij achterwege.
    3. Een nieuw lid 9 wordt toegevoegd en komt te luiden:
      De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.
    4. Een nieuw lid 10 wordt toegevoegd en komt te luiden:
      Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

    Artikel 4:6 Overig geluidhinder wordt als volgt gewijzigd:

    • In lid 3 wordt na de tekst “Bouwbesluit” de tekst “2012” toegevoegd.

    Artikel 4:9B Verbod oplaten ballonnen wordt toegevoegd na artikel 4:9A en komt te luiden:
    Artikel 4:9B Verbod oplaten ballonnen

    1. Onder ballon wordt verstaan: elke onbemenste ballon van welk materiaal dan ook die door middel van helium, open vuur of andere gassen in de lucht wordt gebracht, waarbij de richting en/of hoogte van de ballon niet door menselijk ingrijpen kan worden bepaald.
    2. Het is verboden één of meerdere ballonnen op te laten stijgen.
    3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet luchtvaart.

    Artikel 5:10 Parkeren anders dan op de rijbaan wordt als volgt gewijzigd:

    1. De koptekst “Parkeren anders dan op de rijbaan” wordt gewijzigd in de tekst “Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan”.
    2. In lid 1 wordt na de tekst “parkeren” de tekst “of te laten stilstaan” toegevoegd.

    Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen niet zijnde woonschepen wordt als volgt gewijzigd:

    1. In lid 2, onder a, wordt na de tekst “milieuhygiëne en het” de tekst “uiterlijk” toegevoegd.
    2. In lid 4 wordt na de tekst “milieuhygiëne en het“ de tekst “uiterlijk” toegevoegd.

    Artikel 5:32 Crossterreinen wordt als volgt gewijzigd:

    • In lid 3 wordt de tekst “Wet milieubeheer” gewijzigd in de tekst “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet”.

    Artikel 6:6 Citeertitel wordt als volgt gewijzigd:

    • De tekst ‘2015’ wordt gewijzigd in de tekst ‘2020’.

    Artikel II Overgangsbepaling

    1. Aanvragen om vergunning of ontheffing die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening, worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop deze wijzigingsverordening in werking is getreden, tenzij toepassing van de wijzigingsverordening voor aanvrager een gunstiger resultaat oplevert.
    2. Vergunningen, ontheffingen, aanwijzingsbesluiten en andere besluiten genomen vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening en waarvoor deze wijzigingsverordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze wijzigingsverordening.

    Artikel III Inwerkingtreding
    Deze wijzigingsverordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.


    Besluit
    Vast te stellen de vijfde wijzigingsverordening van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015 Artikel I Wijzigingen van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015 De Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:24 Begripsbepaling wordt als volgt gewijzigd: - Lid 1, onder h, wordt gewijzigd en komt te luiden: Sportwedstrijden binnen de reguliere competitie of binnen de eigen vereniging die plaatsvinden op sportterreinen, in sporthallen of sportzalen, niet zijnde vechtsportevenementen en -gala’s als bedoeld in het tweede lid, onder f. Artikel 2:27 Begripsbepalingen wordt als volgt gewijzigd: 1. In lid 1, onder a, wordt na de tekst “café” de tekst “waterpijpcafé,“ toegevoegd. 2. Lid 1, onder c, wordt gewijzigd en komt te luiden: exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een openbare inrichting wordt uitgeoefend; 3. Lid 1, onder d, wordt gewijzigd en komt te luiden: beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een openbare inrichting; Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting wordt als volgt gewijzigd: 1. In lid 4, onder g. wordt de tekst “of” geschrapt. 2. In lid 4, onder h. wordt na de tekst “een jeugdinstelling;” de tekst “of” toegevoegd. 3. In lid 4 wordt een nieuw sub i toegevoegd en deze komt te luiden: “een bibliotheek”. Artikel 2:38A Begripsbepalingen wordt als volgt gewijzigd: - Artikel 2:38A Begripsbepalingen wordt verplaatst van afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf, naar afdeling 10. Speelgelegenheden. Artikel 2:48A wordt toegevoegd na artikel 2:48 en komt te luiden: Artikel 2:48A Verkoop en gebruik lachgas 1. Onder lachgas wordt verstaan: een anorganische verbinding van stikstof en zuurstof met als bruto formule N2O (distikstofmonoxide), waarvan de verkoop en het gebruik - al dan niet in combinatie met gaspatronen, ballonnen, (slagroom)spuiten of een tank - voor recreatieve doeleinden plaatsvindt. 2. Het is verboden op openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen lachgas te gebruiken als dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken. 3. Het is verboden bij evenementen, zoals bedoeld in artikel 2:24, lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten, of al dan niet tegen betaling aan te bieden. 4. Het is verboden op openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen, die deel uitmaken van een door de burgemeester aangewezen gebied, lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of al dan niet tegen betaling aan te bieden. Artikel 2:73B Gebruik van carbid wordt als volgt gewijzigd: 1. In lid 1 wordt de tekst “geldt niet tussen” gewijzigd in de tekst “is niet van toepassing op”. 2. In lid 1 wordt de tekst “vanaf 10.00 uur en 1 januari van het opvolgende jaar 02.00 uur” gewijzigd in de tekst “van 10.00 uur tot 17.00 uur”. Artikel 2:74 Drugshandel op straat wordt gewijzigd en komt te luiden: Artikel 2:74 Drugshandel en - gebruik op straat 1. Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. 2. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding en veiligheidsrisicogebieden wordt gewijzigd en komt te luiden: - Afdeling 15. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 3:2 Begripsbepaling wordt als volgt gewijzigd: 1. Na de tekst van het aandachtsstreepje “bevoegd bestuursorgaan” wordt een nieuw aandachtsstreepje toegevoegd met de tekst die komt te luiden: “erkenning: een melding van een zelfstandig thuiswerkende prostitué dat prostitutie wordt bedreven op het adres waar hij/zij staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (woonadres):”. 2. Na de tekst van het aandachtsstreepje “werkruimte” wordt een nieuw aandachtsstreepje toegevoegd met de tekst die komt te luiden: “zelfstandig thuiswerkende prostitué: een persoon die als enige bewoner of bewoonster werkzaam is als prostitué op het adres waar hij/zij staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (woonadres).” Artikel 3:3 Vergunning wordt als volgt gewijzigd: 1. Leden 2,3,4,5,6 en 7 worden respectievelijk vernummerd naar leden 4,5,6,7, 8 en 9. 2. Na lid 1, wordt een nieuw lid 2 toegevoegd en deze komt te luiden: Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een zelfstandig thuiswerkende prostitué. 3. Na het nieuwe lid 2, wordt een nieuw lid 3 toegevoegd en deze komt te luiden: Een zelfstandig thuiswerkende prostitué kan een melding tot erkenning doen. Artikel 3:7 weigeringsgronden wordt als volgt gewijzigd: - In lid 1, sub i, onder 1 wordt de tekst “de e Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015” gewijzigd in de tekst “deze verordening”. Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten wordt gewijzigd en komt te luiden: 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3. Het college maakt de aanwijzing, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, tenminste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 4. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 5. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen. Toeslagen voor de aard van het geluid, de gevelcorrectieterm of de bedrijfsduurcorrectieterm blijven hierbij achterwege. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten binnen in- of aanpandige woningen van derden. Toeslagen voor de aard van het geluid of de bedrijfsduurcorrectieterm blijven hierbij achterwege. 7. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 01.00 uur beëindigd. Artikel 4.3 Melding incidentiele festiviteiten wordt als volgt gewijzigd: 1. Lid 6 wordt gewijzigd en komt te luiden: Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen. Toeslagen voor de aard van het geluid, de gevelcorrectieduur of de bedrijfscorrectieterm blijven hierbij achterwege. 2. Lid 7 wordt gewijzigd en komt te luiden: Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten binnen in- of aanpandige woningen van derden. Toeslagen voor de aard van het geluid of de bedrijfsduurcorrectieterm blijven hierbij achterwege. 3. Een nieuw lid 9 wordt toegevoegd en komt te luiden: De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 4. Een nieuw lid 10 wordt toegevoegd en komt te luiden: Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Artikel 4:6 Overig geluidhinder wordt als volgt gewijzigd: - In lid 3 wordt na de tekst “Bouwbesluit” de tekst “2012” toegevoegd. Artikel 4:9B Verbod oplaten ballonnen wordt toegevoegd na artikel 4:9A en komt te luiden: Artikel 4:9B Verbod oplaten ballonnen 1. Onder ballon wordt verstaan: elke onbemenste ballon van welk materiaal dan ook die door middel van helium, open vuur of andere gassen in de lucht wordt gebracht, waarbij de richting en/of hoogte van de ballon niet door menselijk ingrijpen kan worden bepaald. 2. Het is verboden één of meerdere ballonnen op te laten stijgen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet luchtvaart. Artikel 5:10 Parkeren anders dan op de rijbaan wordt als volgt gewijzigd: 1. De koptekst “Parkeren anders dan op de rijbaan” wordt gewijzigd in de tekst “Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan”. 2. In lid 1 wordt na de tekst “parkeren” de tekst “of te laten stilstaan” toegevoegd. Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen niet zijnde woonschepen wordt als volgt gewijzigd: 1. In lid 2, onder a, wordt na de tekst “milieuhygiëne en het” de tekst “uiterlijk” toegevoegd. 2. In lid 4 wordt na de tekst “milieuhygiëne en het“ de tekst “uiterlijk” toegevoegd. Artikel 5:32 Crossterreinen wordt als volgt gewijzigd: - In lid 3 wordt de tekst “Wet milieubeheer” gewijzigd in de tekst “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet”. Artikel 6:6 Citeertitel wordt als volgt gewijzigd: - De tekst ‘2015’ wordt gewijzigd in de tekst ‘2020’. Artikel II Overgangsbepaling 1. Aanvragen om vergunning of ontheffing die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening, worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop deze wijzigingsverordening in werking is getreden, tenzij toepassing van de wijzigingsverordening voor aanvrager een gunstiger resultaat oplevert. 2. Vergunningen, ontheffingen, aanwijzingsbesluiten en andere besluiten genomen vóór de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening en waarvoor deze wijzigingsverordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze wijzigingsverordening. Artikel III Inwerkingtreding Deze wijzigingsverordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
  • 6.c

    Na het faillissement van MC IJsselmeerziekenhuizen B.V. heeft de gemeenteraad op 20 november 2018 een voorbereidingsbesluit genomen voor een nieuw bestemmingsplan voor de locatie Ziekenhuisweg 100 te Lelystad. De gemeente vindt het belangrijk voor de inwoners van de stad en de regio dat de ziekenhuis- en zorgfunctie op deze locatie behouden blijft. Het bestemmingsplan is gebaseerd op de door de gemeenteraad op 9 juli 2019 vastgestelde Nota van Uitgangspunten. Het plan biedt ruimte voor invulling van de ziekenhuisfunctie op deze locatie voor nu en voor de toekomst. Daarnaast biedt het plan ruimte voor actuele ontwikkelingen en wensen op het gebied van zorg en zorg-wonen.

    Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 21 november 2019 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Hiervan is op de gebruikelijke en wettelijk voorgeschreven wijze kennis gegeven in de Staatscourant en de Flevopost. In deze periode is één zienswijze ontvangen. De raad wordt voorgesteld een standpunt over deze zienswijze in te nemen en vervolgens het bestemmingsplan ‘Locatie Ziekenhuisweg 100’ vast te stellen.



    Besluit
    1.    De ‘Nota zienswijzen en wijzigingen’, met daarin opgenomen de reactie op de ingekomen  zienswijze, vast te stellen; 2.    Het bestemmingsplan ‘Locatie Ziekenhuisweg 100’, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand met IMRO-nummer NL.IMRO.0995.BP00078-VG01, met bijbehorende bijlagen en ondergrond ontleend aan de basisregistratie grootschalige topografie d.d. 6 september 2018, ongewijzigd vast te stellen; 3.    Voor dit bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen; 4.    Het vaststellingsbesluit en het vastgestelde bestemmingsplan met bijbehorende stukken op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en ter inzage te leggen;
  • 6.d


    Besluit
    1.    Binnen het thema Wonen, Welzijn en Zorg de focus te leggen op senioren. 2.    De aankomende tijd met inspiratiesessies en werkbezoeken het thema als raad tezamen met betrokken partijen verder te verkennen waarbij een lange termijn doorkijk wordt gegeven (richting 2040). 3.    Op basis van de verkregen inzichten bouwstenen mee te geven aan het college voor onder andere het nieuwe beleidsplan Wonen, Welzijn en Zorg 2021-2024.
  • 6.e


    Besluit
    Een reactie te sturen aan het VSBfonds naar aanleiding van de brief d.d. 21 januari 2020 inzake Lelykracht, conform de in de bijlage opgenomen conceptreactie: 10-2 Brief aan het VSBfonds inzake Lelykracht.
  • 6.f


    Voorgesteld besluit

    1. geen wensen en bedenkingen te hebben bij de verantwoording en toelichting over 2019 en de globale begroting 2021 van de MRA.


    Besluit
    1\. geen wensen en bedenkingen te hebben bij de verantwoording en toelichting over 2019 en de globale begroting 2021 van de MRA\.
  • 6.g



    Voorgesteld besluit

    1. vast te stellen, het bestemmingsplan ‘Gelderse Hout ‘, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0995.BP00077-VG01 met de
      bijbehorende regels en bijlagen, waarbij gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de basisregistratie grootschalige topografie d.d. 12-01-2016;

    2. geen exploitatieplan vast te stellen.


    Besluit
    1. vast te stellen, het bestemmingsplan ‘Gelderse Hout ‘, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0995.BP00077-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen, waarbij gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de basisregistratie grootschalige topografie d.d. 12-01-2016; 2. geen exploitatieplan vast te stellen.
  • 6.h



    Voorgesteld besluit

    1. De Subsidieverordening Duurzaam Bouwen 2011-2013 in te trekken.


    Besluit
    1. De Subsidieverordening Duurzaam Bouwen 2011-2013 in te trekken.
  • 6.i


    Voorgesteld besluit

    besluit vast te stellen de Verordening leerlingenvervoer gemeente Lelystad 2020


    § 1 Algemene bepalingen
    Artikel 1 Begripsomschrijving
    In deze verordening wordt verstaan onder:
    •    aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi of taxibus;
    •    afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;
    •    begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden;
    •    eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets;
    •    leerling: leerling van een school als bedoeld in dit artikel;
    •    ondersteuningsplan:
    1°.  voor het primair onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of
    2°.  voor het voortgezet onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 17a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
    •    openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of auto;
    •    opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer;
    •    ouders: ouders, voogden of verzorgers van de leerling;
    •    reistijd: ’s morgens de tijd van het verlaten van de woning tot de overdracht op de school en ‘s middags in omgekeerde volgorde;
    •    samenwerkingsverband:
    1°.  voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of
    2°.  voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
    •    school:
    1°.  basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
    2°.  school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of
    3°.  school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
    •    toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;
    •    vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;
    •    vervoersvoorziening:
    1°.  bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider;
    2°.  aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of
    3°.  gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;
    •    verzamelinkomen: inkomensgegevens als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;
    •    weekeinde en vakantievervoer: vervoer van de leerling tussen de woning van de ouders en de plaats waar de leerling, met het oog op het bij hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs, verblijft;
    •    woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft.

    Artikel 2 De door het college noodzakelijk te achten vervoersvoorziening
    1.    Het college kent, op aanvraag, aan de ouders van de in de gemeente verblijvende leerling(en) een vervoersvoorziening toe voor het schoolbezoek. Het college houdt daarbij rekening met de regels in deze verordening.
    2.    Wanneer het college een vervoersvoorziening toekent, verwacht zij van de ouders een eigen bijdrage zoals aangegeven in deze verordening, als waarbij de ouders slechts voor een deel recht hebben op vergoeding van de vervoerskosten. Als ouders de eigen bijdrage niet, niet op tijd of slechts gedeeltelijk betalen, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening.
    3.    Ondanks de regels in deze verordening blijft de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen bestaan.
    4.    Wanneer de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, dan wordt de vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling zelf.

    Artikel 3 Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school
    1.    Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning of opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente goedkoper is en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen.
    2.    Ouders kunnen een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van een school die verder weg ligt van de woning dan een andere school van dezelfde onderwijssoort. Dit kan alleen als de ouders schriftelijk verklaren dat zij grote bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs of tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen.
    3.    Het college kan bij de beoordeling van de aanvraag van een vervoersvoorziening een ondersteuningsplan betrekken.

    Artikel 4 Opstapplaatsen
    1.    Het college kan opstapplaatsen aanwijzen, waar leerlingen die in aanmerking komen voor aangepast vervoer worden opgehaald en afgezet.
    2.    De reistijd vanaf de woning naar de opstapplaats bedraagt maximaal dertig minuten.
    3.    Als het college opstapplaatsen heeft aangewezen is de leerling in beginsel verplicht daar gebruik van te maken. Wanneer ouders de wens hebben dat hun kind thuis opgehaald en gebracht wordt, kan het college voor de extra ophaal- en brengservice kosten in rekening brengen bij de ouders.
    4.    Het college bepaalt de hoogte van de in het derde lid genoemde kosten.
    Artikel 5 De afstand tussen de woning en school
    1.    Het college kent aan de ouders van de leerlingen een vergoeding toe als de afstand van de woning of opstapplaats naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan zes kilometer bedraagt;
    2.    Dit artikel geldt niet voor leerlingen, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet in staat zijn om, ook niet met begeleiding, van het openbaar vervoer of het eigen vervoer gebruik te maken.
    Artikel 6 Toekenning vervoersvoorziening
    Het college bepaalt de manier, het tijdstip van de verstrekking of de uitbetaling en de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.
    Artikel 7 Aanvraagprocedure
    1.    Een aanvraag voor een vervoersvoorziening gebeurt door het invullen, ondertekenen en inleveren van een aanvraagformulier bij het college.
    2.    Het college kan de ouders vragen aanvullende gegevens te verstrekken, als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag nodig is.
    3.    Het college besluit binnen acht weken over de aanvraag na ontvangst van alle benodigde gegevens.
    4.    Het college kan het besluit over de aanvraag met maximaal vier weken uitstellen en stelt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte.
    5.    Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag nodig is, kan het college ook een onafhankelijk medisch advies vragen.
    6.    Als een vervoersvoorziening wordt toegekend dan geldt deze:
    a.    wanneer het een vergoeding betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, tenzij deze datum vóór de datum van ontvangst van de aanvraag ligt.
    b.    wanneer het aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo goed mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.
    Artikel 8 Onafhankelijk medisch advies
    1.    Als voor een leerling voor het eerst een aanvraag als bedoeld in artikel 7 wordt gedaan, waarbij de aanvrager stelt dat de leerling een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap heeft, vraagt het college een onafhankelijk medisch advies. Uit dit advies moet blijken dat deze handicap de te vervoeren leerling belemmert om zelfstandig of met begeleiding te reizen. In dit medisch advies moet ook staan welk type vervoer voor deze leerling het meest passend is.
    2.    De kosten voor het onafhankelijk medisch advies zijn bij de eerste aanvraag in een schooljaar voor rekening van het college. Bij een volgende aanvraag voor een vervoersvoorziening binnen het schooljaar voor dezelfde leerling zijn deze kosten voor rekening van de aanvrager. Bij toekenning van het leerlingenvervoer worden de kosten van het onafhankelijk medisch advies binnen een redelijke termijn vergoed door de gemeente.
    3.    De kosten die voor vergoeding in aanmerking komen bedragen maximaal het tarief zoals in rekening wordt gebracht door de door het college gecontracteerde aanbieder. Een besluit hierover wordt medegedeeld in de beschikking omtrent de aanvraag van het leerlingenvervoer.

    Artikel 9 Doorgeven van wijzigingen
    1.    De ouders moeten wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, direct schriftelijk of digitaal met vermelding van de datum van de wijziging doorgeven aan het college.
    2.    Als er sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, dan vervalt de aanspraak daarop. Als het nodig is kent het college opnieuw een vervoersvoorziening toe.
    3.    Als de ouders niet voldoen aan de verplichting uit het eerste lid en er sprake is van een wijziging als bedoeld in het tweede lid waardoor ten onrechte een vervoersvoorziening is toegekend, dan vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening per direct. Als het nodig is kent het college daarna opnieuw een vervoersvoorziening toe en deelt het besluit schriftelijk mee aan de ouders.
    4.    Als ouders ten onrechte vergoedingen hebben ontvangen dan kan dit van de ouders worden teruggevorderd of worden verrekend bij een eventuele nieuw toegekende vervoersvoorziening.
    Artikel 10 Peildatum leeftijd leerling
    Voor het toekennen van een vervoersvoorziening op basis van artikel 15 geldt de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de voorziening betrekking heeft.
    Artikel 11 Andere vergoedingen
    Als de leerling een vergoeding voor reiskosten ontvangt vanuit een andere regeling, dan wordt dit bedrag in mindering gebracht op de vergoeding van de vervoersvoorziening.
    Artikel 12 Voorkeursvolgorde vergoeding leerlingenvervoer
    1.    Bij de vergoeding van het leerlingenvervoer is de voor het college goedkoopst mogelijke wijze van vervoer het uitgangspunt.
    2.    Het college verwacht dat de leerling zelfstandig, of onder begeleiding, per fiets naar school gaat.
    3.    Als het leerlingenvervoer per fiets niet mogelijk is, dan kan het leerlingenvervoer plaatsvinden, eventueel onder begeleiding, door middel van het openbaar vervoer, het eigen vervoer of aangepast vervoer.
    4.    Een combinatie van de genoemde soorten vervoer is ook mogelijk.
    § 2 Bepalingen over het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs
    Artikel 13 Algemene bepalingen over het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs
    1.    In deze paragraaf is een school:
    a.    een basisschool of speciale school voor basisonderwijs volgens de Wet op het primair onderwijs; of
    b.    een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs volgens Wet op de expertisecentra.
    2.    Deze paragraaf geldt niet voor leerlingen die voortgezet onderwijs volgen maar op een school zitten voor speciaal en/of voortgezet speciaal onderwijs.
    3.    Rekening houdend met wat er in artikel 3 staat wordt een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en:
    a.    de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs die in het samenwerkingsverband zit van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of
    b.    een andere speciale school voor basisonderwijs binnen het samenwerkingsverband volgens a, als het vervoer naar die school voor de gemeente goedkoper is dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, volgens a.
    4.    Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoers)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
    Artikel 14 Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets
    1.    Gaat een leerling naar een school volgens artikel 13, dan ontvangen de ouders een vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer. De afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school moet wel groter zijn dan de minimale afstand volgens artikel 5.
    2.    Als ouders recht hebben op een vergoeding volgens het eerste lid en het college vindt dat de leerling, met of zonder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan ontvangen de ouders een vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets volgens de CAO Rijk.

    Artikel 15 Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets voor een begeleider
    1.    Gaat een leerling naar een school volgens artikel 13, dan ontvangen de ouders een vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets voor de leerling én een begeleider als:
    a.    aanspraak bestaat op een vergoeding volgens artikel 14, de leerling jonger dan negen jaar is en de ouders aan het college hebben aangetoond dat de leerling niet zelfstandig van het openbaar vervoer of vervoer per fiets gebruik kan maken; of
    b.    een leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig gebruik van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken.
    2.    Als de begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, dan worden alleen de kosten van het vervoer van één begeleider vergoed.

    Artikel 16 Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer
    1.    Gaat een leerling naar een school volgens artikel 13, dan kent het college aan de ouders een vervoersvoorziening toe in de vorm van aangepast vervoer als:
    a.    aanspraak bestaat op een vergoeding volgens de artikelen 14 of 15 én de leerling met het openbaar vervoer naar school of terug meer dan anderhalf uur onderweg is én de reistijd minimaal kan worden gehalveerd;
    b.    aanspraak bestaat op een vergoeding volgens de artikelen 14 of 15 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij het college vindt dat de leerling onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets;
    c.    aanspraak bestaat op een vergoeding volgens artikel 15 en de ouders aan het college hebben aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is, of tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of
    d.    een leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap, volgens het college, niet in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken.
    2.    Als begeleiding in het aangepast vervoer nodig is, dan vergoedt het college alleen de vervoerskosten die nodig zijn voor de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer.

    Artikel 17 Vergoeding op basis van de kosten van eigen vervoer
    1.    Als er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, dan kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
    2.    Als ouders toestemming volgens het vorige lid hebben, dan vergoedt het college aan de ouders:
    a.    die recht hebben op een vergoeding op basis van het openbaar vervoer, een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behalve als de leerling kan fietsen. In dat geval vergoedt het college een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets volgens de CAO Rijk; of
    b.    die recht hebben op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto volgens de CAO Rijk, behalve in situaties volgens het vierde lid.
    3.    Als ouders toestemming hebben volgens lid 1, dan vergoedt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren of laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto volgens de CAO Rijk, behalve in situaties volgens het vierde lid. In dat geval vergoedt het college aan de ouders de kosten van het vervoer van één leerling.
    4.    Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders, die van de gemeente voor het vervoer van één of meer leerlingen een vergoeding ontvangen, wordt door het college geen vergoeding verstrekt.
    Artikel 18 Drempelbedrag
    1.    Aan de ouders van een leerling die naar een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs gaat, wordt alleen een vergoeding toegekend als:
    a.    het verzamelinkomen meer bedraagt dan € 26.550 en de kosten van het vervoer van die leerling hoger zijn dan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 4 genoemde afstand;
    b.    het verzamelinkomen van de ouder(s) lager is dan € 26.550 per jaar.
    2.    Als het college het vervoer zelf verzorgt of laat verzorgen, in plaats van een vergoeding in geld toe te kennen, dan betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage is gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer over de afstand volgens artikel 14. Dit geldt alleen als het verzamelinkomen van de ouders meer bedraagt dan € 26.550,-.
    3.    De kosten voor openbaar vervoer uit het eerste en tweede lid, betreffen de kosten die redelijkerwijs zouden worden gemaakt over de afstand volgens artikel 14. Dit geldt ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die de leerling kan krijgen.
    4.    Het bedrag van € 26.550,- uit het eerste en tweede lid, wordt met ingang van schooljaar 2020/2021 jaarlijks aangepast. Dit gebeurt aan de hand van de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar. Het bedrag wordt naar beneden afgerond op een veelvoud van € 450,-.
    5.    Indien een leerling na het begin van het schooljaar instroomt en/of uitstroomt, wordt de hoogte van de eigen bijdrage evenredig aangepast.
    6.    Dit artikel geldt niet voor leerlingen, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet in staat zijn om, - ook niet met begeleiding -, van het openbaar vervoer of het eigen vervoer gebruik te maken.

    Artikel 19 Financiële draagkracht
    1.    Als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde vergoeding verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.
    2.    Als het college het vervoer zelf verzorgt of laat verzorgen in plaats van een vergoeding toe te kennen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, dan betalen de ouders een extra bijdrage. De hoogte van deze bijdrage is afhankelijk van de financiële draagkracht.
    3.    De hoogte van het bedrag genoemd in het eerste en tweede lid worden berekend per gezin. Dit bedrag is afhankelijk van de hoogte van het verzamelinkomen van de ouders in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor vergoeding van de vervoerskosten wordt gevraagd.
    Zij bedragen:
    Verzamelinkomen in euro's    Eigen bijdrage per schooljaar
    € 0 - € 35.500    Nihil
    € 35.500 - € 42.000    € 145
    € 42.000 - € 48.500    € 615
    € 48.500 - € 55.000    € 1.150
    € 55.000 - € 62.500    € 1.680
    € 62.500 - € 69.000    € 2.210
    € 69.000 en verder voor elke € 5.500 extra    € 545 erbij
    4.    Het verzamelinkomen in het derde lid, wordt met ingang van 1 januari 2020 jaarlijks aangepast. Dit gebeurt aan de hand van de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar. Het bedrag wordt naar beneden afgerond op een veelvoud van € 500,-.
    5.    De eigen bijdragen in het derde lid worden met ingang van 1 januari 2020 jaarlijks aangepast. Dit gebeurt aan de hand van de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar. De bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 5,-.
    6.    Dit artikel geldt niet voor leerlingen, die door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet in staat zijn om, ook niet met begeleiding, van het openbaar vervoer of het eigen vervoer gebruik te maken.
    § 3 Bepalingen over het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs
    Artikel 20 Algemene bepalingen over het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs
    In deze paragraaf verstaan we onder school:
    a.    een school voor voortgezet onderwijs volgens de Wet op het voortgezet onderwijs; of
    b.    een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs volgens de Wet op de expertisecentra.

    Artikel 21 Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding en vervoer per fiets
    1.    Wanneer een leerling een school bezoekt volgens artikel 20, vergoedt het college de kosten van het openbaar vervoer van de leerling én de begeleider als de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken.
    2.    Als de begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, worden alleen de kosten van het vervoer van één begeleider vergoed.
    3.    Als het college vindt dat de leerling onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets, worden alleen de kosten aan de ouders vergoed voor het vervoer per fiets.

    Artikel 22 Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer
    1.    Gaat een leerling naar een school volgens artikel 20, dan kent het college aan de ouders een vervoersvoorziening toe in de vorm van aangepast vervoer als:
    a.    aanspraak bestaat op een vergoeding volgens artikel 21 en de leerling met het openbaar vervoer naar school of terug meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer minimaal kan worden gehalveerd;
    b.    aanspraak bestaat op een vergoeding volgens artikel 21 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij het college vindt dat de leerling onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets;
    c.    aanspraak bestaat op een vergoeding volgens artikel 21 en de ouders aan het college hebben aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is, of tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of
    d.    een leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap, volgens het college, niet in staat is – ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken.
    2.    Als begeleiding in het aangepast vervoer nodig is, dan vergoedt het college alleen de vervoerskosten die nodig zijn voor de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer.
    Artikel 23 Vergoeding op basis van de kosten van eigen vervoer
    1.    Als er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.
    2.    Als ouders toestemming hebben volgens lid 1, vergoedt het college aan de ouders:
    a.    een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behalve het bepaalde in het vijfde lid, en er recht is op een vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer; of
    b.    een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de CAO Rijk, behalve het bepaalde in het vierde lid, en er recht is op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer.
    3.    Als ouders toestemming hebben voor het bepaalde in lid 1, dan vergoedt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, of laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de CAO Rijk, behalve het bepaalde in het vierde lid. In dit geval vergoedt het college aan de ouders de kosten van het vervoer van één leerling.
    4.    Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die vanuit de gemeente voor het vervoer van één of meer leerlingen een vergoeding ontvangen, wordt door het college geen vergoeding verstrekt.
    5.    Als er recht is op een vervoersvoorziening en het college op verzoek van ouders toestaat of vindt dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan vergoedt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets afgeleid van de CAO Rijk.
    § 4 Bepalingen over weekeinde- en vakantievervoer
    Artikel 24 Toekenning vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie aan in de gemeente wonende ouders
    Het college kan volgens het bepaalde in deze paragraaf op aanvraag een vervoersvoorziening vergoeden voor het weekeinde- en vakantievervoer van de leerling. De leerling verblijft met het oog op het volgen van voor hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin.
    Artikel 25 Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie
    1.    Het college vergoedt aan de ouders een vervoersvoorziening voor het weekeindevervoer van de leerling. Het gaat om de eenmaal per weekeinde gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug. De weekeinden mogen niet vallen binnen de schoolvakanties volgens lid 2.
    2.    Het college vergoedt aan de ouders een vervoersvoorziening voor het vakantievervoer van de leerling. Het gaat om de eenmaal per schoolvakantie gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug. De schoolvakantie moet minimaal twee dagen duren en voorkomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.
    3.    Paragraaf 2 en 3 van deze verordening gelden hier ook, behalve artikel 16 lid 1 sub a en artikel 22 lid 1 sub a.
    § 5 Sanctiebepalingen
    Artikel 26 Gedragsregels
    1.    Als aan een leerling een vervoersvoorziening is verstrekt in de vorm van aangepast of openbaar vervoer, dan moet de leerling de aanwijzingen over de orde, rust, veiligheid en een goede bedrijfsgang opvolgen. Deze aanwijzingen moeten door de vervoerder duidelijk zijn gemaakt. Het op tijd aanwezig zijn van de leerling bij het afhalen door de vervoerder valt hier ook onder.
    2.    Als een leerling bij herhaling agressief gedrag vertoont of op een andere manier de orde in het voertuig verstoort kan het college de leerling tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzeggen. Dit geldt ook wanneer de leerling de veiligheid van het voertuig of inzittenden in gevaar brengt of de aanwijzingen van de vervoerder niet opvolgt. Dit geldt ook wanneer bij herhaling of zonder opgave niemand aanwezig is om de leerling ’s middags op te vangen.
    3.    Als een leerling de toegang tot het aangepast of het openbaar vervoer is ontzegd kan het college de kosten van het eigen vervoer van en naar de school voor deze leerling en zo nodig voor een begeleider vergoeden. Het college kan deze kosten slechts vergoeden voor de duur van de ontzegging.

    § 6 Slotbepalingen
    Artikel 27 Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet
    In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

    Artikel 28 Afwijken van bepalingen
    1.    Het college kan in bijzondere individuele gevallen, het vervoer voor schoolbezoek aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, wanneer toepassing van de bepalingen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
    2.    Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in de beschikking.

    Artikel 29 Inwerkingtreding en citeertitel
    1.    Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
    2.    Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening leerlingenvervoer gemeente Lelystad 2016 ingetrokken.
    3.    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer gemeente Lelystad 2020.

  • 6.j


    Voorgesteld besluit

    1.    Voor de projectlocatie Flevokust, het voormalig Visvijvergebied, zoals aangegeven op de kaart die als bijlage bij dit besluit is gevoegd, de norm voor bodemvreemd materiaal in toe te passen grond vast te stellen op 20% met dien verstande dat deze norm uitsluitend geldt voor grond die binnen het project vrijkomt en wordt hergebruikt binnen de projectlocatie, onder de voorwaarde dat aan de overige regels voor grondverzet wordt voldaan.
    2.    De norm voor Flevokust als bedoeld in besluitpunt 1 in werking te laten treden op de dag na bekendmaking hiervan.


    Besluit
    1.    Voor de projectlocatie Flevokust, het voormalig Visvijvergebied, zoals aangegeven op de kaart die als bijlage bij dit besluit is gevoegd, de norm voor bodemvreemd materiaal in toe te passen grond vast te stellen op 20% met dien verstande dat deze norm uitsluitend geldt voor grond die binnen het project vrijkomt en wordt hergebruikt binnen de projectlocatie, onder de voorwaarde dat aan de overige regels voor grondverzet wordt voldaan. 2.    De norm voor Flevokust als bedoeld in besluitpunt 1 in werking te laten treden op de dag na bekendmaking hiervan.
  • 7
  • 7.a
  • 7.b
  • 8


    Moties
    Titel
    motie vreemd coronafonds voor ondernemers.docx

    00:35:07 - 00:35:19 - I.R. Adema
  • 9


    Moties
    Titel
    Motie vreemd aan de orde van de dag Jongerenwerk

    00:51:10 - 00:51:53 - I.R. Adema